Het dier aarde

De aarde is één groot zelfregulerend organisme, aldus geoloog Peter Westbroek. Maar er zijn grenzen aan het systeem. `De mens is de boel behoorlijk aan het verstoren. Je kunt dat al of niet jammer vinden.'

HET IS EVEN slikken. Dan komt het woord er uit. Gaia. ``Voor je cv is het niet bevorderlijk om je met dit zogenaamd achterlijke gedachtengoed in te laten'', aldus geoloog prof.dr. Peter Westbroek, die onlangs zijn inaugurele rede hield aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Westbroek heeft zeker twintig jaar onderzoek gedaan aan Gaia, het idee dat de aarde één groot zelfregulerend superorganisme is. In wetenschappelijke kringen is dergelijk onderzoek not done. ``Dat zal me worst wezen'', zegt Westbroek, terwijl hij een kop thee inschenkt in de zitkamer van zijn Delftse rijtjeshuis. ``Gaia is te interessant om links te laten liggen.''

Gaia is een idee van de Brit James E. Lovelock. Aan het eind van de jaren zeventig kwam hij met zijn hypothese dat de aarde gezien kan worden als een superorganisme, als een groot zelfregulerend lichaam. De Brit gaf zijn hypothese de naam Gaia, naar de Griekse godin van de aarde (zijn vriend en buurman William Golding, auteur van onder andere The lord of the flies, had hem deze sprekende naam aan de hand gedaan). De New-Agebeweging pikte het idee op en gaf er een voor de wetenschap onverdraaglijke esoterische tint aan. New-agers zagen in Gaia een bewijs voor het bestaan van een goede en zachtwillige Moeder Aarde, die ons beschermt, voedt en koestert. Sindsdien staat Gaia op de zwarte lijst van de wetenschap.

Toch lijkt Moeder Aarde de kop weer op te steken. Op 9 februari 1998 werd aan de universiteit van Oost-Londen een organisatie opgericht onder de naam `Gaia: The Society for Research and Education in Earth System Science'. Westbroek is er lid van. Aan zijn eigen Leidse universiteit richtte hij vorige maand een soortgelijke organisatie op: het Gaia research centre for biogeology. Ook aan de Universiteit Utrecht kunnen studenten sinds september de nieuwe studierichting biogeologie volgen. Westbroek: ``Ik vind de Gaia-gedachte niet zo achterlijk. Dat algemene onbehagen is niets anders dan valse schaamte.''

Zijn er dan aanwijzingen dat de aarde zelfregulerend is?

Westbroek: ``Ja. Bijvoorbeeld, de aarde is de afgelopen 3,7 miljard jaar afgekoeld. Maar de zonnestraling is in die tijd met 25 procent toegenomen, dus de aarde zou warmer moeten worden. Lovelock zei het al, de temperatuur wordt op de een of andere manier gereguleerd. Trouwens, dat idee van Gaia bestond eigenlijk al. Aan het eind van de achttiende eeuw kwam James Hutton er mee aanzetten. Hij is de grondlegger van de geologie en was de eerste die zag dat gesteenten rouleren. Ze verdwijnen de aarde in, worden opgesmolten en bij gebergtevorming komen ze weer aan het aardoppervlak. Gesteenten eroderen vervolgens en het verweerde materiaal komt via rivieren weer op de bodem van zeeën en oceanen terecht om dan weer de diepte in te verdwijnen. Maar Hutton zag ook dat planten hun voedingsstoffen onttrokken aan deze lopende band. En die planten werden weer opgegeten. Hij ontwaarde een groot netwerk, een samenhang tussen de aarde en het leven daarop. Daarom noemde hij de aarde al een groot dier, een soort superorganisme.''

U zegt: de aarde is afgekoeld terwijl de zon feller is gaan schijnen. Is dat zo'n overtuigende aanwijzing voor zelfregulatie?

``Ja, laat ik dan wat specifieker zijn: vulkanen spuwen het broeikasgas koolstofdioxide uit. Daardoor stijgt de concentratie CO2 in de atmosfeer en warmt de aarde op. Maar het heeft ook als gevolg dat chemische reacties sneller verlopen. Het verweringsproces versnelt en bij dat proces wordt CO2 uit de atmosfeer weggezogen. Dat leidt weer tot afkoeling van het klimaat. Je ziet, er is een wereldomspannend regelsysteem van het klimaat. Een thermostaat voor de aarde.''

Hebben levende wezens, zoals de mens, invloed op dit systeem?

