Het inkomen van de tolk

De tolkenwereld is in beroering. De tolken hebben in oktober zelfs voor het eerst in de geschiedenis van het vak gestaakt voor een betere vergoedingsregeling. De actie was een initiatief van de oudste beroepsorganisatie, het Nederlands Genootschap van Vertalers (NGV).

Ook sommige leden van de wat jongere Nederlandse Vereniging van Tolken en Vertalers (NVTV) sloten zich bij de staking aan. Erg veel indruk maakte de actie niet: Rechtbanken zeiden er in ieder geval weinig van te merken; zittingen liepen geen vertraging op, al moest in een enkel geval de rechter zelf voor een verdachte vertalen. Al was de actiebereidheid gering, opmerkelijk was de staking wel: alle tolken werken als zelfstandig ondernemer en die leggen over het algemeen het werk niet neer.

Het gaat om tolken die regelmatig werken voor overheidsdiensten en die te maken hebben met door de overheid vastgestelde tarieven. De meeste van deze tolken werken via de zogenoemde tolkencentra, die helemaal gefinancierd worden door het rijk. De tolken worden op oproepbasis ingezet om vertaaldiensten te verrichten op terreinen als de gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening, volkshuisvesting en vluchtelingenopvang. De tolk kan 43,50 gulden per uur declareren. Voor het moeilijker geachte telefonisch tolken kan 56,40 gulden per uur gerekend worden.

De Immigratie- en naturalisatiedienst, IND, heeft een eigen netwerk van oproepbare tolken. Een IND-tolk krijgt voor krijgt voor Frans, Duits en Engels 66,60 gulden per uur. Voor andere talen geldt een tarief van 88,50. Beginnende tolken in `exotische' talen krijgen niet het hoge tarief maar beginnen op het niveau van de zogenoemde moderne talen. Als zij aan de verwachting voldoen, hebben ze na een jaar recht op het hogere uurtarief. De derde en de kleinste groep tolken, die voor de overheid werkt, zijn de zogenoemde gerechtstolken. Zij verdienen 68 tot 119 gulden per uur. Het bedrag voor de gerechtstolken wordt hoger naarmate de taal zeldzamer wordt.

Het tarievenmodel dat nu gehanteerd wordt voor de tolken vertoont nog al wat kenmerken van twintig jaar geleden. Het beheersen van talen die toen nog werden beschouwd als exotisch, worden beter betaald dan Frans, Duits of Engels. De samenstelling van de bevolking is echter inmiddels zo veranderd dat er meer tolken Turks en Marokkaans te vinden zijn dan tolken Engels en Frans. Bovendien brengt de huidige tariefstructuur met zich mee dat iemand die geen opleiding heeft maar wel de Afghaanse taal Pashto spreekt, beter betaald wordt dan iemand die de hbo-opleiding tolk-vertaler heeft gedaan, en afgestudeerd is op Engels en Frans. Kwaliteit betaalt niet automatisch uit. Het systeem wordt daarom veranderd.

Het ministerie van justitie zegt zich allereerst in te zetten voor verbetering van de kwaliteit. Met name over de IND tolken zijn de laatste jaren nogal wat klachten binnengekomen bij de Ombudsman. De Binnenlandse Veiligheidsdienst heeft zelfs onderzoek gedaan naar geruchten dat IND-tolken zouden werken voor mensensmokkelaars. De BVD kon dat bewijzen, maar Justitie vond het wel tijd worden om een soort standaard in te voeren waaraan tolken moet voldoen. Het is de bedoeling dat een dergelijke certificering over een paar jaar voor iedere tolk verplicht wordt. In de testen voor het certificaat zit dan ook een integriteitstoets.

Het ministerie van Justitie zegt daarnaast de huidige tarieven erg mager te vinden. Dat vinden de tolken ook, temeer ze daar de uurbedragen sinds 1981 niet meer zijn veranderd, zelfs niet zijn gecorrigeerd op inflatie. Maar dat is ongeveer ook het enige waar het departement en de tolken het over eens zijn.

Een werkgroep waarin zowel het departement als de tolken zitting hadden, heeft onderhandeld over nieuwe tarieven. De werkgroep is het niet eens geworden. Het ministerie wil namelijk drie nieuwe tarieven invoeren: 83 gulden per uur voor een basistolk, en 116 gulden voor de sommige hele moeilijke gespecialiseerde klussen. Dan gaat het met name om gerechtstolken. Voor de tolken die nu al een hoger uurtarief hebben (volgens het ministerie is dat een kleine minderheid) komt er een overgangsregeling. Het pijnpunt zit erin dat de gerechtstolken en het ministerie elk een andere definitie hanteren voor `gespecialiseerde tolk'. De gerechtstolken vinden dat zij zonder meer het bedrag van 116,17 gulden per uur horen te krijgen, omdat ze zich moeten scholen in de rechtsgang en het juridisch jargon. Het ministerie van Justitie vindt dat zij het basistarief moet betalen, tenzij het bijvoorbeeld gaat om een megaproces.

Overigens wil het ministerie nog een tarief invoeren voor tolken die net beginnen, en die worden ingezet om de zogenoemde frictieschaarste op te lossen. Nederland krijgt bijvoorbeeld nu veel asielzoekers binnen uit Azerbeidzjan en Tadzikistan. Bijbehorende tolken worden, oneerbiedig gezegd, nu gewoon van straat geraapt. Deze vertalers krijgen in de toekomst 58 gulden per uur met daaraan gekoppeld een opleiding. Dit tarief is onomstreden.

De ruzie tussen de tolken en het ministerie van justitie neemt nogal hevige vormen aan, als je de tolken mag geloven. `Schandalig' en `onaanvaardbaar' zijn termen die je nogal eens te horen krijgt van de tolken zelf en hun beroepsorganisaties.

Voorzitter Ellen Heertje van de sectie gerechtstolken van het Nederlands Genootschap voor Vertalers beschrijft de gang van zaken rond de tolkentarieven zelfs als een ontwikkeling van `rechtsstaat naar bananenrepubliek'. Heertje: `Een goede rechtsgang is in veel gevallen afhankelijk van een goede tolk. Gerechtstolken moeten zich continu laten bijscholen, moeten op de hoogte zijn van alle aspecten van de rechtsgang om hun werk goed te doen. Deze kwaliteit moet maar eens betaald worden, anders gaat het niveau van de rechtspraak ook achteruit'. Volgens Heertje komen tolken ook met het nieuwe basistarief nauwelijks rond. Een medewerker van het ministerie van Justitie toont onbegrip over het conflict, omdat voor de meeste tolken de tarieven aanzienlijk omhoog gaan.

    • Astrid van der Werf