Post uit China

Max en Vera hadden een hele tijd geleden een steen in de grond gestopt waarvan ze hoopten dat hij dwars door de aarde zou zakken, helemaal tot in China aan de andere kant van de planeet. Er zat een brief bij waar ze hun adres op hadden geschreven, voor als kinderen in China de steen zouden vinden en een brief terug wilden sturen. Nu vonden ze ineens de steen terug. Hij was grijs en glad en er liepen hele dunne blauwe adertjes doorheen. Hij was zo groot als het ei van een kip.

Hij lag op een hele andere plek in de tuin dan waar ze hem begraven hadden, maar het was hem beslist. Daar waren ze zeker van.

,,Er zit geen brief bij,'' zei Vera meteen.

Max hield de steen omhoog. Misschien was de brief wel ergens in de grond bljven steken. ,,We moeten graven,'' zei hij dus.

Vera haalde de scheppen en ze begonnen te graven op de plek waar de steen had gelegen. Na een tijdje kwamen ze paar wormen tegen in de dikke, klonterige aarde. Bijna had Max er eentje doormidden gestoken met zijn schep.

Het waren dikke wormen, donkerbruin en roze aan de onderkant. Ze waren zo lang als een potlood met een bocht erin en erg sloom. Het duurde heel lang voor ze weer vertrokken waren.

Max en Vera groeven verder, voorzichtig nu - want misschien zaten ze wel middenin een wormenkasteel. Je wist maar nooit wat er gebeurde als je je de woede van wormen op de hals haalde.

Ondertussen werd de aarde steeds harder. Max en Vera kregen het er warm van.

Wat ze eigenlijk misten was een tunnel waar de steen doorheen moest zijn gerold, van China terug naar hun tuin. Of zou de steen niet door een tunnel rollen, maar langzaam als een wurm door de grond gaan, met de hele aarde voor zich en een klein vrij holletje achter zich waar de modder die hij verplaatste naartoe kon?

Moeilijk probleem.

Maar zoiets moest het wel wezen.

Net toen ze moe begonnen te worden, zagen ze iets roods. Max zag het het eerst, eerlijk is eerlijk.

,,Kijk!'' riep Vera. Zij had het ook gezien, en was toch weer iets sneller dan Max.

Maar die zat al op z'n knieën op de grond en trok voorzichtig aan het stukje rood. Het bleek een papier te zijn.

,,Een brief!'' joelde Vera.

Het was inderdaad zo dat er iets op het papier stond, maar letters kon je het niet noemen. Het waren meer een soort hele precieze tekeningen, met hele dunne, hoekige lijntjes en puntmutsen. Het was nat geweest in de grond, dus hier en daar waren de tekeningen ook nog een beetje vlekkerig geworden.

,,Dat zijn Chinese letters!'' zei Vera toen Max het hele papier op de grond had gelegd.

,,Maar wat staat er?'' vroeg Max.

,,Dat weet ik niet,'' antwoordde Vera. Ze keek naar de tekeningen.

Het waren er wel twaalf achter elkaar, ongeveer zo groot als een postzegel.

Allemaal streepjes en krabbels.

,,Maar hoe kan dat nou...'' begon Max langzaam. Konden ze in China dan wel lezen wat hij en Vera hadden geschreven als ze zelf zo raar schreven?

Vera dacht aan hetzelfde. Ze kreeg er diepe denkrimpel van. Zij begreep het ook niet. Of zou dit een hele ANDERE brief zijn? Maar wat stond er dan in?

    • Martin Bril