Paperbacks

Jake Arnott over de Londense onderwereld

There's no business like show business, zingt Harry Starks, terwijl hij een pook opwarmt in een gasbrander, like no business you know. Maar, zegt hij dan tegen de jongen die vastgebonden zit in de stoel tegenover hem, er is wel degelijk een business zoals showbusiness: `Dat is wat ik doe.'

We schrijven Londen in de jaren '60, en `Mad' Harry Starks is werkzaam in dezelfde branche als de gebroeders Kray. Deze homoseksuele joodse gangster uit East End is het centrale personage waar alles letterlijk om draait in Jake Arnotts spannende debuutroman The Long Firm. Arnott (1961) vertelt zijn geschiedenis namelijk op een indirecte manier, aan de hand van vijf relatieve buitenstaanders. Harry zelf blijft hierdoor heel effectief een mythische, ongrijpbare figuur: de intimiderende, geniale, goedgeklede psychopaat die met buitensporig geweld zijn criminele imperium bij elkaar probeert te houden. Harry's voormalige vriendje Terry doet als eerste zijn verhaal. Terry is zo stom om een van Harry's firma's op te lichten en belandt op een stoel met een withete pook onder z'n neus. De draad wordt opgepakt door de corrupte homoseksuele Lord Thursby (gebaseerd op de echte Lord Boothby), die zich in ruil voor geld en jongens voor Harry's karretje laat spannen. De historische figuur Jack `The Hat' McVitie werkt een tijdje voor Harry, maar kan zijn speedverslaving niet de baas. Verder passeert de tweederangs actrice Ruby Ryder de revue, en uiteindelijk doet de marxistische socioloog Lenny het woord in een hilarische parodie van modieus academisch jargon. Lenny, gefascineerd door misdaad als sociaal afwijkend gedrag, ziet in Harry de bevestiging van al zijn theorieën. Die wijst hem er echter fijntjes op dat hij zichzelf niet beschouwt als een gangster maar als een kapitalistische zakenman.

Door deze uiteenlopende personages slaagt Arnott er in een scherp en levendig beeld te geven van Londen in de Swinging Sixties, tegen een soundtrack van ska, The Stones en Judy Garland. Temidden van andere zakenmannen als Ronnie en Reggie Kray, de Great Trainrobbers, de jazzclubs en seksshops van Soho, corrupte politie, politici en de Profumo-affaire, neemt Harry Starks een welverdiende plaats in.

Jake Arnott: The Long Firm.

Sceptre, 343 blz. ƒ39,95

Postume personages van Jim Crace

Een man en een vrouw liggen in de duinen bij Baritone Bay. Ze zijn half ontkleed, zijn hand rust op haar enkel. Zo liggen ze daar een dag of zes, want hun hoofden zijn door een overvaller ingeslagen met een brok graniet. Being Dead, de nieuwe roman van Jim Crace, is het eigenaardige, originele verhaal van wat er met het dode echtpaar gebeurt in die zes dagen voordat ze gevonden worden, in alle fysieke details. Tegelijkertijd is het ook een manier om ze weer tot leven te wekken. Als ze immers zo'n honderd jaar geleden waren gevonden, vertelt Crace, dan hadden de nabestaanden een `quivering' georganiseerd, een bijeenkomst van rouwenden die een nacht lang in luidkeels geweeklaag, verhalen en herinneringen de overledenen weer deden herrijzen. Being Dead is een `quivering' voor het dode paar, `reclaiming them from death.'

De dode echtelieden zijn Joseph en Celice, twee biologen van middelbare leeftijd. Op hun laatste dag waren ze voor het eerst in dertig jaar weer teruggekeerd naar de plek waar ze elkaar hadden ontmoet. Als studenten marine biologie deelden ze er een huis met vier anderen. Een van de studenten komt echter door hun schuld te overlijden. Door deze herinneringen heen loopt het verhaal van hun dochter Syl, die zich gedwongen ziet haar vermiste ouders te gaan zoeken. Maar het opvallendste in deze roman zijn wel de uitgebreide passages waarin wordt beschreven hoe de lichamen langzaam in ontbinding overgaan, compleet met alle bijbehorende beestjes en de werking van weer en wind. Celice en Joseph worden geleidelijk aan opgenomen in de natuur die ze vroeger bestudeerden. Being Dead staat vol van dergelijke symmetrische bewegingen en parallellen. Hoewel Crace af en toe tegen de mooischrijverij aanleunt, is zijn `quivering' een oorspronkelijke bespiegeling over vergankelijkheid, dood en vooral leven: `No one transcends. (–) There is no remedy for death – or birth – except to hug the spaces in between. Live loud. Live wide. Live tall.'

Jim Crace: Being Dead.

Viking, 210 blz. ƒ39,95

Trouw en ontrouw bij Hanif Kureishi

Al sinds zijn debuutroman The Buddha of Suburbia heeft het werk van Hanif Kureishi (1954) een sterk autobiografische component. Kureishi, die begon als scenarioschrijver van films als My Beautiful Launderette en Sammie and Rosie Get Laid, schreef romans over een Brits-Aziatische jongeman uit de voorsteden die naar Londen trekt, zich daar als schrijver, acteur of filmmaker opgenomen weet in de artistieke elite, en vervolgens in een verstikkend huwelijk met kleine kinderen belandt. Sinds zijn verhalenbundel Love in a Blue Time (1997) hebben Kureishi's mannen een stevige midlife crisis, die ze oplossen door hun gezin achter zich te laten en verhoudingen te beginnen met twintig jaar jongere meisjes (Intimacy).

