`Europa lijdt onder te veel democratie'

Het `democratisch tekort' in Europa is een veel gehoorde klacht. Onzin, stelt de Nederlandse denktank Clingendael in een recente publicatie over de Europese Unie.

Europa kampt eerder met te veel dan met te weinig democratie. ,,De burgerij heeft geen last van enigerlei democratisch tekort, maar van het feit dat de EU en haar instellingen zich trachten te tooien met de veren van een volwaardige rechtsstaat zoals verkiezingen voor het Europees Parlement (–) en straks wellicht ook nog een heuse Europese grondwet, zonder over de botten en het vlees van zo'n staat te beschikken.''

Deze opmerkelijke stelling staat in de laatste publicatie over Europa van het Instituut Clingendael, de Nederlandse `denktank' over buitenlandse politiek.

In Europa wordt juist veel geklaagd over een democratisch tekort: de tekortschietende medezeggenschap van het Europees Parlement, en het feit dat de nationale parlementen onvoldoende zicht hebben op hetgeen nationale ministers in Europese raden bespreken. `De Mythe van democratisch tekort. Een discussiebijdrage over de Europese politiek' van Clingendael-medewerker en Leids docent politieke wetenschappen Alfred Pijpers verwerpt die stelling. Doordat het Europese ideaal is gemodelleerd naar de nationale democratie (met parlement en directe verkiezingen) ontstaat het misverstand dat internationale organisaties als de EU democratisch te controleren zijn. Maar de nationale volkswil ,,kan zich per definitie niet of nauwelijks doen gelden buiten de staatsgrenzen'', en een Europese volkswil bestaat niet.

De Europese Unie heeft, ondanks supranationale instellingen zoals de Commissie en het Parlement, toch veel eigenschappen gehouden van een internationale statengemeenschap (overleg in Europese raden bijvoorbeeld), hetgeen structurele beperkingen voor democratische controle met zich meebrengt. Er bestaat geen Europees gezagscentrum dat tot de verbeelding sprekende besluiten neemt, met alle gevolgen voor verkiezingsopkomst (laag) en Europees debat (geen) van dien.

In de Europese geschiedenis, schrijft Pijpers, zijn democratische rechten moeizaam bevochten op autocratisch gezag: no taxation without representation. ,,In de Europese Unie lijkt zich een omgekeerd proces te voltrekken. Daar wordt van hogerhand met veel misbaar gewerkt aan de organisatie van volksinvloed, terwijl het Europese gezag het zelf laat afweten. Zo is in de Europese Unie de wat luxueuze situatie gegroeid van een redelijke representation van de Europese bevolking zonder werkelijke taxation.'' Immers, de invloed van Europa op het dagelijks leven van de burger is aanwezig, maar minder groot dan vaak wordt beweerd. Veel Brusselse maatregelen betreffen technische voorschriften, waar vooral bedrijven mee te maken hebben.

Pijpers maakt een vergelijking met de onlangs afgeschafte universiteitsraad in Nederland. De verkiezingen daarvoor konden qua laagterecords concurreren met de Europese, ondanks dure voorlichtingscampagnes. Er was geen interesse voor, reden voor het tweede paarse kabinet ze af te schaffen. Pijpers: ,,Zo is langs democratische weg keurig netjes een democratisch overschot weggewerkt, geheel overeenkomstig de wil van een grote meerderheid onder de universitaire bevolking. Moet het met Europa ook die kant uit?''

Afschaffing van Europese verkiezingen bepleit Pijpers niet, wel grotere variatie in de uniforme kiesprocedures (alle lidstaten kennen directe verkiezingen in dezelfde periode). Pijpers stelt voor in het Europees Verdrag directe verkiezingen als optie op te nemen in plaats van als verplichting. Nederland zou dan bijvoorbeeld kunnen denken over terugkeer naar het oude model van dubbelmandaten. Tweede-Kamerleden die ook Europarlementariër zijn kunnen Europa alsnog dichter bij de kiezer brengen.

    • Kees Versteegh