``Het systeem kan in principe draaien zonder dat er leven aan te pas komt. Maar op aarde is er iets unieks aan de hand. Het leven heeft op onze planeet een diepe invloed gekregen op allerlei processen. Bacteriën, korstmossen, vaatplanten, allemaal hebben ze koolstofdioxide nodig voor de fotosynthese. Denk nu weer aan die vulkaan die ineens een lading koolstofdioxide de lucht in stoot. Daardoor wordt het dus warmer. Maar dan neemt de plantengroei toe. En wat gebeurt er? De CO2 wordt nóg sneller uit de lucht gezogen, en ook de verwering gaat sneller. De thermostaat is efficiënter geworden. Door de aanwezigheid van het leven reageert hij sneller.

``Wat ik wil zeggen: levende wezens hebben in de loop van de afgelopen miljarden jaren een steeds strakkere greep gekregen op allerlei geologische processen. Neem bijvoorbeeld de kalk in de oceanen. In prehistorische tijden kon kalk neerslaan op bacteriën en op allerlei kleine zee-organismen. Er vormden zich dikke korsten op die diertjes. Ze werden daardoor zo zwaar dat ze naar beneden zakten, naar de oceaanbodem. Op die diepte dringt meestal geen licht door. De organismen kunnen daar geen fotosynthese meer uitvoeren en leggen dan geen energie meer vast voor allerlei biochemische reacties. Zonder licht sterven ze. Daarom konden die organismen zich lange tijd alleen maar ophouden in ondiepe regionen, daar waar toch nog wat licht op de bodem doordringt. Kalkriffen bleven beperkt tot de periferie van de oceanen. Maar op een gegeven moment ontwikkelden die organismen de mogelijkheid om slijm te maken. Het kalk kon niet meer op hen neerslaan. De oceaan raakte oververzadigd met kalk. Later ontwikkelden de dieren methodes om intern kalk te vormen. Heel gereguleerd. Vlak na de Cambrische explosie, zo'n 545 miljoen jaar geleden, slaagden organismen erin om schelpen aan te leggen. De oceanen konden toch weer van hun kalk af. En tijdens het Trias, zo'n 245 miljoen jaar geleden, verschijnen opeens de coccolieten. Deze eencelligen maken prachtige kalkskeletjes ter versteviging. Die waren zo licht dat de coccolieten konden blijven drijven. Ze gingen de oceanen bevolken. Stierven ze, dan zakten ze naar de diepzeebodem. De coccolieten waren de eerste organismen die kalk naar de diepzee brachten. De bodem van de oceanen werd zo het grootste reservoir van koolstof.

``Wij doen onderzoek aan zo'n kalkvormende coccoliet: Emiliania huxleyi. Hij blijkt belangrijk bij de regulatie van het klimaat. De alg kan enorme wolken in de oceaan vormen. Op luchtfoto's wordt dat zichtbaar. Adembenemend, als je de kop van Schotland omgeven ziet door een wolk van Emiliania. Soms spreidt zo'n wolk zich zelfs uit over de hele breedte van de Atlantische Oceaan.''

De klimaatconferentie in Bonn, twee weken geleden, mag je als mislukt beschouwen. Moeten we rouwen om het feit dat er amper maatregelen worden genomen om de stijging van het CO2-gehalte binnen de perken te houden? Of kunnen we vertrouwen op Gaia, die de concentratie van het broeikasgas zelf in de hand houdt?

``Gaia is geen garantie dat het allemaal goed komt. Dat geloof ik niet. Gaia is een methode om naar de aarde te kijken; het idee dat biologische en geologische interacties centraal staan op de aarde, al miljarden jaren. Wij als mens hebben daar wel degelijk invloed op. De mens is een soort die de boel aan het verstoren is. Het Europese continent bestond ooit voor een groot gedeelte uit bos. Daar is een flink stuk van verdwenen. Als er bossen verdwijnen, mis je een opslagplaats voor koolstofdioxide. Ik vind het wel angstaanjagend zoals die CO2 naar boven jaagt, al weten we niet precies wat het betekent. Als je bedenkt hoezeer wij mensen gefixeerd zijn op één plek, je moet er niet aan denken dat er massale volksverhuizingen plaatsvinden door een ingrijpende klimaatsverandering. We hebben al problemen genoeg, in Servië en Kosovo bijvoorbeeld.''

Is het erg voor het systeem aarde als wij ons eigen graf graven?

``Als wij hele ecosystemen vernietigen, zullen wij niet de enige slachtoffers zijn. We nemen een heleboel andere soorten in onze val mee. En we verstoren tenminste een deel van de mondiale regelsystemen die over honderden miljoenen jaren zijn opgebouwd. Je kunt dat al of niet jammer vinden. Ik zou het jammer vinden.''

