IJzeren Rijn

Met de strekking van het artikel over de `IJzeren Rijn' van Caroline de Gruyter (NRC Handelsblad, 11 november), kan ik geheel instemmen. Ik heb evenwel een tweetal kanttekeningen.

Ten onrechte wordt gesteld dat de IJzeren Rijn in 1991 gesloten zou zijn. In werkelijkheid bleven grote stukken van deze spoorlijn tussen Antwerpen en Duitsland over Nederlands grondgebied in gebruik, zoals tussen Weert en Roermond en in mindere mate tussen Budel en Weert. Enkel op het stuk Roermond-Dalheim vond sinds 1991 niet langer grensoverschrijdend verkeer plaats, maar de volledige spoorlijn bleef altijd in het structuurschema verkeer en vervoer opgenomen. Overigens kan in dit verband worden opgemerkt dat de NS indertijd zelfs expliciet stelden (in het Beheers- en Inrichtingenplan van het natuurgebied `Meinweg') dat de bestemming van de spoorweg niet zou veranderen en dat te allen tijde van dit spoor gebruik zou kunnen worden gemaakt.

De relevantie hiervan is groot en verstrekkend: in sommige Nederlandse middens wordt nu al maandenlang getracht te `bewijzen' dat aan het gebruik van met name het historisch tracé van de IJzeren Rijn door het Meinweggebied een MER (Milieu Effect Rapportage) verbonden is. De wet bepaalt evenwel dat een MER verbonden is aan enigerlei `besluit' (bijvoorbeeld tot wijziging van de bestemming van de betrokken spoorlijn).

Een dergelijk plan is al voor de IJzeren Rijn gemaakt en niet meer aan de orde. Bijgevolg kan dan ook niet meer van een MER-plicht sprake zijn. Het is niet helemaal uit te sluiten dat het beperkte hergebruik van het historisch tracé een zeker effect op het milieu kan hebben; gericht en doelmatig onderzoek hierover kan dit mogelijk effect mitigeren. Met zo een doelmatig onderzoek kunnen hooguit enkele maanden gemoeid zijn. Uiteraard hebben wij geen enkel bezwaar om in een geest van goed nabuurschap te zoeken naar een eindoplossing die voor alle partijen aanvaardbaar is, inclusief het onderzoek naar alternatieve tracés en de daarbij horende uitvoering van een MER voor de `eindoplossing'. Wij vragen thans immers alleen om een direct uitvoerbare `interim-oplossing' die in tijd en intensiteit beperkt is, maar toch al op korte termijn een aanzienlijk deel van het vrachtvervoer van de weg haalt, de eventuele overlast tot een strikt minimum beperkt en die derhalve voor alle partijen fair is.

    • Studiedienst Antwerpse Haven
    • Dr. J. Blomme