Europees pensioen begrensd

Elke Europeaan heeft het recht om in een andere lidstaat te wonen of werken. Maar in die periode een pensioen opbouwen, is niet zo gemakkelijk. De landen houden er hun eigen regels op na en harmonisatie zit er voorlopig niet in.

De fysiotherapeut Wielockx heeft de Belgische nationaliteit. Hij woont in België, maar hij werkt in Nederland en daar betaalt hij belasting. Als zelfstandig ondernemer trekt hij een gedeelte van zijn winst af om een pensioenspaarpotje te vormen. Dat mag, want ondernemers hebben recht op een fiscale oudedagsreserve (FOR). Hoewel... Volgens de wet mogen alleen binnenlandse belastingplichtigen een bedrag aftrekken voor de FOR. De Nederlandse staat accepteert de aftrekpost dan ook niet, want die ziet de bui al hangen. Wielockx bouwt met steun van de Nederlandse fiscus een pensioen op, maar tegen de tijd dat hij niet meer in Nederland werkt en van zijn pensioeninkomen leeft, is het de Belgische fiscus die daarvan de vruchten plukt. Dat is immers het land waar hij als gepensioneerde inkomstenbelasting betaalt. De fysiotherapeut laat het er niet bij zitten en stapt verontwaardigd naar de Europese rechter, die hem gelijk geeft.

Het kan ook anders. Neem de Duitser Bachmann, die tijdelijk in België woonde en werkte. Ook hij wilde zijn toekomstige pensioeninkomen opvijzelen en daarom sloot hij in Duitsland levensverzekeringen af. De premies trok hij af van de belasting in België. België pikte dat niet, om dezelfde reden waarom Nederland moeite had met de aftrekposten van Wielockx. Ook Bachmann zocht zijn heil bij de rechter, maar hij trok aan het kortste eind.

Hoewel het Europese Hof van Justitie beide uitspraken kan verdedigen (in het eerste geval baseert het Hof zich op belastingverdragen tussen landen onderling en het in tweede geval is de nationale wetgeving van het land in kwestie het uitgangspunt), wordt de situatie er voor de Europese belastingbetaler niet duidelijker op. Het is begrijpelijk dat landen de inkomstenderving ten gevolge van fiscale pensioenfaciliteiten willen compenseren door belastingen te heffen over de pensioenuitkering, maar daar heeft de mobiele Europeaan geen boodschap aan. Die weet dat de grenzen zijn opgeheven en dat hij overal mag wonen en werken. Dan ligt het voor de hand dat hij ook probleemloos een pensioen kan opbouwen, want dat is tenslotte een voorziening die met werken samenhangt. ,,Ja, het is erg verwarrend'', geeft Peter Kavelaars toe. De hoogleraar fiscaal recht aan de Erasmus Universiteit maakte deel uit van een commissie die onlangs een rapport publiceerde over belastingheffing over pensioenen. ,,Iedereen mag in een ander land werken, maar in de praktijk zijn er belemmeringen. Op pensioengebied ontbreekt het aan duidelijke Europese afspraken.'' Deze lacune wordt onder andere veroorzaakt doordat de pensioensystemen van de verschillende Europese lidstaten sterk van elkaar afwijken. ,,In het ene land zijn verplichte pensioenregelingen en in het andere land niet'', zegt Kavelaars. ,,Ook zijn er verschillen in leeftijd. De Denen gaan met 67 jaar met pensioen, maar de Fransen met 60. Een ander verschil is het systeem dat gehanteerd wordt. Nederland kent een kapitaaldekkingsstelsel, dus iedereen bouwt zijn eigen pensioen op. Maar in België is een combinatie van een kapitaaldekkingsstelsel en een omslagstelsel, dus daar betalen de werkenden ook mee aan de uitkeringen voor degenen die nu gepensioneerd zijn, zoals wij dat bij de AOW doen. En is de uitkering 60, 70 of, zoals in Frankrijk, 80 procent van het laatste loon?'

Tenslotte loopt de fiscale faciliëring sterk uiteen, zoals Wielockx en Bachmann aan den lijve ondervonden. Kavelaars: ,,Nederland wil grensoverschrijdende pensioenpremies niet fiscaal faciliëren. Dat is heel lastig, want wat doe je dan met al die mensen die in het buitenland gedetacheerd zijn? Moeten die maar een tijdje stoppen met hun pensioenopbouw? Of moeten ze het pensioen dat ze al opgebouwd hadden maar meenemen naar het buitenland? En ontstaat er dan geen pensioenbreuk, waardoor het pensioeninkomen een stuk lager uitpakt?'

Het is duidelijk dat de Europeaan die een tijdje over de grens wil werken en tegelijkertijd een goed pensioen wil opbouwen, er goed aan doet zich eerst eens te verdiepen in de pensioenregelingen in den vreemde. Duitsland zal dan al snel geen aantrekkelijk land meer zijn, want buitenlanders die daar een pensioen opbouwen en binnen tien jaar weer teruggaan naar hun land van herkomst, raken hun pensioenrechten kwijt. Ook is het zaak om te kijken naar de manier waarop het nieuwe land pensioenen fiscaal behandelt. Maar belangrijker is dat de Europese landen het snel eens worden over de belastingheffing, zodat werknemers niet meer naar de rechter hoeven stappen als ze een aftrekpost willen opvoeren die voor de autochtone burgers in een land de gewoonste zaak van de wereld is. Te denken valt aan een woonstadheffing: het land waar de gepensioneerde Europeaan woont, strijkt het belastinggeld op. ,,Daar protesteert de Nederlandse fiscus tegen'', zegt Kavelaars. ,,Die ziet dan veel pensioeninkomsten verdwijnen, omdat veel ouderen naar België verhuizen.'' De Belgen op hun beurt ontkennen dat heftig. ,,Zíj klagen erover dat hun pensioeninkomsten naar Frankrijk gaan.'' België pleit daarom voor een bronheffing: volgens een verdeelsleutel mag zowel de woonstaat heffen als het land dat de voorziening gefacilieerd heeft. Volgens Kavelaars duurt het nog wel even voordat Brussel eruit is.

Belastingheffing over pensioenen in Europa, Rapport van de Commissie pensioenen internationaal, Kluwer 1999, ISBN 90 200 2071 4

    • Wilma van Hoeflaken