Gezagsgetrouwe onruststokers

Europa geboren, pensioen verloren? Het is een Nederlands politiek taboe om Europese eenwording en de euro, onze nieuwe eenheidsmunt, te kritiseren. Zonder Europese economische eenwording was de export nooit zo snel gegroeid. Waren de Nederlandse ondernemingen nooit zo expansief geworden als zij nu zijn.

Maar is de euro ook een weldaad voor de formidabele pensioenvermogens die Nederlandse werknemers de afgelopen decennia bij elkaar hebben gespaard? Het gaat inmiddels om bijna 1300 miljard gulden. Dat is ruim anderhalf maal zoveel als de jaarlijkse productie van goederen en diensten van overheid en bedrijfsleven samen.

Tweederde van de pensioenreserves bestaat uit collectieve regelingen die door pensioenfondsen (lees: werkgevers en werknemers) worden beheerd, de rest bestaat grotendeels uit individuele contracten bij verzekeraars.

Het verrassende is dat juist de pensioenfondsen, van nature gezagsgetrouwe instellingen, al enige tijd morren over de politieke blindheid voor de consequenties die de invoering van euro kan hebben. Door de pensioenvoorziening loopt een Europese kloof. Wie met wat politieke scepsis doordenkt over de mogelijke gevolgen van deze scheidslijn komt onder meer uit bij oplopende geldontwaarding die de koopkracht van de pensioenen aantast.

Twee jaar geleden begon president-directeur D. de Beus van pensioenfonds PGGM (zorg en welzijn) erover. Afwijzing door politici en vakgenoten was zijn deel. Een enquête op een pensioendag van verzekeraar Interpolis en accountantskantoor Coopers leverde later wel een overweldigende steun op voor de stelling van De Beus. Vorig jaar ventileerde voorzitter J. van Niekerk van de euro-werkgroep van de pensioenfondsen opnieuw zorgelijke opvattingen. En vorige week deed voorzitter C. van Rees van de koepelorganisatie van de pensioenfondsen die gelieerd zijn aan individuele ondernemingen (OPF) op het jubileumcongres de zoveelste poging het onderwerp echt in discussie te brengen. Als de naoorlogse babyboomers vanaf 2010 met pensioen gaan, treedt de wet van de grote getallen onverbiddelijk in werking. De samenleving krijgt meer ouderen, die langer leven dan hun ouders, en hun toenemend aantal gaat gepaard met een afname van de groep (potentiële) werkenden tussen 18-64 jaar.

In Nederland raakt deze demografische trend de financiering van de AOW, een zogeheten omslagstelsel. De kosten worden jaarlijks omgeslagen over de werkenden. De pensioenvoorziening die bij de werkgever wordt opgebouwd is gebaseerd op de traditionele spaarpot: geld opzijzetten (idealiter: veertig jaar lang) en na je 65ste van het gespaarde kapitaal genieten. Dankzij deze kapitaaldekking zijn de Nederlandse pensioenfondsen zo groot en moet de vergrijzing zonder problemen opgevangen kunnen worden.

Nederland is in Europa wel een beetje een buitenbeentje met zijn kapitaaldekking. De grote Europese landen (Duitsland, Frankrijk, Italië) hebben niet alleen ruimere staatspensioenen dan de AOW, maar zij financieren de toezegging voornamelijk via omslagstelsels. Deze combinatie maakt hen kwetsbaar voor de komende grijze aardverschuiving.

Sinds de aanvaarding van het Verdrag van Amsterdam, de invoering van de euro en de politieke bezegeling met het stabiliteitspact, dat grenzen stelt aan overheidstekorten en staatsschuld, is de pensioenvoorziening van andere Europese landen ook onze zorg. In 1997 stonden vier (potentieel) werkenden tegenover elke Europese gepensioneerde, in 2030 zijn er dat nog maar iets meer dan twee.

Twee getallen van OPF-voorman Van Rees illustreren de gevolgen van deze verschuiving. In Europa wordt 88 procent van de toekomstige uitkeringen gefinancierd uit heffingen over de werkzame bevolking. En als de toekomstige pensioentoezeggingen van overheidswege worden afgezet tegen de economie van de eurozone verdubbelt de staatsschuld tot zo'n 140 procent van het bruto binnenlands product.

Willen overheden zich verzetten tegen de stem des volks, die eist dat de toegezegde pensioenen ook werkelijk worden uitbetaald? Of volgt een moeizame ronde versoberingen, inclusief verhoging van de pensioenleeftijd, op een moment dat de stemmenmacht van de (aankomende) ouderen nog te weerstaan is? De pensioenfondsen wachten nu op een nota van het kabinet over de vergrijzingsgevolgen en Europa en hopen daar volgende week, op een symposium van PGGM, waar ook minister Zalm van Financiën spreekt, meer over te horen.

De angst voor ,,Europese toestanden'' heeft, opmerkelijk genoeg, de pensioenfondsen zelf nog niet tot ander gedrag aangespoord. Vooral de ondernemingspensioenfondsen geven hun werkgevers op grote schaal voordeeltjes, zoals kortingen op pensioenpremies en terugstorting van kapitaal uit het vermogen van het pensioenfonds. Vorig jaar ging het om 6,5 miljard gulden. Met een tikkende Europese demografische tijdbom en inflatiedreiging in het verschiet zouden pensioenfondsen juist robuuster moeten zijn dan ooit.

    • Menno Tamminga