PEZEN!

RSI is inderdaad een groot probleem aan het worden. Als 20 tot 30% van de beroepsbevolking klachten heeft en ongeveer de helft van de beroepsbevolking risico loopt, heeft dus 40 tot 60% van de mensen die risico lopen daadwerkelijk al klachten. Volgens een rapport van de Arbeidsinspectie uit 1998 heeft van de beeldschermwerkers die 6 uur of meer met een computer werken ongeveer 60% klachten.

Het is heel aanlokkelijk te zoeken naar oorzaken daarvoor. En die zijn er natuurlijk ook. Vele daarvan kwamen aan bod in het uitstekende artikel van de hand van Wim Köhler in W&O van zaterdag 6 november. Maar het zoeken naar oorzaken belemmert het zicht op een nog wezenlijker vraag: is typen en muizen eigenlijk wel risicoloos te maken met behulp van aanpassingen? Als meer dan de helft van de beeldschermwerkers klachten heeft, is dan nog waarschijnlijk dat deze alleen tot te voorkomen problemen te herleiden zijn? Mij lijkt van niet. Pregnant duidelijk wordt dat in onderzoek – dat er dus wel is! – van Jane Greening van University College Londen. Zij bewees dat kantoorwerkers met en zonder RSI-gerelateerde klachten dezelfde afwijking in zenuwgeleiding in hun onderarm kennen. Alleen mensen die niet met een computer werkten kenden deze afwijking niet. In meer recent onderzoek heeft zij getoond dat ook als er geen sprake is van een duidelijk aanwijsbaar medisch beeld (bijvoorbeeld het Carpaal Tunnel Syndroom), een zekere mate van beperking van de ruimte van zenuwen en bloedvaten bijvoorbeeld rond de pols met MRI aantoonbaar is.

In onderzoek gedaan op de Universiteit van Californië werd aangetoond dat bij apen veranderingen in de cortex ontstaan als gevolg van repeterende bewegingen. De precisie van aansturing van de vingers verdween daardoor. Gezien dit type letsel is het niet vreemd dat RSI tot langdurige afwezigheid leidt en zulke grote gevolgen heeft. En ook begrijpelijk waarom fysieke training zo weinig effect heeft bij RSI-gerelateerde klachten.

Een juiste houding, een ergonomische werkplek, aanpassing van werktijden en werkcultuur: een brede aanpak is nodig om het risico op RSI te beperken. Maar niet voldoende! We moeten accepteren dat beeldschermwerk op zichzelf gevaarlijk is. De specialisatie en productiviteitsstijging en de mate waarin de computer wordt gebruikt, maken dat alleen drastische ingrepen echt effect hebben. In onze maatschappij is handwerk grotendeels vervangen door hoofdwerk. Toch blijven we onze handen overbelasten, of onze stem als we zijn overgeschakeld op spraaksoftware. Een grotere afwisseling, meer beweging en minder `kleven aan het beeldscherm' zijn de enige structurele oplossingen voor RSI. Totdat computers onze gedachten begrijpen, natuurlijk.