Diva's zonder kapsones

Op een box met tien cd's is een overzicht van honderd jaar Nederlandse klassieke zangkunst verzameld.

Het puik van zoete kelen heet de nieuwe Philips-box met tien cd's die met opnamen van honderd zangers een beeld geeft van een eeuw Nederlandse klassieke zangkunst. De titel klinkt vertrouwd: `Het puik van zoete kelen' heette ook het radioprogramma van Hans Kerkhoff met historische opnamen, dat de VARA in de jaren vijftig zo'n 1.200 keer uitzond. Hans Kerkhoff (87) is ook de samensteller van de cd-box, gebaseerd op oude platen en VARA-concertopnamen, deels afkomstig van de door Kerkhoff geïntroduceerde Matinee op de Vrije Zaterdag.

Extra vertrouwd is `Het puik van zoete kelen' omdat de woorden afkomstig zijn uit de beginregel van de rei van Amsterdamse maagden in Vondels Gijsbrecht van Aemstel. Met de première van de Gijsbrecht werd op 3 januari 1638 de nieuwe Stadsschouwburg aan de Amsterdamse Keizersgracht geopend. Aan het eind van het eerste bedrijf zingen de maagden:

Nu stelt het puick van zoete keelen

om daar gezangen op te speelen

tot lof van God, die op zijn troon

gezeten is zo hoogh en heerlijck.

`Het puik van zoete kelen' is daarmee de perfecte titel voor een verzameling van Nederlandse zangkunst. Want terwijl wij Nederlanders onszelf geen land van opera en zangers vinden, zoals Italië, bewijst deze verzameling het tegendeel. Tal van Nederlandse zangers uit deze eeuw waren internationaal befaamd. Pauline de Haan-Manifarges zong aan het eind van de vorige eeuw in Zürich als 20-jarige Brahms-liederen, waarbij de componist haar begeleidde. Aaltje Noordewier, Jacques Urlus, Maartje Offers en Jo Vincent waren voor de oorlog wijd en zijd beroemd, Gré Brouwenstijn, Elly Ameling, John Bröcheler en Charlotte Margiono waren het daarna. Die lijstjes kunnen nog worden uitgebreid met vele andere namen. Aafje Heynis haalde zelfs jaren na het afscheid van het podium alsnog de populaire toptien met haar oude opnamen.

Grieks drama

De serieuze zang- en muziektheaterkunst is al zeker vier eeuwen populair in ons land. Vondels Gijsbrecht met zijn gezongen reien is in het theater het beroemdste voorbeeld van het `Hollandse classicisme', een uitvloeisel van de renaissance. Vondel zag zichzelf als een Amsterdamse Homerus, reconstrueerde het antieke Griekse drama met zijn koorpartijen en schiep daarmee een Nederlands soort muziektheater. Ook in de schouwburg was sprake van een `Gouden Eeuw'. Rembrandt kwam tekenen bij de repetities van de Gijsbrecht.

Vondel werd geïnspireerd door P.C. Hooft, die in 1600 op het hoogtepunt van de renaissance een bezoek bracht aan Florence, waar net de Italiaanse opera was ontstaan. Die nieuwe kunstvorm werd in zijn geheel gezongen omdat de Italianen dachten dat de oude Grieken dat ook deden. Hoofts herdersspel Granida (1605) kan men zien als de eerste Hollands-classicistische `opera'. Bijna een kwart van Granida wordt gezongen op bestaande muziek. Er zijn koren, maar ook lange aria's voor de beide hoofdrollen in dit zangspel, dat in de 17de eeuw vele malen werd uitgevoerd.

De Gijsbrecht-rei `O Kerstnacht, schoner dan de dagen' is opgenomen in de bundels met Psalmen en Gezangen en daarmee sacrosanct. Zo is de vroege geschiedenis van de Nederlandse zangkunst verbonden met muziektheater èn met religie. Vondel was er voor alle genres en alle gezindten: hij integreerde kunstdisciplines en legde verbindingen met historie en geloof. Zelf was hij eerst doopsgezind, later rooms-katholiek.

Geen wonder dat de eerste van de tien cd's van Het puik van zoete kelen is gewijd aan Nederlandse zangers uit de eerste eeuwhelft in oratoria en cantates. Zangeressen als Aaltje Noordewier-Reddingius, Theodora Versteegh en Jo Vincent, zangers als Max Kloos, Louis van Tulder en Willem Ravelli zingen religieuze muziek van Bach, Händel, Haydn en Mendelssohn. De Mendelssohn-opname van de alt Pauline de Haan-Manifarges uit 1907 is de op een na oudste. De tenor Chris de Vos maakte al in 1905 een opname van een aria uit Massenets Hérodiade, in het Nederlands.

