`Hoge boete uit Brussel te voorkomen'

Nederland kan een hoge boete van de Europese Commissie ontlopen als de Privacy-richtlijn alsnog snel in de nationale wetgeving wordt verwerkt.

Dat zei minister Korthals (Justitie) gisteren te verwachten tijdens de afronding van het debat over de nieuwe Wet bescherming persoonsgegevens (Wpg), die de Wet persoonsregistraties (Wpr) van 1989 moet vervangen.

In de Wpg is de Europese richtlijn verwerkt, maar de wet had een jaar geleden al van kracht moeten zijn. Nadat de richtlijn in 1995 werd vastgesteld, had die binnen drie jaar in de wetgeving van de lidstaten moeten zijn opgenomen. De Europese Commissie heeft Nederland dan ook al twee keer in gebreke gesteld, waarna Brussel een forse boete kan opleggen. Dat Nederland zich niet aan de termijn heeft gehouden, is ,,de Europese Commissie helaas niet ontgaan'', zo zei Korthals gisteren in de Kamer. ,,Die termijn is al een jaar overschreden en het wetsvoorstel Bescherming persoonsgegevens moet nog naar de Eerste Kamer.''

Korthals put echter hoop uit het feit dat Nederland niet de enige lidstaat is die ver achterloopt. ,,Wij zijn niet de slechtste van de klas. Grote lidstaten als Frankrijk en Duitsland hebben nog helemaal geen nieuwe wetgeving voorhanden.''

Een grote meerderheid van de Kamer stemde gisteren in met de nieuwe wet, al hebben de meeste fracties grote moeite met een aantal onduidelijkheden.

De Kamer diende een fors aantal wijzigingsvoorstellen in. De belangrijkste daarvan, ondertekend door Wagenaar (PvdA) en Scheltema-de Nie (D66), geeft het College bescherming persoonsgegevens de mogelijkheid bedrijven een `bestuurlijke boete' van maximaal 10.000 gulden op te leggen, als die de wet flagrant overtreden.

Eerder had Korthals die bevoegdheid uit het oorspronkelijke wetsvoorstel gehaald op aandrang van VVD en CDA, maar nu zich een duidelijke meerderheid aftekent voor het amendement, heeft Korthals toegezegd die bevoegdheid er via een nota van wijziging alsnog in terug te brengen.