Kabinet: nog 400 mln extra te verdelen

Het kabinet heeft ruim 400 miljoen gulden extra te verdelen vanwege een meevaller van 2,5 miljard gulden. Het Rijksmuseum kan rekenen op een eenmalige extra `millenniumbijdrage' van 100 miljoen gulden.

Dat zei premier Kok gisteren na afloop van de ministerraad. Eerder deze week bleek bij het opstellen van de Najaarsnota dat het kabinet dit jaar 2,5 miljard gulden meer ontvangt dan vooraf was aangenomen. De extra opbrengsten zijn afkomstig van de hogere belasting- en premie-opbrengsten. Aan de uitgavenkant van de begroting werd 300 miljoen bespaard door een afname van het aantal uitkerings- en bijstandsaanvragen.

Met de verdeling van 400 miljoen komt het kabinet tegemoet aan een aantal moties van de Tweede Kamer. Het kabinet heeft al bijna een miljard gulden extra uitgetrokken voor lastenverlichting en meer uitgaven. PvdA-fractievoorzitter Melkert had eerder aangedrongen op extra geld voor het Rijksmuseum. ,,Het Rijksmuseum is een pronkstuk van de Nederlandse cultuur'', aldus de premier. Hij verwacht dat het museum de bijdrage aan de architectuur, de modernisering en de toegankelijkheid besteedt. Kok sprak van ,,een markant gebaar van de Nederlandse regering''.

De rest van de 400 miljoen wordt verdeeld onder een aantal ministeries. Het ministerie van Onderwijs krijgt 40 miljoen gulden extra om ,,tienduizenden gebruiksklare computers'' aan het onderwijs te leveren. Het gaat om computers van bijvoorbeeld de Belastingdienst die opgewaardeerd moeten worden zodat er in het onderwijs mee gewerkt kan worden.

Daarnaast is er 100 miljoen gulden gereserveerd voor het oplossen van het mestprobleem in de intensieve veehouderij. Het plan dat minister Brinkhorst (Landbouw) daarvoor heeft ingediend kost in totaal anderhalf miljard gulden. Landbouw krijgt ook 50 miljoen extra voor de aankoop van natuurgebieden.

Volksgezondheid krijgt vijftien miljoen gulden voor het Waarborgfonds Kinderopvang. Tot slot wordt honderd miljoen gulden gestort in het Fonds Economische structuurversterking, waaruit investeringen in wegen, spoorwegen en computernetwerken worden betaald.