Te veel kip

Ik wou het vandaag hebben over kippen. Stil ondersteboven hangend aan de sterke handen van de kippenvangers, met acht of meer tegelijk. Elke nacht worden er zo 1,7 miljoen levend opgepakt in Nederland, in kratten gekwakt en naar slachthuizen vervoerd. ,,Op het laatst heje zoveel beeste gezien, dan zie je ze nie meer as beeste maar as dinge. Ze kome hard neer. Maar dan heje geen mejelijje meer'', zegt een Veluwer in een kaal schaftlokaal.

Zo'n grote schuur vol tegen elkaar aangedrukte slachtkuikens. De heftruck komt, de kratten worden neergezet. Het licht is blauw, dan zien de kippen niet. Zwijgende mannen komen in actie, ze graaien naar de poten, 1, 2, 3, meer ervaren mensen zelfs 10 tot 12 kippen tegelijk. Hup in het krat en dan de volgende. Twee zitten klem met hun vleugel. Niet teveel doje kippen want dan beurt de boer geen geld.

Het was een stille film van Ingeborg Jansen op woensdagavond. Commentaar niet nodig, de beelden spraken voor zich. Interviewtjes met ploegmaten aan de schafttafel. Jongens van het platteland en van de stad die eigenlijk liever iets anders hadden aangepakt. Maar ja, MEAO niet afgemaakt. Een Marokkaan die in Marokko de bibliotheekschool had gedaan, houdt niet van de stank. Niemand vindt het werk echt leuk. We zien zo'n kippenvanger thuis zijn kampioenshaantje föhnen. ,,Met deze kippen heb ik binding'', zegt hij. ,,Slachtkippen boeien me niet zo.''

In het slot zien we de slachtkippen ondersteboven hangen aan haken, onderweg naar het mes dat de kop eraf snijdt. Geen getok. Doodstil wachten ze tot het gebeurt. Een kippenvangmachine is in ontwikkeling, meldt de tekst. We eten te veel kip.

Bij zo'n onderwerp is de RVU-serie Werken aan werk op zijn best. Er zijn van die verborgen karweitjes waar je alles van wil weten. Wie doen het en hoe denken ze erover. Elke minuut van dit bio-industrieel ondermaanse is onthullend over de wereld waarin we leven. Dat nachtelijke vervoer in busjes doet mij aan bijbaantjes van vroeger denken.

Maar de hoedenmakers, die eerder aan bod kwamen, interesseren me minder. Creatieve mensen krijgen toch al zoveel aandacht maar aan het werk zelf is vaak niet zo veel te zien en ik kan het me wel ongeveer voorstellen. Een documentaire over schrijven of schilderen lijkt me niks. Om het hoeden maken goed vast te leggen moet je het ritmische cineastentalent van Haanstra hebben (glasblazen), anders verzandt het in gepraat en dan kan het beter ongezien blijven.

Hoe belangrijk vormgeving is, was te zien in de uitstekende documentaire over Benno Premsela, eergisteren. Zijn creaties doen het ook goed op tv en dat is uitzonderlijk. Foto's van zijn beroemde Bijenkorf-etalages passeerden. Elk schilderij, beeldhouwwerk of gedrapeerd textiel perfect op zijn plaats. Je beseft dan hoe slecht de meeste kunstmusea zijn ingericht, gewoon wat objecten opgehangen en naast elkaar gekwakt. Geen enkel esthetisch accent.

Wat geldt voor toonzalen, is ook waar voor documentaires, gewoon wat videoband achter elkaar gezet. De meeste documentairemakers kunnen zich beter beperken tot het journalistieke ambacht. Een goed journalistiek voorbeeld is een 20 minuten durende Netwerk-productie die ik ooit zag over bejaarde Rotterdamse junkies. Grote helderheid, veel uitleg, niet te lang, geen pretenties.

Speciale formats werken meestal niet. In De Finale gisteren werden drie verhalen die niets met elkaar te maken hebben, in elkaar gedraaid omdat ze samen zouden toewerken naar een slot. Topbokser Don Diego Poeder die na zijn verlies naast zijn oberbaantje een opleiding doet, een kind dat naar een pleeggezin gaat en een echtpaar dat voor ,,de uitdaging'' vanuit een duikerskooi een levende haai wil fotograferen. De uitzending gaat heen en weer tussen de verschillende verhalen. Gisteren de finales. Een haai wordt gepest, een kind zit in de auto. Heel hinderlijk. Alsof iemand anders voor je zit te zappen. Dat kan ik zelf beter vanaf mijn sofa. Weg ermee.

    • Maarten Huygen