Pauvre Morvan

Eenmaal besloten te verhuizen naar de Morvan, moesten wij tot onze schrik ontdekken dat dit mooie landschapspark lang niet bij alle Fransen een goede naam heeft.

Het begon bij Bernard en Daisy, goede vrienden uit ons dorp, Parijzenaars in ruste, bereisd en belezen, dus kenners van land en volk. ,,Hoor je dat, Bernard'', begon Daisy, met haar gevoel voor drama. ,,Ze willen gaan wonen in de Morvan...'' En Bernard voltooide het nummer: ,,De Morvan, brrr, koud, ijskoud. Daar wil toch geen mens wonen! Zijn mimiek deed de rest; daar zette je je kraag bij op. Nu ja, ze wilden liever dat we bleven...

Een jaar lang volgden wij de doorgaans exacte temperatuurindicaties op de nationale weerkaart van de tv en we vergeleken de temperaturen in de Périgord en Bourgondië, in alle jaargetijden. Resultaat: nauwelijks enig verschil. Maar reputaties, eenmaal gevestigd, storen zich niet aan de feiten. Wie we ook spraken, ze wisten allemaal te vertellen dat er in de Morvan meestal, maar vooral in de winter, een bittere kou heerste. Nee, daar moest je niet zijn.

Op een van onze verkenningstochten erheen, onderbraken we de dagreis voor een kop koffie in een bistro van het dorpje Vigen, onder Limoges. De vriendelijke waard kwam bij ons tafeltje staan om een praatje te maken. Waar de reis heen ging, wilde hij weten. Naar de Morvan, zeiden we. O, zeker op vakantie. Nee, zeiden we, we wonen in de Dordogne, maar willen verhuizen naar de Morvan. Zo, zo, daar hoorde hij van op. Het was niet zijn gewoonte, luidde het, zich ooit ergens mee te bemoeien. Maar, ging hij verder, in dit geval moest hij toch een waarschuwing laten horen. We waren zeker buitenlanders. Ja, dat had hij al begrepen. Nu, dan mocht hij toch wel proberen ons deze stap af te raden, wilden wij niet argeloos een groot onheil tegemoetgaan. We hielden ons van de domme en lanceerden grote vraagtekens. Nu, daar ging hij toch even bij zitten. Hij legde zijn voorschoot af en trok een stoel bij van een belendend tafeltje om plaats te nemen. Of we niet wisten dat het in de Morvan niet pluis was; het was er 's winters vreselijk koud! Ja, ja, zeiden wij, maar hier in Europa althans, is het 's winters overal koud! Het is nu eenmaal een koud jaargetijde. Nee, dat hadden wij niet goed begrepen. In de Morvan heerste een ander klimaat; veel wind en regen. Hij wist het toevallig van een neef van zijn vrouw die er vaak kwam voor zaken. Wij dankten ook deze raadgever, betaalden voor de koffie en vertrokken. Naar de Morvan. We brachten er een week door in de herfst, nog een week in de winter, vervolgens in het vroege voorjaar. En genoten er in deze jaargetijden bij alles ook van het zachte weer. Ten slotte doorzochten we alle heemkundige bibliotheken op wat de M van Morvan opleverde over le parc naturel régional du Morvan (het streeknatuurpark de Morvan) en we vonden een oud Frans spreekwoord: Il vient du Morvan ni bons gens ni bon vent (Er komt uit de Morvan geen goed volk en geen gunstige wind).

Toch vraag je je af waar zo'n hardnekkige reputatie vandaan komt. De sleutel ligt vermoedelijk in een ver verleden. Sociologen, antropologen en andere deskundigen weten het wellicht beter, maar onze oplossing van het raadsel heeft de charme van de eenvoud: voor een meerderheid van de Fransen ligt de Morvan, vanuit simpel geografisch perspectief, in het noordoosten. Dat is de windrichting waar 's winters la bise, de gevreesde noordoostenwind, vandaan komt. Ergo: die wind komt uit de Morvan! En verder is er nog dit: de Morvan was vanouds door dichte bebossing en onbegaanbare wegen een ontoegankelijk gebied. De schaarse bevolking kwijnde er van armoede. De mannen groeiden krom van het beulswerk in de houtvesterij, enig middel van bestaan; de vrouwen verhuurden zich als nourrice (min) en ander vernederend werk in de stad. Kortom, het was een enclave van sociale achterstand, midden in het opulent rijke Bourgondië. Maar de Morvan, daar reed de diligence omheen, daar kwam je als mens niet! Brrr.

En intussen wonen wij daar nu. De herfst heeft de hellingen verkleurd van donkergroen naar kopergeel en purperrood. In het dal waar ons huis op uitkijkt ligt, in een vacht van dikke kruipnevel, de winter op de loer. Wat zal hij brengen? Bons gens? Bon temps? On verra bien. En u hoort nog.

    • Gijs van Stijgeren