Het puik van zoete kelen is streng verdeeld in twee eeuwhelften, maar ook in genres. De serieuze en prestigieuze muziek (oratorium, concertmuziek en het lied) en de tijdens de eerste eeuwhelft zo veel lichtzinniger en volkser geachte opera hadden in ons land veelal elk hun eigen zangers. Dat is, ondanks de huidige `crossover'-trend, nog steeds het geval. De bariton Henk Poort, in Het puik van zoete kelen te horen in de opera Andrea Chénier van Giordano, lijkt inmiddels definitief overgestapt naar de musical.

De operazanger Jacques Urlus (1867-1935) zingt hier onder andere een lied van Strauss, maar hij was ook een zanger die excelleerde in het serieuze deel van het operarepertoire. In zijn tijd was hij zelfs een van de beste Wagnertenoren, vooral als Tristan-vertolker was hij wereldberoemd. Urlus, die begon als smidsknecht, zong vaak voor een overvolle Grote Zaal in het Amsterdamse Concertgebouw, waarin vijfhonderd extra bezoekers nog staanplaatsen kregen. Hij zong in Bayreuth, Berlijn, Wenen, Londen en aan de Metropolitan Opera in New York.

Verrassing

De sopraan Aaltje Noordewier-Reddingius, een internationale beroemdheid als vertolkster van Bach en Händel, trad echter nooit op in opera. Jo Vincent stond maar één keer op het operapodium (in Mozarts Le nozze di Figaro), net als Elly Ameling (in Mozarts Idemeneo). Maar toch klinkt hier Franse opera uit de keel van de gevierde liedzangeres Ameling: Maître Thibaut ...Hup! Hup! uit Les dragons de Villars van Aimé Maillart, een concertante opname uit 1957.

Het is een van de vele voorbeelden van de onconventionele programmeerkunst van Kerkhoff, die ook in deze verzameling telkens weer verrassingen biedt. Kerkhoff streefde er deels naar om zijn honderd zangers niet alleen te laten horen in het repertoire waarmee ze beroemd werden. Een hele cd is gewijd aan curiosa: licht en soms sentimenteel naïef repertoire – liedjes van Catherina van Rennes (Madonnakindje door Jo Vincent, Mijn lieveken door Maartje Offers) tot Wij willen Limburg houden door Emiel van Bosch.

De honderd zangers zijn niet allemaal op te noemen, ook niet achteraf nog eens te recenseren. Opmerkelijk is wel dat de zangers, zeker die van voor de oorlog en ook nog kort daarna, vaak zo licht klinken. Vooral de sopranen hebben vaak zilverige stemmen met een voorname hoogte, die men ook wel hoort in opnamen van toespraken van koningin Wilhelmina. De technisch verantwoorde zangstijl en het zich houden aan specialismen waren enkele geheimen van de lange carrières die toen gebruikelijk waren. Urlus zong zijn laatste Tristan op zijn 66ste. Zangers zongen toen niet te veel, niet te volumineus, niet zo maximaal expressief en tot op de bodem gaand, zoals we tegenwoordig zo graag willen horen.

De beroemde Hollandse zanger had een fors ego. Jos Orelio schreef zijn autbiografie met M'n gedenkschriften (1916) compleet met 106 aforismen (`Alcohol is de schuld dat de Hollander niet zingt maar blèèrt.') Jacques Urlus schreef Mijn loopbaan (1929), deels een verslag van zijn talloze successen, zijn New-Yorkse debuut bij Toscanini en zijn fabuleuze honoraria.

De Hollandse diva zong als een nachtegaal, maar bleef eenvoudig en had geen kapsones. Jo Vincent reisde met haar psalmzingende kwartet per trein door het land. Gré Brouwenstijn zegde Bayreuth-optredens af om met haar gezin op vakantie te kunnen gaan. Charlotte Margiono houdt niet van hotels, maar slaapt als ze in het buitenland repeteert en optreedt liever in een camper.

De slagersdochter Maartje Offers, door Mengelberg uitgenodigd om in Amerika Das Lied von der Erde van Mahler te komen zingen, had er een keer geen zin in. Maar voor het overige was ze een degelijke alt, die in de jaren 1926-'27 een hele serie opnamen maakte met de dirigenten John Barbirolli en Malcolm Sargent. In 1924 engageerde Toscanini haar voor drie jaar bij de Scala. In zes weken leerde ze zes rollen. Toen een Italiaanse zangeres de tirannieke Toscanini vroeg waarom hij geen Italiaanse had aangenomen, zei hij: ,,Wijs me dan een Italiaanse die de helft presteert van wat zij doet, en ik zal haar aannemen.'

Het puik van zoete kelen: Philips Dutch Masters vol. 55. 10 cd. 464 385-2 (tijdelijk in de aanbieding bij de Nederlandse Klassieke Vakhandel.)

    • Kasper Jansen