In de net verschenen verhalenbundel Midnight All Day komt Kureishi met meer van hetzelfde. Zijn mannen zijn jong en hebben een relatie met een iets oudere getrouwde vrouw, of ze zijn zelf getrouwd met kinderen en hebben affaires met jonge ongebonden meisjes, dan wel ze zijn getrouwd en hebben affaires met eveneens getrouwde vrouwen, voor de afwisseling. Daarnaast worstelen ze nog een klein beetje met hun artistieke carrières. Het maakt allemaal weinig uit: Kureishi's toon blijft hetzelfde en zijn mannen zijn inwisselbaar. De vrouwen zijn steevast ook artistiek maar een tikkeltje dommer dan de mannen door wie ze zich laten overheersen, en veelal zijn ze zwanger. Samen hebben ze quasi-intellectuele gesprekken vol wegwerpfilosofietjes over kunst en de liefde. Het lijkt ideaal materiaal voor een bijtende satire, en soms komt Kureishi inderdaad met hilarische passages. Maar te vaak geeft hij de indruk dat hij het allemaal méént, dat hij iets dieps en serieus' probeert te zeggen over de leegte en futiliteit van het moderne bestaan. Maar daar is Kureishi in dit boek evenmin als zijn alter ego's toe in staat.

Hanif Kureishi: Midnight All Day.

Faber, 217 blz. ƒ32,95

Antjie Krog over de Waarheidscommissie

De Zuid-Afrikaanse journaliste en dichteres Antjie Krog bracht vanaf de eerste zittingen in april 1996 zo'n twee jaar lang vrijwel dagelijks voor de radio verslag uit van het reilen en zeilen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Haar reportages hierover, zowel voor de SABC als voor buitenlandse kranten, werden meerdere malen bekroond. Krog zelf kreeg ondertussen een zenuwinzinking, leed aan slapeloosheid, oververmoeidheid, uitslag en tal van andere kwalen, en had psychische bijstand nodig. Dat wordt wel begrijpelijk na lezing van Country of My Skull, de weerslag van haar bevindingen. Het is een boek dat ze naar eigen zeggen eerst niet schrijven wílde, later wel schrijven móest om niet gek te worden.

Op de eerste plaats staan voor Krog de getuigenissen van slachtoffers en daders, gewone mensen die voor het eerst met hun eigen verhaal in hun eigen woorden nationaal nieuws werden en een gezicht gaven aan abstract leed. Ook besteedt ze uitgebreid aandacht aan de politieke achtergronden van de Waarheids- en Amnestiecommissie, en laat ze zien hoe de hoogste politici uit alle kampen zich aan een getuigenis probeerden te onttrekken. Door haar eigen Afrikaner achtergrond en belevenissen erbij te betrekken, maakte Krog het vervolgens tot een uiterst persoonlijk verslag, waaraan ze ook nog het fictieve element van een buitenechtelijke affaire toevoegde als metafoor voor verzoening op een kleinere schaal. Ze worstelt met de vraag wat zij gemeen heeft met al die Afrikaner daders: `How do I live with the fact that all the words used to humiliate, all the orders given to kill, belonged to the language of my heart?' Daarnaast signaleert ze een gapende kloof tussen het idealisme van de Commissie en de steeds gewelddadiger realiteit van alledag. Een gruwelijk maar onontbeerlijk boek voor iedereen die wil begrijpen wat er in Zuid-Afrika gaande is.

Antjie Krog: Country of My Skull. Vintage, 454 blz. ƒ34,70

Eerder als hardback besproken in deze krant:

Tom Wolfe: A Man in Full.

Picador, 742 blz. ƒ24,50

The Bonfire of the Vanities voor de jaren negentig: weids, satirisch panorama van de Amerikaanse maatschappij aan de hand van de machinaties van de Zuidelijke projectontwikkelaar Charlie Croker. `Met uitzondering van de laatste vijftig bladzijden is A Man in Full een onweerstaanbaar spannend en grappig boek – spectaculair geschreven en slim geconstrueerd en daarmee een nieuwe bevestiging van Tom Wolfe's status als de Dickens van twintigste-eeuws Amerika.' (Pieter Steinz, 13.11.98)

Dorothy Allison: Cavedweller.

Abacus, 434 blz. ƒ24,95

Roman over een vrouw die als succesvol rockzangeres terugkeert naar het arme Zuidelijke plaatsje dat ze ooit als mishandelde vrouw ontvlucht is. `Dorothy Allison is een schrijver die niets te bewijzen wil hebben, die niet nadenkt over hoe het mooier kan, maar die al doende vertelt hoe het is, en dat op een wijze die onvergetelijk is.' (Jan Donkers, 29.5.98)

    • Corine Vloet