Lebensraum in Nederland

Duitsland heeft net `Tien jaar na de Muur' herdacht, maar inmiddels is het ook alweer vijftig jaar geleden dat de landsgrens tussen Nederland en onze oosterburen wankelde. In 1949 lijfde Nederland een stuk van Duitsland in, bij wijze van herstelbetaling na de Tweede Wereldoorlog.

Deze inlijving was het gevolg van een lange discussie die direct na de oorlog in Nederland was begonnen. Er werden imperialistische plannen gesmeed om Duitsland te laten boeten voor de schade (schatting 25 miljard gulden) die in ons land was aangericht. Onder de noemer `annexatie' droeg menige Nederlander een steentje bij aan de meningsvorming over deze wijze van herstelbetaling.

In de vele brochures die over dit onderwerp werden verspreid, pleitten zowel politici als vooraanstaande burgers voor annexatie van een fors deel van Duitsland. Nederland zou aldus op vreedzame wijze uitgroeien tot een groter en machtiger mogendheid met meer invloed binnen Europa.

Het is achteraf potsierlijk en gênant tegelijk, kennis te nemen van de wraakzuchtige bezettingsdrang van de Nederlanders van toen. Als oud-minister van Financiën (ir. J. van den Broek) kon je in die tijd schaamteloos pleiten voor overname en ontvolking van grote delen van Duitsland tot ver voorbij Duisburg en Keulen, waarbij Nederlanders de plaats in moesten nemen van de verwijderde Duitsers. Ook de naoorlogse minister van Buitenlandse Zaken mr. E.N. van Kleffens was vóór annexatie. Van een gebied ter grootte van eenderde van Nederland moesten anderhalf miljoen Duitse inwoners binnen drie jaar worden uitgewezen.

Lebensraum gold als rechtvaardig excuus. Want Lebensraum was bepalend voor de toekomst van Nederland. Een van de vele brochureschrijvers in die tijd was van mening dat het gehele noordwesten van het Duitse Rijk bij Nederland ingelijfd moest worden: ,,Een prachtig arbeidsveld voor onze boerenbevolking, die in haar eigen land en stand geen uitweg meer heeft voor haar jeugd.'' Een aardige bijkomstigheid was bovendien dat de Nederduitsers uit dit gebied heel makkelijk Nederlands gezag zouden accepteren.

Liever Duitsers van hun grondgebied verwijderen dan zelf te worden gedwongen naar Australië of Canada te emigreren. Er was gewoon geen keus, werd de Nederlanders in menig pamflet voorgeschoteld. Kiezen of delen: annexeren of zelf emigreren.

Annie Romein had op dit gebied wel een heel verstrekkend idee: alle Duitsers verdelen over de rest van de wereld.

De geallieerden staken een stokje voor Neêrlands noeste landverovering. Het spelletje `landje pik' dreigde uit de hand te lopen. De wilde overwinningsdriften luwden en in de dag- en weekbladen werd vervolgens in mildere termen gesproken van `grenscorrectie'.

Maar of het nu ging om annexatie of grenscorrectie, de Nederlanders bleven betrokken bij deze Duitse kwestie. Zelfs vanuit de literatuur werden ideeën aangedragen. Essayist Max de Jong wilde Nederland behoeden voor `stommiteiten'. Daarom schreef hij: ,,Onze oostgrens is nu 800 km en zou verkort worden tot 300 km.'' Ruilverkaveling is zijn oplossing: een rechte lijn dwars door de golvende grenslijn heen, van boven naar beneden. `Een goed verdedigbare grens.'

Ook in dit geval is het bij woorden gebleven. Nederland moest in 1949 genoegen nemen met marginale grenscorrecties bij Elten en Tudderen, die niet verder reikten dan een oppervlak van 6.931 hectare. Elf jaar later, in het verdrag van 1960, werd bepaald dat het grootste deel hiervan weer moest worden teruggegeven. Uiteindelijk hield Nederland er als extra Lebensraum 541 hectare Duitse grond aan over. Een flinke achtertuin.

    • Nico Keuning