Grote stad: gekozen burgemeester

Vrijdagavond 5 november, Rotterdam.

Na het concert in de Doelen te voet terug naar het Centraal Station. Aangesproken door vier bedelaars over een afstand van nog geen 500 meter. In de wachtende trein lastig gevallen door een vijfde bedelaar.

Dinsdagavond 9 november, New York.

Na de Opera teruggelopen van het Lincoln Center naar ons hotel. Geen enkele bedelaar gezien ondanks een drie maal langere wandeling dan in Rotterdam.

Woensdagmiddag 10 november, New York.

Lunchtoespraak voor de Nederlandse Financiële Club in New York. Onder de gasten ook een hoge, vrouwelijke diplomaat van de Nederlandse Ambassade: ,,Ik voel me als lange, blonde vrouw veiliger in New York dan in Rotterdam.''

Wij liepen nog vijf keer extra van ons hotel naar het Lincoln Center en weer terug. Niet om sociaal-wetenschappelijk onderzoek te doen naar verschillen in armoede tussen New York en Rotterdam, maar voor nog vijf prachtige voorstellingen. De toegangskaarten zijn veertig procent duurder dan in de Stopera (New York City Opera) of driemaal zo duur (Metropolitan Opera) en de ensceneringen gemiddeld wat traditioneler. In Amsterdam hebben Truze Lodder en Pierre Audi meer ruimte voor spannende regie-opvattingen omdat niet elke uitvoering beslist een kassucces hoeft te worden. In New York moet men meer op zeker spelen, maar ik was bijvoorbeeld wel dankbaar om een Carmen te zien met echte, nou ja, Spaanse decors en kostuums, na een mislukte geforceerd-moderne enscenering in Amsterdam. De enige voorstelling die in New York een beetje tegenviel was een Figaro onder leiding van Edo de Waart die slecht de solisten volgde en in het vierde bedrijf veel te langzame tempi koos. Een stuk minder dan de uitvoering vorig jaar met James Levine. We kunnen nog spijt krijgen dat De Waart nu bij de Stopera in Amsterdam de dirigeerstok overneemt van Hartmut Haenchen.

Ook in New York nog veel gedacht aan staatssecretaris Rick van der Ploeg met zijn krachtige uitspraken over de samenstelling van het publiek bij de Opera. Tijdens het seizoen zijn daar iedere week zeven uitverkochte voorstellingen in de Met (3.500 plaatsen) en pal ernaast ook zeven voorstellingen in de City Opera (ruim 2.000 plaatsen). Maar net als in Nederland, zijn er weinig jongeren bij de dure voorstellingen in de Met, terwijl de goedkopere NYCO wel een gevarieerd publiek aantrekt. Met alle respect voor mijn geleerde vriend, dat is precies zoals we kunnen voorspellen volgens de economische theorie, en er is geen reden om daar moeilijk over te doen. Als Van der Ploeg na zijn excursie in het Haagse zin heeft om mijn collega te worden op Nyenrode, kan hij iedere dag aanschouwen dat de populatie van de vissers langs het Amsterdam-Rijn kanaal hoofdzakelijk bestaat uit vutters en gepensioneerden. Waarom? Vissen is pas leuk als je de hele dag kunt uittrekken om met veel geduld naar de dobber te turen. Zelfs een Wagner-opera duurt niet zo lang, en als Tosca om acht uur begint, springt de Diva gegarandeerd voor elven van de Engelenburcht. Dus voorspelt de economische theorie dat mensen die over veel vrije tijd beschikken zullen kiezen voor tijdrovende genoegens, terwijl de advocaat of bankier die per uur ook 600 gulden zou kunnen verdienen zoekt naar vormen van recreatie die kort en hevig zijn. De hele actie van Van der Ploeg over de samenstelling van het publiek bij de Opera was dus economisch misplaatst, ook nog omdat én in New York én in Amsterdam op de dag van de voorstelling kaarten worden verkocht aan mensen met minder geld maar veel tijd om in de rij te wachten voor de kassa.

Tijdens zes dagen in New York komt burgemeester Giuliani vaak genoeg aan het woord, en meestal over concrete zaken waar hij verantwoordelijk voor is. Is het waar dat taxichauffeurs zwarte mensen op de stoep laten staan omdat ze liever een blanke passagier oppikken? Is het bijstandsbeleid wel overeenkomstig de wet? Over al zulke vragen spreekt de burgemeester in tal van interviews, maar het tempo van het beleid ligt hoger dan in Nederland. Een Amerikaanse burgemeester weet dat een daling in de misdaad enorm helpt in de campagne voor herverkiezing. Nederlandse burgemeesters, daarentegen, worden benoemd en herbenoemd door de Kroon en lopen dus weinig risico zolang ze zich maar gepast gedragen. Amerikanen die in Nederland werken hebben het over een ontbrekend `sense of urgency', misschien wel als gevolg van het comfortabele poldermodel. In de tijd dat Giuliani de misdaad bijna halveerde, kwamen wij niet verder dan het correct tellen van de agenten.

Toch weet burgemeester Opstelten van Rotterdam natuurlijk ook dat zijn Stationsplein doet denken aan het Oostblok ver voor de Wende en dat hasjdampen en een bedelaar op elke straathoek niet het beste recept zijn om Rotterdam weer vooruit te krijgen. Wat Giuliani al heeft bereikt in New York, kan natuurlijk ook in een stad die tien maal zo klein is, als een gekozen burgemeester maar beschikt over de nodige bevoegdheden. In Nederland heeft de gemeente echter bijna niets te zeggen over politie en onderwijs, want het rijk bepaalt de salarissen en inspecteert de kwaliteit. En bij de Sociale Dienst van Rotterdam geldt dat het rijk toch alle uitkeringen betaalt zodat de huidige praktijk waarbij de meeste cliënten zo ongeveer één keer per jaar iets horen van de Dienst zonder bezwaar kan voortsudderen. En dus kan een burgemeester evenveel interviews geven als zijn collega in New York, maar de vraag is dan niet: ,,Burgemeester, wat gaat u doen?'', maar eerder: ,,burgemeester, hoe voelt u zich?'' Niet zo goed, denk ik, met wèl verantwoordelijkheid voor 500.000 inwoners van de armste stad van Nederland, maar nauwelijks enige bevoegdheid.

Gemeentelijk beleid voor politie, bijstand en onderwijs valt in Nederland onder burgemeester en wethouders en drie ministeries. Veel interviews, maar weinig krachtig beleid. Minister Klaas de Vries van Sociale Zaken heeft op 21 oktober in een geheime vergadering met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een hard njet gehoord over zijn plan om de gemeenten veel meer financieel verantwoordelijk te maken voor de Sociale Dienst. Minister Peper stuit op weerstand van de bonden wanneer hij het grote verloop wil aanpakken bij de politie in de grote steden en burgemeester Deetman van Den Haag krijgt nul op het rekest wanneer hij vraagt of sommige agenten misschien weer 40 uur per week kunnen gaan werken. Een gekozen burgemeester lost niet al die problemen met een toverstaf op, maar heeft tenminste het krachtige mandaat dat kennelijk nodig is om eindelijk de bevoegdheden voor politie en bijstand duidelijk neer te leggen op het lokale niveau. Geef Opstelten het budget, en de Sociale Dienst in Rotterdam gaat harder lopen. Geef Deetman het politiegeld en er komt meer blauw op straat. Misschien maken de kiezers wel precies dezelfde keuze voor burgemeester als de koningin. Maar alleen het volk geeft een mandaat, en dat is nodig voor meer vaart in onze zompige polder.

    • Eduard J. Bomhoff