OK

SOCIOLOGIE was ooit in de mode. Van die populariteit probeerden anderen een graantje mee te pikken en zo ontwikkelde zich binnen de taalwetenschap de sociolinguïstiek. De beoefenaars van deze jonge wetenschap verkondigden de opvatting dat de taal van meer ontwikkelden in wezen niet rijker was dan die van de ruwe bolsters die voor alles wat hun niet beviel putten uit een vocabulaire dat niet meer bevatte dan `shit' en nog een handvol vergelijkbare termen. Met dergelijke publicaties maakten zij duidelijk dat zij het beste voorhadden met hun gedepriveerde medemens. Wat dat betreft deden hun opstellen dus weinig kwaad.

Dat onschuldige karakter gold echter niet hun opvatting over tweede-taalontwikkeling. Met een beroep op Chomsky meenden zij dat kinderen eerst hun eigen taal moeten leren en dat ze pas als hun taalvermogen voldoende is ontwikkeld, aan een tweede taal moeten beginnen. Interessant nu is dat zij deze opvatting ongestoord konden blijven verkondigen, terwijl iedereen die daar ervaring mee heeft weet dat dit niet zo is. Kinderen kunnen prima overstappen van de ene taal naar de andere, en ook weer terug terwijl hun taalvermogen zich vrolijk verder ontwikkelt.

Waarom nu heeft deze opvatting zoveel kwaad gedaan? Omdat daarmee het hardnekkige misverstand in de wereld werd geholpen dat kinderen van immigranten niet gebaat zouden zijn bij onderdompeling in de Nederlandse taal. En dat het speciale bekwaamheden vereist de competentie van de leerlingen in de ene taal om te bouwen naar een andere. Daarmee hebben zij die het zo goed voorhadden met de onderliggende medemens bijgedragen aan het ontstaan van de apartheid in ons onderwijs, een ontwikkeling waar juist de sociaal zwaksten de dupe van zijn.

Dat het nog steeds beroerd gesteld is met het onderwijs aan van huis uit anderstalige kinderen heeft daarnaast ook te maken met het ontbreken van beleid, dat eveneens zijn oorzaak vindt in allerbeste bedoelingen. Maar ja, voor goede bedoelingen koop je maar weinig. Die goede bedoelingen hadden in dit geval te maken met de algemeen levende angst om te discrimineren. Daardoor durfde niemand de verschillende buitenlanders bij hun naam te noemen. Het probleem van buitenlanders is namelijk niet in de eerste plaats een linguÏstisch probleem, maar heeft alles te maken met cultuur, met normen en waarden. Het feit dat hun ouders om economische of politieke motieven ooit naar Nederland zijn gekomen, is natuurlijk geen reden hen over één kam te scheren. De technologie`boom' in Californië was ondenkbaar geweest zonder de inbreng van de kinderen van immigranten. De ene allochtoon is de andere niet.

In steeds meer sectoren raakt men doordrongen van de effectiviteit van het sturen op basis van kerncijfers. Wat betreft het beleid dat verband houdt met allochtonen, is dit niet mogelijk omdat relevante gegevens ontbreken. Door elke allochtone leerling voor twee te tellen, hoeven we verder niet na te denken, terwijl in bepaalde gevallen een factor vier en in andere gevallen een één redelijk was geweest. Intussen worden scholen ook wat hun prestaties betreft nog steeds afgerekend op het op zichzelf weinig zeggende percentage allochtonen.

Adelmund heeft gelijk: het allochtonenbeleid is om te huilen. Zij heeft een plan van aanpak aangekondigd, onder de naam OK-scholen. OK staat voor onderwijskansen, en dient ter vervanging van de term zwarte scholen, die als negatief wordt ervaren. Daar zijn die zwarte leerlingen dan goed mee, net zoals hun ouders, voor wie ook de zon ging schijnen toen ze werden omgedoopt van gastarbeiders in etnische minderheden en, weer later, hun geluk niet op konden toen ze allochtonen werden. Dat vonden ze pas echt helemaal OK.

    • Leo Prick