Gangsterritmes uit East-End

De popmuzikanten Tricky en Gareth Bowen namen een cd op met de gangsters die Londen in de jaren vijftig en zestig onveilig maakten.

Nu de Amerikaanse gangsterrap op sterven na dood is, komt er nieuw elan uit Engeland. Daar is de afgelopen twee jaar gewerkt aan een cd van elf authentieke gangsters, die niet `rappen' maar ieder op ritmische toon hun levensverhaal vertellen. Ze worden begeleid door muziek van Tricky en zijn vaste producer Gareth Bowen. Het resultaat is de cd Product of the Environment – te vergelijken met een plaatje van wijlen Haring Arie of Frits van de Wereld, gemaakt met Junkie XL.

Deze elf gangsters, nu allemaal een jaar of zestig, beleefden hun glorietijd in de jaren vijftig en zestig. De Kray Twins regeerden toen in het East-End (Oost-Londen) en de Richardson Brothers in Zuid-Londen. Gangsters overvielen geldtransporten, bliezen kluizen op, bestreden elkaar en plunderden de juwelier. Revolvers hadden ze niet, ze gebruikten knuppels en boksbeugels. De mannen heten Tony Lambrianou, `Mad' Frankie Fraser of Bernie Lee en hun stemmen zijn lager en versletener dan die van andere mannen van rond de zestig. Ieder nummer op de cd is vernoemd naar een van de gangsters en om de beurt vertellen ze over hun jeugd, hoe ze in de misdaad terechtkwamen, waardoor ze uiteindelijk in de gevangenis belandden en hoe ze nu op hun leven terugkijken.

Dat het resultaat meer is dan authentiek klinkende oral history,is te danken aan Tricky en Gareth Bowen. Bowen maakte de muziek en liet zich daarbij leiden door de stemmen van de verschillende vertellers. De duistere instrumentatie past bij hun volume en klankkleur; het ritme van de woorden bepaalde dat van de muziek. Zo ontstond het `gangsterritme', een trage cadans die een vanzelfsprekend beeld oproept: een man loopt met grote, zelfverzekerde stappen over het trottoir, heeft de schouders licht opgetrokken en verbergt zijn mond achter een opstaande kraag – vandaar dat sommige verhalen moeilijk verstaanbaar zijn. Hij neemt zijn hoed af voor een hem tegemoetkomende vrouw en koopt een bos rozen voor zijn moeder.

De man stelt zich aan ons voor (`My name is Joe Pyle'; `I'm Dave Courtney') en begint over het verleden te mijmeren. Hij zegt dingen als: `Ik ging naar een opvoedingsgesticht en ik leerde er 23 manieren om een auto te stelen' (uit de mond van Bernie Lee). `Ik was de Gouden Gids van de Londense onderwereld' (David Courtney). `Ik heb 42 jaar gezeten en meer water en brood gezien dan wie ook' (Frankie Frazer). `Ik had elke maand een nieuwe auto, al had ik geen rijbewijs' (Jack Adams). `Iedereen was anti-autoriteit in die dagen.' (Freddie Foreman)

In hun verhalen gebruiken de gangsters ouderwetse woorden als `the firm' (als ze het over hun bende hebben) en `dog eyes' voor verklikker. ,,Ze hebben allemaal zo lang in de gevangenis gezeten dat hun taalgebruik en gedrag nog regelrecht uit de jaren vijftig komen'', zegt Gareth Bowen. ,,Als je met Frankie Fraser ergens zit en er komt een vrouw binnen, dan staat hij meteen op.'' Bowen liet iedere gangster een uur praten over zijn verleden, en monteerde de verhalen later tot compacte geschiedenissen. ,,Omdat de meesten ongeveer in dezelfde tijd zijn geboren, en in dezelfde buurt, het East End, waren er veel overlappingen. Ik heb de teksten zo geredigeerd dat ze nu allemaal een ander thema hebben. Zo praat de een over de lijfstraffen in de gevangenis, beschrijft de ander een treinoverval, en vertelt de derde over de reputaties van de verschillende bendes. Ik heb ze soms afgeremd. Zo mochten ze het niet hebben over zaken waarvoor ze nooit zijn veroordeeld. En Bernie Lee, die vroeger kluizen opblies, begon in zijn enthousiasme het recept voor nitroglycerine te vertellen. Dat leek me niet verantwoord.''

