Op hoop van zegen, de musical

Nederlandse musicals gaan over Russische schrijvers of Amerikaanse piloten. Waarom geen voorstelling over Klaas Bruinsma of Keesde Jongen?

Dit is echt gebeurd. Nog voordat de voorstelling begint, wordt op het gaasdoek de voorpagina van de Daily Mirror van 28 september 1961 geprojecteerd. Daar staat Vivian Nicholson, de jonge huisvrouw uit Castleford, een mijnwerkersdorp in Noord-Engeland, die destijds de formidabele somma van 152.000 pond won in de toto. Ze steekt uitgelaten een been in de lucht en draagt ter verhoging van de feestvreugde een bolhoed op haar blonde kapsel. Naast de foto is bij wijze van sensationele kop het antwoord afgedrukt dat ze gaf op de vraag wat ze met haar pas verworven fortuin ging doen: ,,I'll spend, and spend, and spend!''

Als het doek opgaat voor de nieuwe succesmusical Spend Spend Spend, in het Piccadilly Theatre in Londen, is Viv een vrouw van middelbare leeftijd die in een schoonheidssalon werkt. Haar geld is op. De rijkdom vervreemdde haar van haar eigen volkse omgeving, terwijl ze in een villawijk bij Leeds – waar suffe accountants op zondag het gras maaien – evenmin hartelijk werd onthaald. Toen haar man om het leven kwam in zijn gloednieuwe sportautomobiel, legde de bank beslag op diens aandeel in hun vermogen. Een aaneenschakeling van nieuwe echtgenoten, die geen van allen lang bleven, kleedde haar verder uit. Nu kijkt ze terug, met gemengde gevoelens. En het kost geen moeite die met haar te delen, want de schrijvers – Steve Brown en Justin Greene – dissen het verhaal op in rake, aansprekende scènes met een lach en een traan.

Spend Spend Spend is door en door Engels. De eerste flashback-beelden bieden uitzicht op een soort Coronation Street, waar een jonge vrouw als Viv meer van het leven verwacht dan in zo'n volkswijk mogelijk is. Haar verlangens doen een beetje denken aan die van de moeder in Blood Brothers, die zo graag Marilyn Monroe wilde zijn. In de ietwat mollige gedaante van de overrompelend debuterende Rachel Leskovac is zij echter vooral het evenbeeld van Diana Dors, die als de Engelse Monroe uit die dagen veel bereikbaarder was dan de fameuze Marilyn uit Amerika. De latere Viv, de vrouw in haar hardroze werkjas over rok en bloes, wordt vertolkt door Barbara Dickson, die in de jaren tachtig de moederrol in Blood Brothers speelde. Nu loopt ze de hele avond als vertelster door het leven van de toto-winnares die in Engeland een beroemdheid werd.

Het is duidelijk dat Brown en Greene hun musical voor een Engels publiek schreven, dat in de voorpagina van de Daily Mirror onmiddellijk een stuk eigen geschiedenis ziet. De toon is cabaretesk, onsterfelijke melodieën ontbreken. Voor de export lijkt Spend Spend Spend zich niet te lenen, al was het maar omdat Viv Nicholson buiten haar eigen land onbekend is. Maar dat doet er ook niet toe. Waarom zou een musical altijd voor de internationale markt moeten zijn?

Kleinschalig

Toch is er één internationaal aspect aan deze productie. Boven de titel, op de affiches en in het programmaboekje, staan de namen van de drie producenten die de voorstelling `presenteren': Pola Jones, Michael Watt en Joop van den Ende. Spend Spend Spend is het eerste resultaat van een samenwerkingsverband tussen het Londense impresariaat Pola Jones Ltd. en het theaterbedrijf van Van den Ende. In februari gaat hun tweede gezamenlijke productie in Londen in première: Fosse, gebaseerd op de shownummers van de choreograaf en regisseur Bob Fosse. Blijkens een persbericht wordt Spend Spend Spend door Van den Ende beschouwd als een `kleinschalige productie'.

In ons land produceert Joop van den Ende dit seizoen daarentegen vier musicals, die alle vier vertalingen van buitenlandse kassuccessen zijn. In het vaste Beatrix Theater, de voormalige congreszaal van de Jaarbeurs in Utrecht, staat Chicago. Langs alle theaters reist Fame. In de twaalf grootste theaters van het land wordt Oliver! gespeeld. En in het eigen Circustheater in Scheveningen gaat zondag Elisabeth in première, een van oorsprong Weense musical over het leven van keizerin Sissi.

