Taakstraf voor de kunstenaar

De kunstenaar wil de wereld niet veranderen, hij wil hem alleen maar laten zien. Deel 46 uit Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

De kracht van het woord, de macht van de pen – mooie woorden, maar je zult ze tegenwoordig niemand meer horen zeggen. Twintig jaar geleden, in april 1979, organiseerde de redactie van het literaire tijdschrift De revisor, dat toen in de letteren de toon aangaf, een discussie over de taak van de schrijver. Let wel, het ging er niet om of de schrijver nog wel een taak had – dat sprak vanzelf. Van een schrijver mocht je iets verwachten, alleen wist eind jaren zeventig niemand meer precies wat. De criticus Carel Peeters had de Nederlandse schrijvers gebrek aan visie verweten. Volgens hem weigerden ze zich in hun werk bezig te houden met de wereld om hen heen. Ook vertikten ze het om over de wereld na te denken. Er werden aardige boeken geschreven, maar dat ze stof tot nadenken boden, nou nee. En van cultuurkritiek was al helemaal geen sprake.

En aantal schrijvers reageerde – flink in hun wiek geschoten, hun werd immers gebrek aan daadkracht verweten, altijd vervelend voor iemand die wegens de aard van zijn roeping het grootste deel van zijn leven achter zijn bureau doorbrengt. Wat algemeen verworpen werd, was de notie dat de schrijver nog greep op de wereld om hem heen zou hebben; daarvoor zou hij zich groot moeten maken en grote woorden moeten gebruiken, en die klonken al heel snel hol. Voor deze schrijvers niet langer de bravoure van een wereldbeeld. Beter was het je bewust te zijn van je beperkte overzicht over de wereld, en enkel je eigen terrein te verkennen.

Je eigen cul de sac, noemde Willem Jan Otten het met wrange monterheid.

Achteraf gezien geeft die discussie in De revisor een mooi beeld van een impasse in de kunst: de wereld was te groot en te complex geworden voor een kunstenaar om hem helemaal in zijn greep te krijgen, in zijn geheel te doorgronden en in een persoonlijke visie te vatten; het enige wat hij kon doen was zijn persoonlijke wereld ontdekken en in kaart brengen, zo nauwgezet mogelijk. De grote thema's en de grote woorden waren op stal gezet.

Die houding bleek op den duur weinig bevredigend en bracht het gevaar van solipsisme met zich mee. In het ergste geval kreeg je een binnenvetterskunst, die zich verloor in mooie en genoeglijke particuliere ervaringen, alsof er helemaal geen buitenwereld meer bestond.

En juist daar wrong het, steeds knellender: het grootste deel van het kunstpubliek mocht er dan vrede mee hebben dat de kunst almaar persoonlijker werd, met als enig referentiepunt ego en ik, een constante uitwisseling van eigen ervaringen en gevoelens, tegelijk groeide het besef dat je de wereld niet zomaar de wereld kon laten. Alles was in beweging, de wetenschappelijke en sociale revoluties volgden elkaar in razend tempo op, ons besef van werkelijkheid veranderde en veranderde, en waar bleef de kunstenaar? Waar bleef de kunstenaar die onze wereld naar zijn hand zette, die aan de hand van al onze ongrijpbare en onbewuste ervaringen ons die wereld liet zien zoals we hem nog niet eerder zagen, die hem vormde en veranderde?

In deze krant stond drie weken geleden een interview van Anna Tilroe met het kunstenaarsduo Kkep, dat mooi liet zien wat er de afgelopen twintig jaar veranderd is. Het tweetal, broer en zus, ziet zichzelf als entertainers in zo breed mogelijke betekenis. In hun visie is ons bestaan tegenwoordig zo geregeld en ordelijk, dat de meeste van onze emoties en ervaringen als het ware georganiseerd moeten worden, met een beetje hulp van buitenaf. Broer Stef: ,,Alles in onze samenleving is erop ingesteld pijn en verdriet uit ons leven te bannen. Maar het gaat niet lukken. De hang naar een wezenlijke ervaring blijft. Die heeft alleen een plek gekregen bij entertainment en daarmee is entertainment een echte bezigheid geworden, iets waar je je aan blootstelt.''

