De bulderende lach

De consument is niet meer dan een uitermate irritante onderbreking van de dagelijkse werkzaamheden, een verstorende factor waar zo min mogelijk naar geluisterd moet worden. Consumenten zijn dom, hebben geen fantasie en geen smaak en weten niet wat goed voor hen is. Dit is, kort samengevat, het attitudeprofiel van de meerderheid van de bij de woningbouw in Nederland betrokken partijen, die dan ook vijftig jaar lang de consument consistent hebben genegeerd, zoniet geschoffeerd.

Volkshuisvesting was en is de banier waaronder een halve eeuw lang een collectieve aanslag is gepleegd op onze individuele vrijheid onder het motto: `Een dak boven je hoofd, dankbaar zijn en je bek houden'.

Ooit was dit uit hoofde van wederopbouw en kwantitatieve woningnood nog enigszins te rechtvaardigen. Vandaag echter is deze ingesleten minachting voor de individuele consument een ontkenning van wat zich in de boze buitenwereld werkelijk heeft afgespeeld, respectievelijk nog staat te gebeuren.

In NRC Handelsblad van 5 november beschrijft Marcella Breedveld het bulderend gelach waarmee wethouders, planologen, stedenbouwkundigen, architecten, projectontwikkelaars en politici een filmpje bekijken van vijf burgers die in hun Vinex-straatje identieke tuinhekjes aan het plaatsen zijn.

Hier zit een Kurhauszaal met 150 bouwbobo's de slachtoffers van hun eigen mentale en fysieke gewelddadigheid uit te lachen. De adrenaline buldert omhoog. Zeven jaar geleden werd er heel wat minder afgelachen toen eenzelfde groep werd geconfronteerd met een door twee architecten samengestelde show over de immense treurigheid en monotonie van onze vaderlandse nieuwbouw: honderden dia's met de rijtjes van `twintig Wim Koks onder één kap' in een eindeloze herhaling.

De oorzaak van de simpele constatering dat de woningbouw minstens twintig jaar achterloopt bij andere industriële branches kan worden samengevat onder het kopje `Triple-A': Het is de `Armoede' van het aanbod, de `Arrogantie' van de macht en de veronderstelde `Apathie' van de consument.

De factor `armoede' van het aanbod heeft alles te maken met de obsessie met kwantiteit en kosten en een verwaarlozing van de kwaliteit van zowel de woning als van het leefmilieu, de woonomgeving. Verder bouwen wij nog steeds onze minimale stulpjes voor Nederland anno 1959, met vader als enige kostwinner, moeder als kousenstoppende huisvrouw en 2,6 kinderen aan hun huiswerk.

De koper van een nieuwbouwwoning vervoegt zich vandaag de dag met vier ton op zak en route naar de notaris, eerst nog even bij de bouwmarkt om spulletjes te kopen voor het slopen van keuken en badkamer en het opfrissen van het huis in de kleuren van eigen keuze. Wie is dan gek, de consument of de aanbieders?

De `arrogantie' van de macht behoeft geen nadere uitleg. De woningbouw is in al haar geledingen een navelstarend, incestueus wereldje van kongsi's die elkaar overal de schuld van geven: grondpolitiek, regelgeving, wurgprijzen etcetera. Terwijl wereldwijd producenten en dienstverleners leren leven met het feit dat vandaag en morgen de consument aan de knoppen zit en niet meer de ondernemingen, is dit voor de woningbouw alhier heel ver van hun bed.

Ronduit maatschappijbedreigend zijn de misvattingen rondom de veronderstelde `apathie' van de consument. Die consument, zo gaat de mare, wil niet stedelijk wonen en heeft een stabiel wensenpatroon van: huisje, puntdak, schuurtje en een tuin met kabouters.

Deze wijsheden zijn gebaseerd op marktonderzoek, methodologisch eveneens daterend uit de jaren vijftig en van een niveau dat, zou Unilever het vandaag nog toepassen, binnen de kortste tijd op het strafbankje van de AEX zou moeten plaatsnemen. Het hanteert de zogenoemde `wat had u gehad willen hebben' vraagstelling waarbij de consument geacht wordt ideeën aan te dragen voor een industrie die zelf niet in staat is innovatief in te spelen op de vraag van nu en morgen, laat staan dat zij zelf met creatieve en grensverleggende concepten kan komen. Het gaat voorbij aan het simpele feit dat het referentiekader voor de ondervraagde consument niet veel meer omvat dan de bestaande hem reeds bekende treurnis. De consument bevindt zich in de aloude Russische staatswinkel met zout, suiker en linkerschoenen. Dat is wat hij om zich heen ziet, en dus zijn dat ook de zelf verstopte paaseieren die je krijgt teruggespeeld. Wanneer op deze veronderstellingen wijken worden ontwikkeld, dan worden wij binnen twee decennia opgezadeld met onleefbare, onverhuurbare en onverkoopbare getto's. Woningbouw immers is niet het mislukte consumptie-ijsje dat uit de winkelschap gehaald kan worden. Het is een langetermijnveroordeling van de samenleving.

Als dus op het recente Aedes-congres van de woningbouwcorporaties de `kritische' wetenschapper P. Fortuyn staat te oreren dat wij op basis van wetenschappelijk onderzoek Nederland gerust vol mogen plempen met tuinkabouters, dan dient men deze ijdeltuit weg te fluiten. Zijn wetenschappelijkheid is een gotspe en zijn boodschap is niet meer dan een geruststellende bevestiging van het onvermogen en innovatief tekort van de meerderheid van de bij de woningbouw betrokken partijen.

De bulderende lach namelijk, is binnenkort aan de consument, aan u en mij.

Wouter Knapper is marketingadviseur.

    • Wouter Knapper