DE LERAAR IS ZIEK, ZIEK, ALTIJD ZIEK

Het Montessori College Oost kan het ook niet helpen, er zijn gewoon amper vervangers te vinden voor de zieke leraar vbo-elektrotechniek. Sommige ouders worden wanhopig. De toekomst van hun kinderen staat op het spel.

De vader van Kamal is ziedend. Iedereen verwijt Marokkanen dat hun kinderen het slecht doen op school, dat ze niet betrokken zijn bij het onderwijs, dat ze hun kinderen niet goed opvoeden. Maar híj is wel betrokken, zíjn zoon wil wel leren. Kamal komt altijd meteen thuis na schooltijd en maakt zijn huiswerk. Thuis bespreken ze de opleiding elektrotechniek bijna dagelijks, vader bezoekt alle ouderavonden. Hij wil een goede vader zijn voor zijn zoon die dit jaar eindexamen doet. Maar wat heeft dat voor zin als Kamal de helft van de tijd naar huis wordt gestuurd? ``De leraar is ziek, ziek, altijd ziek.'' Vader is wanhopig: ``Hoe moet Kamal een diploma halen als hij nooit les krijgt?''

Kamal (15) en zijn klasgenoot Erik de Wolff (17) zouden zo kunnen figureren in een promotiespotje van het ministerie van Onderwijs: ze wonen in de grote stad, Amsterdam, hebben geen hoogopgeleide ouders en zitten op het laagste onderwijsniveau, het VBO. Het zijn gemotiveerde leerlingen, die niet spijbelen en die trots zijn op hun opleiding. Bovendien hebben ze gekozen voor een vak waar werkgevers om staan te springen: elektrotechniek.

Alleen, sinds de zomervakantie is ongeveer de helft van hun voorgeschreven aantal praktijklessen elektrotechniek uitgevallen. De leraar die dat geeft is heel vaak ziek. Ook vorig schooljaar was dat het geval. Ten einde raad schreef Kamals vader in oktober 1998 een brief aan het Montessori College Oost: kon iemand alstublieft regelen dat zijn zoon leskreeg? Zes weken later kwam er een vervanger. Die kon het goed vinden met de leerlingen. ``Hij was betrokken bij onze kinderen en gaf maandenlang goed les'', zegt Kamals vader. In oktober was ook hij weer een aantal weken ziek. Erik, die anderhalf uur moet reizen naar school, bleek keer op keer voor niets te zijn gekomen. ``En dat allemaal in het beslissende schooljaar'', zegt Eriks moeder, Winnifred de Boer. De kerstvakantie is dit schooljaar ook een week verlengd, omdat de school verhuist.

Het Montessori College Oost zit, zoals alle middelbare scholen, gevangen in een combinatie van belemmerende regels en een lerarentekort, zegt het hoofd van de Afdeling Bovenbouw, J. Nooij. De wet schrijft voor dat een middelbare school pas na vier dagen ziekte van een leraar een vervanger mag inschakelen, (lees: betalen). ``Vroeger lukte dat dan meteen maar nu zijn vervangers heel moeilijk te vinden'', zegt Nooij. Alle vervangerspoules zijn leeg — de voormalige vervangers hebben door de schaarste aan leraren allemaal een baan.

De eindexamenklas Motorvoertuigentechniek heeft na de zomervakantie zelfs drie weken lang geen praktijkles gehad. Een leraar op het VBO verdient na tien jaar lesgeven ongeveer 5.000 gulden bruto per maand. ``Er is geen HBO-er met een technische opleiding die voor die centen hier komt werken'', zegt Nooij. Sinds de herfstvakantie is de school gezegend met een vervanger voor motorvoertuigentechniek. Hij is gepensioneerd en springt bij, uit idealisme.

De oorzaak voor het verzuim is ongetwijfeld legitiem, zeggen Kamals vader en Eriks moeder. Maar zij zijn er niet mee geholpen. ``Het is moeilijk geweest om Erik te motiveren voor school. Hij was vorig jaar eindelijk zover dat hij überhaupt een keuze kon maken: elektrotechniek. Hij is ook al zeventien, wat het niet makkelijker maakt. Ik vraag me af of hij zo zijn diploma haalt.'' Volgens Nooij lukt dat wel. ``Die achterstand halen we wel in. We dikken het programma in en concentreren ons op de belangrijkste onderwerpen.''

Erik zelf baalt er ook van, zegt hij, vooral als hij weer eens vroeg is opgestaan en voor niets op school komt. Praktijklessen bestaan altijd uit blokken van vier uur. Als dat uitvalt, missen de leerlingen meteen een halve dag.

Waar Kamals vader zich het meeste over opwindt, is de radiostilte op school. ``Ik heb mijn telefoonnummer toch gegeven aan de school? Ik ben er wel vijfkeer heen geweest. Waarom belt niemand mij als er geen les is?'' Als je als leerling een dag of zelfs een uur verzuimt, dan moet je een brief hebben van je ouders, zegt Kamal. ``Andersom geldt dat niet.''

Kamals vader erkent dat hij een uitzondering is onder de ouders van Kamals klasgenoten. Ook Eriks moeder en de moeder van de Surinaamse Churchill zijn zo betrokken bij het onderwijs van hun kinderen dat ze weten wanneer die geen les krijgen. De andere ouders niet. Zij komen nooit op ouderavonden. Als de leraar ziek is, hangen hun kinderen op straat in Amsterdam-Oost, zegt Kamal. ``Die jongens vinden het wel fijn — lekker geen school!''

Heeft deze onverschilligheid er toe geleid dat de schoolleiding niet meer de moeite neemt om ouders te informeren? Absoluut niet, zegt Nooij. Het idee! ``Als iemand zich ziek meldt probeer ik altijd onmiddellijk te schuiven in het rooster, zodat het vrijgevallen lesuur (of lesuren) verschuift naar het begin of het einde van de dag. Dan hebben de leerlingen geen lege tussenuren. Voor zulk soort uitval geef ik de leerlingen geen briefje mee naar huis.'' Voor alle uitgevallen praktijkblokken, van vier uur, zegt Nooij dat hij de ouders wel inlicht. ``Maar Erik woont ver van school en als je anderhalf uur van tevoren moet vertrekken `s ochtends dan is mijn telefoontje inderdaad te laat. De kinderen hebben ook gelijk dat ze ervan balen. Wij kunnen alleen ons best doen.''

Kamal is de oudste thuis. Zijn vader werkte vroeger in een fabriek, tegenwoordig knapt hij alleen her en der klusjes op. Hij is jaren geleden naar Nederland gekomen als gastarbeider, Kamal is hier geboren. Zijn zoon moet slagen. En met een beetje theoretische kennis lukt dat niet. ``Hij moet praktische kennis hebben. Hij wil naar de vliegtuigbouwschool in Uithoorn. Daarvoor moet je weten hoe je elektrotechnische theorie toepast in de praktijk. Waar moet hij dat leren als hij geen les krijgt? Thuis? Op straat?''

Er gaan zo veel kostbare uren verloren, verzucht Kamals vader. Voor zijn gevoel staat hij met lege handen. De Onderwijsinspectie bellen? Nooit van gehoord. Hij had de gemeente Amsterdam gebeld, maar daar zeiden ze dat hij zich tot het verantwoordelijke stadsdeel moest wenden. ``Wij geloofden in de school. Wij ouders zijn een analfabete groep, wij luisteren naar de school.''

    • Frederiek Weeda