Werelddirigent

Valery Gergjev, de chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, treedt begin december niet op bij zijn orkest in de Rotterdamse Doelen en het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg. Gergjev dirigeert dan voor het eerst de Wiener Philharmoniker in de Gouden Zaal van de Musikverein in Wenen, wereldberoemd van de Nieuwjaarsconcerten. Hij leidt daar twee concerten met muziek van Debussy en Tsjaikovksi (de `Pathétique'). Het laatste concert is een herdenking van de tien jaar geleden overleden Herbert von Karajan.

Het prestige heeft het bij Gergjev gewonnen van het plichtsbesef, waarvan hij vijf jaar geleden in deze krant nog blijk gaf: ,,Als ik ben geboekt voor een optreden, dan maak ik voor dat tijdstip geen tweede afspraak.''

Gergjev is de drukstbezette dirigent ter wereld, als artistiek leider en chef-dirigent van de Kirov-Opera in St. Petersburg (sinds 1988), als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (sinds 1995), als vaste gastdirigent bij de Metropolitan Opera in New York en als gastdirigent bij andere orkesten. Zijn werk in Rotterdam, waar hij een eigen festival begon, verrichtte hij totnutoe met passie. Maar sinds in september De Doelen maar halfvol zat toen hij Parsifal dirigeerde, lijkt dat veranderd. Ook in Amsterdam was het Concertgebouw lang niet vol, toen hij daar met de Rotterdammers onlangs de eerste acte van Die Walküre dirigeerde. De Doelen was later weer wel gevuld.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest is terecht boos dat Gergjev zonder overleg zijn verplichtingen niet nakomt. Maar machtsmiddelen heeft het niet. Gergjev is wereldberoemd en kan doen wat hij wil, de wereldfaam van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en De Doelen is aanmerkelijk minder.

Net zoals de Russische president Jeltsin 's morgens opstaat en overweegt of hij de premier zal ontslaan, kan Gergjev opstaan en zich afvragen waar hij 's avonds wil dirigeren. Het is een wonder dat Gergjev nog zo lang in Rotterdam is gebleven. Wonderlijker is dat Gergjev niet in Rotterdam, Utrecht èn Wenen kan optreden. Hij treedt immers vrijwel elke dag op, naast repetities en plaatopnamen, en leidt niet zelden twee concerten per dag, ook als hij ziek is. Als Gergjev 's zondagsavonds een kwartiertje te laat op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw verschijnt, grapt het publiek: `Geen wonder, vanmorgen deed hij een koffieconcert in Rio de Janeiro, vanmiddag een matinee in Tokio en daarna is hij gaan eten bij zijn moeder in St. Petersburg, en die had kennelijk lekker gekookt.'

Het wonderlijkst is dat Gergjev nu pas in Wenen dit debuut maakt, waar hij eerder optrad met zijn Rotterdamse orkest. Dat debuut komt twaalf jaar na zijn Nederlandse debuut in het Concertgebouw tijdens de Matinee op de Vrije Zaterdag en elf jaar na zijn debuut bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in De Doelen. Wat loopt Wenen achter!

    • Kasper Jansen