Tilroe toont zich geprikkeld en verbaasd over de vanzelfsprekendheid waarmee het duo de moderne wereld omarmt. Er hoeft niets veranderd te worden, de wereld zelf is hun al radicaal genoeg. Van maatschappijkritiek is geen sprake (Tilroe, ongelovig: ,,Je bedoelt dat je de maatschappij accepteert zoals hij is?''), Kkep heeft er geen enkele behoefte aan de wereld te veranderen, je moet hem laten zien, dat is alles. Zus Selene: ,,Wij willen ons niet tegenover de wereld opstellen, maar de wereld omarmen zoals hij is, goed en slecht, mooi en lelijk. [...] Iets in al zijn walgelijkheid omarmen is het moeilijkste wat er is.''

De kunstenaar vormt niet, hij ondergaat. Daarom wil het duo eigenlijk niet meer van kunst en kunstenaars horen: persoonlijkheid doet er niet meer toe, persoonlijkheid is een maatschappelijke constructie. Er bestaat geen wezenlijk onderscheid meer tussen binnen- en buitenwereld, geen wezenlijke spanning tussen een individu en zijn omgeving, er bestaan helemaal geen individuen meer. Dat de massacultuur zich tegen het individuele keert, is geen reden voor de kunstenaar zich daartegen te verzetten. Vergeefse moeite. Geef je over. That's entertainment!

De kunstenaar heeft geen taak, hoogstens een taakstraf. Hij moet de wereld laten zien.

In Utrecht was een tijdlang een installatie te zien waarin bezoekers door een glazen dak de bewoners van een huis in heel hun doen en laten konden gadeslaan. Kunst als inkijkje. Dat is zo ongeveer hetzelfde als wat het programma Big Brother dag in, dag uit laat zien, beter en aan meer mensen tegelijk. Betekent dat nu dat het project in Utrecht entertainment was, of dat Big Brother eigenlijk kunst is?

Het is een eigenaardige gespletenheid: is in de zogenaamde persoonlijke kunst de individuele ervaring tot zaligmakend verklaard en krijgt iedere particuliere emotie een welhaast kosmische betekenis toegekend, zodra de blik op de buitenwereld gericht wordt, verdwijnt iedere aanspraak op persoonlijkheid. Binnenin in je eigen hoofd ben je het middelpunt van een heel universum, in het universum buiten je hoofd ben je niks en niemand.

Zo gezien verschilt het allemaal niet zo heel erg van de situatie zoals die zich in De revisor in 1979 aftekende. Het cul de sac van Willem Jan Otten vind je terug in de hedendaagse persoonlijkheidskunst. De onmacht van de revisorianen om de grote, boze buitenwereld het hoofd te bieden, heeft geleid tot een geestelijke capitulatie voor de wereld die zoveel groter is dan de kunstenaar. ,,Iets in al zijn walgelijkheid omarmen is het moeilijkste wat er is.''

En zo huppelt de kunst vrolijk achter de wereld aan. Het is een luie vorm van beschouwing, een onmachtige manier van omgaan met de buitenwereld. Bovendien is het leugenachtig: laat al die intieme, hoogstpersoonlijke kunst niet zien dat het wel meevalt met de onmogelijkheid om de wereld als persoonlijkheid het hoofd te bieden? Broer Stef zei het zelf: ,,De hang naar een wezenlijke ervaring blijft.'' De kunstenaar kan de wereld niet bestieren, zijn maatschappijkritiek is een zucht in de wind, in de grote, massale wereld stelt hij niet veel voor. Wat hij wel kan, is zijn bewustzijn tegenover de wereld zetten. Als hij de wereld kan omarmen, dan kan hij ook zeggen wat hij voelt tijdens die knuffelpartij. Is het een liefkozing, is het een houdgreep? Hij kan zijn relatie met de buitenwereld tot kunst maken. Als hij de wereld dan niet kan vormen, dan kan hij nog wel zijn ervaring met de wereld vormgeven. Dat is een uitweg uit het cul de sac, dat is de taak van de kunstenaar.

    • Bas Heijne