Beleggers gek op Franse beurs

De Amsterdamse effectenbeurs boekte de afgelopen week eindelijk weer eens een record. De AEX-index, de graadmeter van de Amsterdam Exchanges (AEX), bereikte donderdag een nieuw hoogtepunt van 607,63 punten, nadat dinsdag de psychologische barrière van 600 punten was geslecht. De Amsterdamse beurs was tot een jaar geleden in Europa de favoriet onder de beleggers, maar is nadien een beetje uit de gratie geraakt.

Het nieuwe troetelkind is de beurs in Parijs, sinds begin dit jaar de absolute koploper onder de Europese beurzen. Sinds het begin van dit jaar is de marktkapitalisatie van de Franse beurs met bijna een derde toegenomen en inmiddels overtreft de gezamenlijke waarde van de genoteerde ondernemingen die van de beursfondsen in Frankfurt – tot voor kort de nummer twee na Londen. De afgelopen drie weken boekte de CAC 40-index bijna dagelijks een nieuw record en de bedroeg de koerswinst zo'n 12 procent — een fractie meer dan de AEX sinds januari wist te stijgen.

De Franse beurshausse is een voorafspiegeling van een nieuwe bloei van de economie in Frankrijk, die de eerste tekenen van herstel laat zien met hogere groeiverwachtingen voor het bruto binnenlands product. De linkse regering-Jospin is erin geslaagd om de overheidsbemoeienis met het bedrijfsleven te verminderen en heeft meer staatsbedrijven geprivatiseerd dan de voorgaande centrum-rechtse regeringen bij elkaar. Vooral de beursintroducties van France Telecom, Air France, en Thomson Multimedia zijn bijzonder succesvol geweest.

Sleutelfiguur in deze was Strauss-Kahn, de minister van Financiën, die alleen al door zijn optreden beleggers het idee wist te geven dat het beter zou gaan. Zijn gedwongen terugtreden enkele weken geleden door een financieel schandaal veroorzaakte even een paniekreactie op de beurs, maar dat bleek niet meer dan een rimpeling. De aandelenkoersen kregen vorige week en ook deze week stevige impulsen van de golfslag in de telecom-sector, die in gang zijn gezet door het gisteren verhoogde bod van het Britse Vodafone op het Duitse Mannesmann en die ook de aandelen van Franse bedrijven zoals France Telecom en Bougues hebben opgedreven.

Anders dan in Nederland, waar de hausse op de aandelenbeurs de laatste jaren gepaard is gegaan met een snelle spreiding van het aandelenbezit onder particulieren, heeft de beurseuforie in Frankrijk nog niet geleid tot gesprekken over beleggen op verjaarspartijtjes. De Franse aandelen worden gekocht door institutionele beleggers uit het buitenland, die 40 procent van de aandelen in bezit hebben, en door binnenlandse instituten, voornamelijk verzekeraars. De Franse burgers laten echter verstek gaan op het beursfeestje; een op de zeven heeft aandelen, waar dat cijfer in Nederland een op de drie is. Fransen vertrouwen op de oude sok, de spaarrekening bij de bank of op een staatsobligatie met een vaste rente.

Voor de terughoudend bij Franse burgers, die tot voor kort trouwens ook in Nederland bestond en in Duitsland ook nog niet geheel is verdwenen, bestaan hoogdravende en meer aardse verklaringen. De Franse cultuur is doortrokken van een ook door wijlen president Mitterrand gekoesterd wantrouwen tegen geld, dat terug te voeren is op de katholieke wortels van het land. Dat wantrouwen tegen het Angelsaksische beurskapitalisme is in het recente verleden ook aangewakkerd door enkele debacles die een zweem van misleiding hadden. Zo werden de buitengewoon riskante beleggingen in de Kanaaltunnel aan particulieren verkocht als echte `volksaandelen', ofwel stukken die je veilig kon kopen. De ineenstorting van het aandeel bedierf het klimaat voor het volkskapitalisme voor jaren.

Veel fundamenteler nog voor het beursklimaat is het Franse pensioenstelsel, dat is gebaseerd op het systeem dat wie-werkt-betaalt-voor-wie-rust. Pensioenfondsen die een aanvullende oude dags-uitkering verstrekken met door werknemers bijeengespaarde gelden ontbreken nagenoeg. Het zijn deze fondsen in onder meer Nederland, Zwitserland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, die hun kapitaal beleggen in aandelen en dat in feite doen namens de aangesloten verzekerden. ,,Een Schotse of Amerikaanse weduwe kan eigenaar zijn van een Frans bedrijf, een Franse gepensioneerde niet'', morde president Chirac op 14 juli.

Dat laatste krenkt enigszins het gevoel van nationale trots, net als het feit dat de aandelen van een zeer Frans bedrijf als Danone (voedsel) voor een groot deel in handen zijn van Amerikanen. Een praktischer gevolg van de afwezigheid van de particulier is dat de koersen van Franse ondernemingen minder hoog zijn dan ze zouden kunnen zijn. Dat maakt dat het duurder voor Franse bedrijven om aandelenemissies te doen en lastiger om overnames te financieren met aandelen.

Mede om die reden zijn zes grote Franse ondernemingen deze week een campagne begonnen om Fransen op te voeden tot belegger, compleet met brochures, open dagen bij bedrijven en beleggingscursussen in 20 grote steden. Vandaag wordt er zelfs een Individuele Aandeelhoudersdag gehouden door de Franse ondernemingen. Met een beurs die sinds oktober 1998 — het dieptepunt van de Azië-crisis — met 70 procent is gestegen, hebben de aandelenevangelisten in elk geval de wind mee.

    • Karel Berkhout