Electrabel grijpt met Epon laatste kans

Met de overname van Epon grijpt de Belgische elektriciteitsproducent Electrabel de laatste kans in Nederland. Kopen is de enige manier om in de markt in te breken. ,,Epon was altijd onze grote liefde.''

Op een zomerse zaterdagavond in juli zag Ad Lansink, werknemerscommissaris bij stroomproducent EZH, in zijn tuin iemand een envelop in de brievenbus duwen. Dat bleek Maus van Loon te zijn, de directeur van Electrabel Nederland, die zich zonder aanbellen uit de voeten maakte. De envelop bevatte een wanhoopsbieding met enkele douceurs voor de werknemers. Zes dagen later werd EZH verkocht aan het Duitse Preussen Elektra.

Het Belgische Electrabel is al geruime tijd zeer happig op het kopen van een van de vier elektriciteitsproducenten in Nederland, waar de stroommarkt nu in een hoog tempo wordt geliberaliseerd. De overname van Epon voor 6 miljard gulden, die gisteren bekend werd, was dan ook de laatste kans voor de Belgen. Una is dit voorjaar in handen gekomen van het Amerikaanse Reliant, EZH is nu via Preussen eigendom van het Duitse Veba, terwijl EPZ voorlopig Nederlands blijft als onderdeel van Essent en Delta. Zoals vanochtend bekend werd, is de overname van Epon gedaan met behulp van het Nederlandse ING dat 20 procent in Epon verwerft.

Meer dan voor de meeste andere grote spelers op de energiemarkt, zoals het Britse Eastern en het Amerikaanse Duke die ook in de race waren voor Epon, is de stap in Nederland voor Electrabel een noodzaak. In België is Electrabel (productiecapaciteit 15.000 megawatt) praktisch een monopolist, die 90 procent van de gas- en stroomdistributie verzorgt en meer dan de helft van de kabelaansluitingen bezit. Directeur W. Bosmans van Electrabel verwacht echter dat met de liberalisering van de Belgische stroommarkt het marktaandeel en de marges zullen krimpen. Om dat op te vangen wil Electrabel elders in Europa stroom gaan opwekken en verkopen.

De Europese expansie, die in eerste instantie is gericht op industriële afnemers, verloopt met wisselend succes. In Luxemburg mag Electrabel een grote elektriciteitscentrale bouwen en in Noorwegen zijn de Belgen meerderheidsaandeelhouder in Scandic Energy, maar bijvoorbeeld de poging in Italië een contract te verwerven liep op niets uit. Door de afscherming van de markt, gaf Bosmans in de Financieel Ekonomische Tijd als verklaring. Omdat de Europese richtlijn voor wederkerigheid volgens hem niet werkt – ,,een puur politiek begrip. We geloven niet in de haalbaarheid van dit concept'' – is het kopen van lokale bedrijven de beste, zo niet de enige manier om in te breken in andere markten.

Nederland, waar anders dan in veel andere landen de nationale trots niet geldt voor de nutsbedrijven, was dan ook een buitenkans. Epon, de grootste stroomproducent van Nederland, is volgens Electrabel ,,altijd onze grote liefde geweest''. Nederland is enigszins bekend terrein omdat grootaandeelhouder Suez Lyonnaise des Eaux (SLE) hier eigenaar is van de afvalverwerker Sita.

De verknoping van aandelenbelangen rond Electrabel is kenmerkend voor de typisch Belgische aandeelhouderscultuur, met een kluwen aan wederzijde financiële belangen en holdingmaatschappijen. Het beursgenoteerde Electrabel is voor 40 procent eigendom van Tractebel, dat voor 96 procent in handen is van het Franse SLE. Tractebel, dat elektriciteitscentrales bouwt in onder meer Brazilië, Noord-Ierland en Hongarije, is ook grootaandeelhouder van het Belgische Distrigas. In België wordt nu enige tijd gespeculeerd over een samengaan van deze drie bedrijven SLE-dochters tot één nutsbedrijf, vooral omdat de drie elkaar bij potentiële klanten vaak tegenkomen. SLE zelf is namelijk bezig zich om te vormen van een financiële houdstermaatschappij tot een multi utility-bedrijf dat water, stroom en gas levert aan klanten.

De recente overname van Tractebel door SLE verliep in België overigens niet zonder slag of stoot. Anders dan in Nederland maken politici zich grote zorgen om de verkoop van belangen in essentiële industrie. De nieuwe minister van Energie Deleuze waarschuwde in september nog de geliberaliseerde wetgeving aan te passen om de kleine consumenten te beschermen tegen de invloed van de Fransen.

    • Jaco Alberts
    • Karel Berkhout