Het idee voor de cd kwam van Tricky. Tricky is bekend als een van de grondleggers van de triphop-stroming uit Bristol. Hij heeft gangsters in zijn familie en was zelf ook bijna crimineel geworden. Tricky zag muzikale mogelijkheden in zijn achtergrond. Hij wilde daarbij gebruikmaken van authentieke verhalen, waarin het verleden niet werd geromantiseerd.

Oude stempel

Gareth Bowen verzamelde de vertellers. ,,Ik werkte een jaar of tien geleden in een studio in Brixton'', zegt Bowen. ,,De studio was eigendom van Jack Adams, die een crimineel verleden bleek te hebben. Via hem ontmoette ik allerlei misdadigers van de oude stempel, zoals Frankie Fraser, Tommy Wisbey en Tony Lambrianou.'' Bowen onderzocht hun verleden voor hij hun om medewerking vroeg. ,,Ik wilde niet met mensen werken die bekendstonden om misdaden tegen burgers. De meeste vergrijpen van deze mannen waren gericht op banken of andere financiële instanties. En anders waren het wandaden tegen rivaliserende bendes.'' Zoals Tony Lambrianou, in de jaren vijftig rechterhand van de Kray Twins, het op de cd uitdrukt: `We never involved ourselves with innocent people/ They was all other villains, that was a code I lived by'. (We betrokken nooit onschuldige burgers bij onze zaakjes. Alleen maar boeven. Dat was de ere-code.)

Het was Bowens voorwaarde dat de gangsters hun straf hadden uitgezeten. Om die reden werd de in 1965 uit de gevangenis ontsnapte Ronald Biggs (een van de daders van The Great Train Robbery, waarbij in 1963 zo'n tweeëneenhalf miljoen pond werd buitgemaakt) niet voor het project gevraagd. De enige gangster wier afwezigheid Bowen betreurt is Reggie Kray. Zijn tweelingbroer Ronnie overleed in 1995 in gevangenschap, maar Reggie zit na dertig jaar nog altijd in de cel. ,,Hij is nu 65 en ziet er uit als een dertigjarige. Hij doet de hele dag aan fitness. Ik ging hem opzoeken in de gevangenis, en hij wilde wel meedoen. Maar de bewaking ontdekte mijn opnameapparatuur en toen we later officieel toestemming vroegen heeft de regering ons verzoek afgewezen.

,,Ze zijn als de dood voor hem. Reggie Kray had al lang vrij moeten zijn, maar hij wordt nog steeds vastgehouden. Want als deze Kray vrij komt staat hij meteen in alle kranten en talk-shows. De politie en de regering zullen er niet mooi van af komen. In de tijd dat de Krays en veel andere gangsters werden opgepakt, eind jaren zestig, was het heel gewoon dat de arrestant bekentenissen in de mond werden gelegd die hij niet had gepleegd. Zo is Reggie voor veel meer vergrijpen veroordeeld dan hij feitelijk heeft begaan.''De Krays zijn uiteindelijk opgesloten omdat ze Jack `The Hat' McVity hadden vermoord. Deze moord is ook de bloederige climax van de film The Krays die in 1990 over hun leven werd gemaakt. The Krays, van regisseur Peter Medak, was de indirecte aanleiding voor Gareth Bowen en Tricky om hun cd te maken. De gestileerde film vonden ze te onrealistisch, zij wilden onverbloemde feiten horen. Niet alleen als document humain, maar ook als waarschuwing voor jonge mensen. Mede om die reden eindigt bijna ieder levensverhaal met het aantal jaar dat de betreffende gangster achter tralies heeft gezeten (bij elkaar zo'n 150 jaar). Voor allemaal was die straf het einde van de criminele loopbaan. `Crime don't pay' is de boodschap.

