Fusiegeweld kan KPN tot uitverkoop dwingen

Welke rol kan KPN spelen in het wervelende fusieproces in de Europese telecommunicatie? Het concern is geen spelmaker in zijn bedrijfstak. Een totale uitverkoop à la transportbedrijf Nedlloyd wenkt.

De reuzen in de telecommunicatie stappen, letterlijk, over Nederland heen. Het Duitse Mannesmann koopt de Britse mobiele telefoonaabieder Orange, de Britse Vodafone wil nu Mannesmann. France Telecom en Deutsche Telekom zijn ook op jacht, maar niet in Nederland. Hun prioriteiten liggen op de grote markten in Europa. Die keuze spreekt, samen met de onbesuisde bedragen die nu door de lucht vliegen, boekdelen voor de toekomst van KPN Telecom.

Vodafone, Mannesmann, Deutsche Telekom en France Telecom zijn, om de woorden van Philips-topstrateeg J. Oosterveld te spreken, industry shapers, ondernemingen die een bedrijfstak door hun strategie en investeringen vormen en veranderen. Sommige analisten noemen zulke bedrijven ook wel consolidators: de partijen die de fusies en overnames entameren, die een bedrijfstak opschudden en weer nieuwe samenklonteringen uitlokken. Zij leiden de race. Dat lijkt een comfortabele positie, maar een koppositie is in dit tijdperk van ontketend kapitalisme geen garantie voor succes, laat staan voor overleven.

Wat kan KPN doen in de mondiale en Europese fusie- en overnameslag? Eigenlijk niets. De drie grootste complicaties zijn de structuur van het bedrijf (vier heel verschillende kernactiviteiten), de structuur van de aandeelhoudersgroep (de overheid heeft 44 procent van het KPN-kapitaal) en structuur van de zaken: telecom slorpt kapitaal en lijdt onder margedruk.

KPN is druk doende verschillende activiteiten op afstand te zetten. Vorige week ging de joint-venture met QWest (exploitatie van een glasvezelkabelnet in Europa en Verenigde Staten) naar de beurs. Het concern heeft plannen om ook het mobiele telefoonbedrijf een aparte beursnotering te geven.

Verder heeft KPN een bonte verzameling minderheidsbelangen in buitenlandse telecombedrijven, waarvan er steeds meer zelf een beursnotering hebben. De vierde kern is het ,,traditionele'' netwerk van vaste telefonie in Nederland.

De beursnotering van KPN QWest en van KPN Mobiel zijn handige instrumenten voor verdere expansie. Zij kunnen daarmee zelfstandig geld aantrekken voor expansie: telecommunicatie is een kapitaalslorper. Zeker zo belangrijk is dat de waarde van hun activiteiten dagelijks op de effectenbeurs kan worden vastgesteld. Partijen die een fusie of overname willen entameren kunnen direct hun sommetjes maken.

Maar als het tot fusies komt, zal de greep van KPN op de nieuwe onderneming steeds meer verslappen. Een van de strategische opties van bestuursvoorzitter W. Dik illustreert hoe dat proces verloopt. Met KPN Mobiel draait het concern mee in de tweede divisie. Dik zou eerst met een andere tweededivisiepartij willen fuseren om schaalomvang te krijgen en vervolgens samengaan met een grotere partij uit de eerste divisie. Al fuserende verwatert het belang van KPN tot een kwart of minder van een grotere onderneming.

Zo komen de dochters, net als de meeste buitenlandse telecom-belangen, steeds verder af te staan van de KPN-kern: het vaste netwerk. Zou precies het tegenovergestelde, een fusie of overname van het complete KPN concern, meer soelaas bieden? In die optie kan het scala beursgenoteerde dochters juist een hindernis zijn: wat moet de nieuwe combinatie met zo'n kluwen? Is concentratie op één activiteit, zoals van Vodafone op mobiele telefonie, niet wervender?

De huidige KPN-grootaandeelhouder helpt ook niet. Wil een buitenlands telecombedrijf fuseren met KPN en opgescheept worden met de Nederlandse overheid als superbelegger? Zo'n aandeelhouder, die nooit kapitaal zal inbrengen bij nieuwe emissies, is een rem op de financiële flexibiliteit.

Dat argument wordt pregnanter bij een overnamebod. Gezien de bedragen waarom het gaat (KPN's beurswaarde is 55 miljard gulden) moet dat een bod in (hoofdzakelijk) aandelen zijn. Stel dat Mannesmann wel eens overwogen heeft een bod te doen op KPN, dan zou de Nederlandse overheid grootaandeelhouder worden bij de Duitsers. Dat lijkt geen wenkend perspectief voor een koper.

Alles bij elkaar (tweede divisie-speler, een samenklonterende markt, hoge investeringslasten) dringt het Nedlloyd-scenario zich op. Het transportconcern heeft zich de afgelopen jaren zelf uitverkocht en opgedeeld, waaronder een joint-venture in containervervoer met de Britse P&O. Ook Nedlloyd was zelf te klein om een industry shaper te zijn.

Geluk en pech spelen in zo'n proces een grote rol. In het overgebleven kernbedrijf, het landvervoer, wilde Nedlloyd wel een consolidator zijn, maar de gedroomde overnames mislukten. Daarna kon het concern een bod op zijn eigen vervoerdivisie van Deutsche Post niet weerstaan. Een ordentelijke uitverkoop komt natuurlijk defensief over, en kan door KPN niet hardop worden uitgesproken. Je wordt met een uitverkoop geen ondernemer van de 21ste eeuw. De strategie voldoet wel aan twee cruciale criteria: aandeelhouderswaarde en het waken over de belangen van de medewerkers.

    • Menno Tamminga