Ouders willen weten wat kinderen zien op film, tv en video

Een meerderheid van de ouders van jonge kinderen ziet het nut in van het Nicam, het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media. Het Nicam moet ervoor gaan zorgen dat ouders weten wat er in een film, video, tv-programma of computerspel te zien is, zodat ze zelf kunnen beslissen of ze hun kinderen ernaar laten kijken.

Dat bleek gisteren tijdens de presentatie van een onderzoek van de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek (KLO) van de NOS. De uitkomsten ervan werden gisteren door Nicam-voorzitter H. d'Ancona overhandigd aan staatssecretaris Vliegenthart (VWS).

Uit de steekproef van de KLO blijkt dat ruim 80 procent van de ouders wil weten of er geweld, racisme, grof gedrag of seks in een film, serie of spelletje voorkomt. Bijna de helft van de ouders wil weten of er blote mensen te zien zijn. De ouders geven aan dat ze naast informatie over bloot en over grof gedrag, ook graag willen weten of er gewelddadige, danwel angstaanjagende scènes in programma's voorkomen.

Een ruime meerderheid van de ouders wil ook dat Internet onder de loep wordt genomen. Directeur W. Bekkers van het Nicam stelt dat er al contact is geweest met Internetaanbieders, maar hij kan nog niet zeggen hoe een dergelijk systeem eruit zou zien. Het Nicam krijgt in de toekomst de mogelijkheid sancties op te leggen wanneer omroepen of distributeurs zich niet aan de regels houden.

In het Nicam, dat op termijn de Filmkeuring moet gaan vervangen, participeren de publieke en commerciële omroepen, filmproducenten, de videobranche en de distributeurs van computerspelletjes. In de adviesraad van de instelling komen vertegenwoordigers te zitten van onder meer de Consumentenbond, de Raad van Kerken, het onderwijs en de wetenschap. D'Ancona hoopt dat de ,,expertise van de Filmkeuring'' ook kan worden ingezet in de adviesraad.

Vliegenthart noemde de timing van het onderzoek goed. Volgens haar is daarmee de vraag naar een nieuwe classificatiesysteem wel bewezen.

De overheid bekijkt na twee jaar of het systeem van zelfregulering werkt. ,,Als dat niet zo is, wat ik niet verwacht, zal er eventueel meer wetgeving volgen'', aldus de staatssecretaris.