Mad Frank

Toch is dat niet helemaal waar. Zeker niet nu in Engeland de laatste jaren grote belangstelling is ontstaan voor gangstercultuur. Zo was er in boekvorm al een hausse aan herinneringen ophalende gangsters. David Courtney beschreef zijn leven onder de titel Stop The Ride, I Want To Get Off, van Roy `Pretty Boy' Shaw verscheen Pretty Boy en Frankie Fraser heeft al twee delen van zijn autobiografie gepubliceerd: Mad Frank en Frank and Friends. Frankie Fraser, in zijn wilde jaren bekend als `De Tandarts' omdat hij met een nijptang het gebit van zijn tegenstanders bewerkte, is inmiddels uitgegroeid tot ieders lievelingscrimineel. Hij verzorgt `after dinner'-speeches over zijn leven, treedt op in documentaires over de onderwereld, en organiseert busritten langs plekken waar zich spectaculaire afrekeningen en overvallen hebben afgespeeld.

De acteur Vinnie Jones baseerde zijn rol in de film Lock, Stock and Two Smoking Barrels (1998, Guy Ritchie) op de figuur van David Courtney (die op Product of the Environment laat weten dat de boksbeugel zijn favoriete wapen was). En eerdaags worden een paar gangsterfilms uit de jaren zestig/zeventig opnieuw uitgebracht: The Italian Job van Peter Collinson en Get Carter van Mike Hodges, beide met Michael Caine in de hoofdrol.

Volgens Gareth Bowen hangt de belangstelling voor ouderwetse gangsters samen met een algehele nostalgie naar de jaren zestig. Er zijn meer redenen te bedenken. Zo zou het ook kunnen draaien om nostalgie naar een tijd waarin geweld niet direct fataal hoefde te zijn, of criminaliteit nog niet synoniem was aan drugs. Dan is er nog de aantrekkelijke gesoigneerde machostijl van de gangsters zelf. Dit waren geen sjofele sjacheraars, maar strak in het pak gestoken figuren met diamanten dasspelden, krakende overhemden en `winklepickers' (puntschoenen) aan hun voeten. Dat uiterlijk was onderdeel van de gangster-identiteit die ze blijkbaar aan en uit konden trekken, zoals Tony Lambrianou zegt in zijn verhaal: `Once you put the suit on/ you become a different person'.

En omdat we het hier hebben over Engeland, is de `echte man' altijd méer dan alleen een echte man. Steeds is er de homo-erotische belofte van stoere kerels – met een zwak voor elkaar. `Wanneer gaan jullie tweeën nou trouwen' zegt dan ook George Cornel tegen de over-masculiene Ronnie Kray en zijn vazal, in The Krays. Cornel werd een paar weken later in de Blind Beggar Pub door Ronnie door het hoofd geschoten.

Die echte mannen zijn inmiddels older, sadder and wiser en dat geeft nog een extra reden om van ze gecharmeerd te zijn. Hier speelt het omgekeerde `Bugsy Malone-effect'. Bugsy Malone (uit 1976) was een film van Alan Parker waarin kinderen de rollen van gangsters speelden. Meisjes-vrouwtjes (onder wie een dertienjarige Jodie Foster) en mini-macho's vertederden met geweren die geen kogels sproeiden maar slagroom. Voor de gangsters van Bugsy Malone was het geweld dat ze uitbeeldden iets voor de toekomst (in 1976 schoten kinderen van die leeftijd doorgaans niet met scherp), voor de gangsters van Product of the Environment is het iets dat bij het verleden hoort.

Blote vuisten

Want hoe hard ze ook aan fitness doen, Roy Shaw is toch niet meer de `blote vuisten-bokser' die hij veertig jaar geleden was, en Bernie Lee zal niet meer zoals vroeger een kluis van de grond kunnen tillen. De gangsters van toen zijn de opa's van nu.

