The Living Room

`Cremeren' noemt Har van der Put het via de oven veranderen van klei in keramiek. Kneedbare, levende grondstof versteent in de oven immers tot holle, harde en dode vorm. Jarenlang was Van der Put (1960) vooral een schilder en tekenaar, maar op zijn Amsterdamse debuut toont hij nu voor het eerst zijn kersverse sculpturen. Klei is duidelijk een ontdekking voor deze Bossche kunstenaar, en hij is niet de enige die er lyrisch over is. Veel van zijn collega's, uiteraard vooral beeldhouwers, raken geboeid door die op het oog zo makkelijke klei, die in werkelijkheid balsturig is en zijn eigen wetten voorschrijft. Het is niet niks om zo'n met veel geworstel tot stand gekomen beeld aan de keramische oven toe te vertrouwen, die het soms onherkenbaar vervormt, of misvormt door scheuren en afgebroken uitsteeksels.

Klei is ook een mythisch materiaal, de oerstof die het 'basismateriaal' van de goden zou zijn geweest. Ook Van der Put maakt – als een echte schepper – overwegend mensfiguren uit klei, vooral hoofden. Aan de wand hangt een meer dan levensgroot, grijsgekleurd mannenhoofd met kale schedel dat naar beneden schijnt te kijken, de ogen geloken, de mond geopend in een huil of schreeuw. Met zijn fronsende voorhoofd en bolle wangen is hij net een wenende Boeddha, een wezen dat een symbolische aanwezigheid wordt: Het Lijden, Het Verdriet. Op een stoel met biezen zitting ligt een enorm hoofd van gebakken klei – gelig van tint – met gesloten ogen. Het gezicht is in ruste, alsof het hoofd slaapt, de lippen zijn iets geopend. Opvallend zijn de uitstaande oren, waardoor gesuggereerd wordt dat de man aandachtig luistert; hij lijkt eerder in diepe concentratie te zijn verzonken dan bewusteloos. Op dit beeld lijkt het motto van deze presentatie van toepassing, dat op de uitnodigingskaart is afgedrukt: `... zich veranderend rust het uit', een tekstfragment van de Griekse filosoof Herakleitos.

Deze twee hoofden, beide zonder titel, vind ik de mooiste werken op de compacte presentatie. De andere keramische beelden zijn een stuk minder interessant, zoals het lage tafeltje met daarop flessen van gebakken klei waaruit dierenkoppen steken. Concept en uitwerking zijn ongearticuleerd, de flessen zijn zo onbeholpen gemaakt dat ze niet boven het niveau van een kleiende amateur uit komen. En wat doet die asbak met dikke sigarenpeuk erbij? Van der Put is beter in koppen, maar de serie van vier kleine gezichtjes die misvormd en letterlijk platgeslagen aan een wand hangen, is te voorspelbaar en wekt althans in deze beschouwer geen enkele emotie. Een collega als de Duitser Thomas Schütte deed dat veel beter met zijn koppen in was, die ieder op zichzelf karakters zijn en bovendien in relatie tot elkaar vreemde spanningen oproepen.

Beter doordacht zijn drie gestapelde hoofden die door de druk ingedeukt zijn tot een grimassende stapel. Ze tonen verwantschap met Van der Puts schilderijen van vervormde gezichten: langgerekte doeken als van een panoramaschilder, waarop in zwart- en wittonen portretten van negers zijn weergegeven.

Op de expositie hangen ook enkele conté-tekeningen in zwart-wit, waaronder een van een neger. Deze portretten komen bijna academisch over, op één na. Het stelt de snuit van een hond voor, waarvan de neusgaten en snor heel gedetailleerd zijn weergegeven, terwijl de ogen van het beest schuil gaan in de zwarte vorm die de bovenkant van zijn schedel vormt. Een hond uit een nachtmerrie, the hound of the Baskervilles die onheil aankondigt. Dit is de sterke kant van Van der Puts werk: de symbolistische, surreële die een dreigende ondertoon heeft, net als in zijn mensbeelden. `In plaats van leven te suggereren, maak ik beelden die ooit geleefd schijnen te hebben,' schrijft hij. Mummies dus, opgebaarde doden, of archeologische resten. In hun beste vorm hebben Van der Puts reuzen-hoofden twee gezichten: broos, omdat keramiek makkelijk kan breken en daardoor associaties wekt met vergankelijkheid. Maar ook onverwoestbaar, oeroud, omdat deze beelden naar alle waarschijnlijkheid een aanzienlijk langer leven is beschoren dan ons mensen.

T/m 9 december in galerie The Living Room, Nieuwe Zijds Voorburgwal 338 (2 hoog) Amsterdam. Open: woe t/m za 14-18u. Prijzen: 650 tot 3950 gulden.

    • Renée Steenbergen