Nederlands fabrikaat is er niet bij. In de afgelopen jaren heeft Van den Ende wel geïnvesteerd in twee kleine muziekproducties van Nederlandse makelij, maar die gingen over buitenlandse onderwerpen: Abba en Harry Nilsson. De laatste grote musical uit eigen huis dateert alweer van ruim twee jaar geleden: Joe van Ad en Koen van Dijk, over Amerikaanse vliegers op een Amerikaanse luchtmachtbasis tijdens de Tweede Wereldoorlog, gebaseerd op een Amerikaanse film. Eerder schreven Ad en Koen van Dijk de musical Cyrano voor Van den Ende, ontleend aan een Frans toneelstuk.

Maar natuurlijk zijn er in Nederland nog andere theaterproducenten die af en toe een musical uitbrengen. Ook zij grijpen echter bij voorkeur naar bestaande succesnummers uit het buitenland: Singin' in the rain, Ain't misbehavin', La Cage aux Folles. De laatste puur-Nederlandse musicalproductie dateert van vorig jaar: een heropvoering van Heerlijk duurt het langst uit 1964. En dit seizoen volgt nog een reprise van Tsjechov van Dimitri Frenkel Frank en Robert Long uit 1991 – een fijnzinnige voorstelling, maar over een Russische schrijver.

Met hun eersteling effenden Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink in de jaren zestig het pad voor een reguliere Nederlandse musicalproductie. Ook hun volgende musicals trokken volle zalen, net als die van Jos Brink en Frank Sanders. Twee pogingen van Guus Vleugel en Ruud Bos, De stunt (1968) en Mimi Crimi (1985), vonden minder bijval. Uiteenlopende reacties oogstten Fien (1982) van Ivo de Wijs en Joop Stokkermans en Ik Jan Cremer (1985) van Lennaert Nijgh en Gerard Stellaard.

Max Havelaar

Dit lijstje is lang niet compleet, maar daar gaat het me ook niet om. Wat ik bedoel, is dat er eens een tijd was waarin geregeld Nederlandse musicals werden gemaakt over Nederlandse onderwerpen. De stunt ging over hip Amsterdam in de jaren zestig en Mimi Crimi over corrupte notarissen, naar aanleiding van de affaire Slis-Stroom. Fien ging over Fien de la Mar en Ik Jan Cremer over Jan Cremer. Jos Brink maakte een musical naar de Max Havelaar, Rients Gratama schreef een musical over de Friese roots van Mata Hari, Gerben Hellinga en Jacques Klöters baseerden een show op leven en werken van Louis Davids, en het actieve productiehuis Bergen presenteerde een musical over niemand minder dan Willeke Alberti.

Bergen ging in 1997 failliet aan de musical Eindeloos! van Ger Beukenkamp en Rob Hauser en illustreert daarmee het lot van de Nederlandse musical over een Nederlands onderwerp. De productie van nieuw werk zonder vooraf bewezen reputatie is een steeds groter risico geworden. Kleinere theaterbureaus zeggen nauwelijks meer te kunnen opboksen tegen de productionele kwaliteit en het promotionele geweld van de Van den Ende-shows. Veel theaterdirecteuren halen eerder een nieuwe Anatevka, een nieuwe My fair lady of een nieuwe Oliver! in huis dan een voorstelling waarvan het succes niet bij voorbaat vaststaat. Voor veel bezoekers geldt hetzelfde: liever naar een bekende show dan naar een onbekende. En die vicieuze cirkel is de laatste jaren niet meer doorbroken.

Een musical kan over Jezus Christus gaan of Evita Peron, over de kattenverzen van T.S. Eliot of een gevangenis vol mannenmoordenaressen in Chicago, over de Franse revolutie of de Russische pogroms. Het maakt niet uit, als zang, spel, dans en muziek maar een ondeelbare eenheid vormen. Ook in Nederland liggen de onderwerpen voor het oprapen. In het recente succes Rent, dat op de lijst van Van den Ende staat voor een Nederlandse versie, is het moderne straatleven van New York tot musical verwerkt. Zo'n multiculturele voorstelling had ook over Amsterdam kunnen worden gemaakt. In principe leent immers alles zich voor een musicalbewerking; een boek als Kees de jongen even goed als het leven van de neergeschoten crimineel Bruinsma, en een oud toneelstuk als Op hoop van zegen net zo goed als het huidige tv-succes Big Brother.

De schrijvers zijn er wel, dat kan het probleem niet zijn. Behalve de uit het cabaret afkomstige tekstschrijvers die tot dusver de meeste Nederlandse musicals maakten, hebben we nu ook toneel- en tv-schrijvers als Maria Goos, Bouke Oldenhof en Ger Beukenkamp. Componisten zijn er eveneens. Maar het is alsof er naast het groots opgezette Van den Ende-genre geen ruimte meer is overgebleven voor de musical die een Nederlands verhaal voor een Nederlands publiek vertelt. Net zoals Spend Spend Spend een Engels verhaal vertelt voor een Engels publiek.

`Spend spend spend', Piccadilly Theatre, Londen, inl. (0044) 171 3691734.

    • Henk van Gelder