Maar komt daarmee een eind aan al het leven op onze planeeet? James Lovelock heeft veel van zijn ideeën samen met de microbiologe Lynn Margulis uitgewerkt. En zij ziet de mens als ongevaarlijk, nietig ongedierte.

``Lynn noemt Gaia een taai wijf dat niet door de mens bedreigd wordt. Zij is microbiologe en gelooft heilig in de kracht van het kleine leven. En daar ben ik het wel mee eens. Bacteriën vormen de ruggengraat van de biosfeer. Die zijn zo oud. Het eerste leven was er 3,7 miljard jaar geleden. Als je de geschiedenis van de aarde in één dag propt, verschijnt om 6 uur 's ochtends het eerste leven. Om 11 uur komt er zuurstof in de atmosfeer. De eukaryoten, die hun erfelijk materiaal netjes in een celkern hebben liggen, verschijnen pas in de namiddag, om vijf uur. Tweederde van de tijd zijn er dus alleen maar bacteriën op aarde. Die hebben zo veel ontwikkeld, ze zijn zo geweldig georganiseerd. Als je dat als maatstaf neemt, dan maakt het niet uit dat we er niet zijn. Het leven gaat wel verder, desnoods diep onder de grond. Op vier kilometer diepte vind je nog bacteriën. De deep hot biosphere noemen ze dat tegenwoordig.

``Het is trouwens al eerder behoorlijk mis gegaan. Op de Perm/Trias grens bijvoorbeeld, zo'n 245 miljoen jaar geleden. Toen stierf ongeveer 95 procent van alle dierlijke leven op aarde uit. Men noemt dat de moeder aller uitstervingen. Maar het leven herstelde zich weer snel.''

Het Global Change programma probeert klimaatveranderingen in de komende 100 jaar te voorspellen. Wat vindt u van dit programma?

``Mijn fundamentele kritiek is: men kijkt niet ver genoeg terug. De voorspellingen voor de komende honderd jaar zijn gebaseerd op klimaatgegevens van de afgelopen 120.000 jaar. Geologisch gezien een oogwenk. Je bekijkt de aarde alsof hij geen geheugen heeft. En dat is er wel degelijk. Het leven is 3,7 miljard jaar oud en is er sindsdien altijd geweest. Dat zegt iets over de nauwe astronomische marges die op aarde hebben geheerst. Doe daar dan meer onderzoek aan.''

In Engeland en Nederland zijn de afgelopen jaren weer centra verschenen die het principe van Gaia bestuderen. Mag Gaia weer?

``Mag? Moet! Gaia vertelt een verhaal: hoe alles op de aarde in elkaar grijpt en uit elkaar voortkomt. En dat we er zuinig op moeten zijn. Ik vind het erg ontroerend om daarover na te denken. Gaia is het enige vaderland dat de moeite waard is. Je gaat toch niet vechten voor Nederland, of voor Congo. Ik sprak laatst een man van de Unesco, over het onderwijs van de toekomst. Hij had het over het idee van terre patrie, de aarde als vaderland. Je moet kinderen niet opvoeden met nationalistische ideeën, ideologieën en dogmatismen. Wij als wetenschappers hebben hier een taak. En een verantwoordelijkheid. We moeten mensen duidelijk maken dat ze een product zijn van miljarden jaren evolutie. Dat maakt ieder wezen op aarde tot iets heel erg bijzonders. Mensen realiseren zich dat niet. Maar het is een essentieel idee voor onze omgang met de aarde. Men verliest daardoor de nationalistische identiteit. Wetenschap heeft de kracht om dogmatismen uit de wereld te helpen. Maar we doen het niet. Mijn universiteit houdt zich niet bezig met waarden, ook al staat dat in haar reglement. De universiteit is alleen maar bezig met vercommercialiseren.''

Een kenmerk van een levend wezen is dat het zich voortplant. Krijgt Gaia ook nakomelingen?

``Er wordt wel gezegd dat de mens zich ooit zal uitzaaien over andere planeten, zoals Mars, om daar dan biologische systemen te introduceren. Maar waarom zouden we daar naartoe gaan? We hebben een fantastische planeet, die volgens mij uniek is in het hele universum. Als je bedenkt hoeveel dat ding ontwikkeld en geëvolueerd is. Ik vind het een triest idee om op een bleke kopie van de aarde verder te moeten.''

    • Marcel aan de Brugh