En zoals het bij oudere mensen past kijken ze weemoedig terug op het verleden. Gangster Jack Adams zegt het op de cd (`Most of the good days I had were in de fifties and sixties') en hij verzucht het nog eens in een gesprek. Met een stem die klinkt naar vijftig Marlboro's per dag, gromt hij over die mooie tijd toen er `iedere dag wel ergens een feestje was'. Jack Adams was niet aangesloten bij een bende (,,Want ik vertrouwde niemand''). Als een van de organisaties een overval beraamde werd Adams ingehuurd om de vluchtauto te rijden, ,,en ik ben nooit gepakt''. Wat vond de familie van zijn broodwinning? ,,Ze vonden het prachtig. Als ik weer eens thuis kwam en duizend pond op tafel legde, was ik de held. Mijn moeder ging het aan iedereen vertellen. En 's avonds was er feest. De hele buurt kwam langs om door de kamer te dansen en te zingen bij de piano. Drinken deed ik niet. Af en toe nam ik een pilletje, een `purple heart', om het langer vol te houden.''

George Cornel, die door Ronnie Kray werd doodgeschoten, was Adams' oom. Jack werkte in die tijd regelmatig als `geldhaler' voor de gebroeders Kray. Koestert hij geen wrok jegens de tweeling? ,,Ach, ik was natuurlijk wel een beetje van slag, mijn hele familie trouwens, maar ik wist dat Ronnie en mijn oom elkaar haatten. Een van tweeën zou het niet overleven.'' Adams ging even later zelf naar de gevangenis wegens zijn aandeel in de overval op een vliegveld. Terwijl hij zat verliet zijn eerste vrouw hem en nam hun kind mee. Toen Adams in 1970 vrij kwam had hij niets: geen geld, geen huis, geen kleren.

Adams trok in bij zijn moeder en kreeg even later van een `oude vriend' geld om een garage te beginnen. Inmiddels is hij hertrouwd en heeft hij vierentwintig garages en twee servicestations. In de jaren tachtig bezat Adams ook een opnamestudio. Was dat uit belangstelling voor muziek? ,,Ik was niet geïnteresseerd in muziek, ik was geïnteresseerd in het geld!'' zegt Adams. ,,Maar het leverde te weinig op, dus ik heb die studio weer weggedaan.''

Volgens Adams is er wel altijd een relatie geweest tussen popmuzikanten en gangsters. ,,Denk maar aan Frank Sinatra, die had al mafiosi om zich heen. In Engeland in de jaren zestig wilde iedere popster met de Krays op de foto, en andersom. Allemaal werden ze met glamour geassocieerd.'' Was Adams een `product of the environment'? ,,Jazeker. Het was moeilijk om eerlijk te zijn in een oneerlijke wereld. Zoals Charlie Richardson vertelt op de cd: zijn ouders kochten na de oorlog hun vlees op de zwarte markt. Dat waren toch keurige mensen die trouw naar de kerk gingen. Als jongen denk je dan dat het allemaal zo slecht niet kan zijn.

,,In de jaren vijftig verdiende je met gewoon werk bijna niets: vijftien pond per week. Je zag iedereen in de mooiste auto's rijden en naar clubs gaan, en je wist `als ik daar heen ga kan ik niet eens iets te drinken kopen'. Maar ik kreeg 2000 pond voor twee uur een vlucht-auto besturen. Daarvan kon ik iedere maand een nieuwe auto kopen, en elegante kleren.''

Jack Adams eindigt zijn verhaal op Product of the Environment met de opmerking `Since then [in de gevangenis] I haven't been in any kind of trouble. And I don't want to be.' Zo te horen is het hem gelukt. Hij is `happily married', en heeft drie kinderen, van wie de jongste graag naar Amerikaanse gangsterrap luistert. De oude vos heeft zijn geheimen. Want op de vraag wat voor geld het was dat hij dagelijks moest ophalen voor de Kray Brothers, wil Adams nog altijd niet antwoorden. ,,Laten we dat nou maar in het midden laten'', grinnikt hij hees.

De cd `Product of the Environment' is uitgebracht door Palm Pictures/ Durban poison (Palmcd 2029-2)

    • Hester Carvalho