De vrouw tot mens gemaakt

Voor de één is Simone de Beauvoir voorgoed van haar voetstuk gevallen; voor een ander zijn haar woorden nog steeds geldig en actueler dan ooit. Vijftig jaar na dato zijn de meningen over `De tweede sekse' nog even verdeeld als bij de publicatie en hebben de discussies nog weinig aan heftigheid ingeboet.

III

In 1949 verscheen het boek waarin Simone de Beauvoir haar stelling poneerde dat `je niet als vrouw wordt geboren, maar tot vrouw wordt gemaakt'. Het boek werd een schandaal. Niet alleen door de ongehoorde vrijmoedigheid waarmee zij schreef over vrouwelijke seksualiteit, maar ook door haar radicale opvattingen over huwelijk en moederschap. Uit katholieke, communistische en politiek-rechtse hoek werd De Beauvoir fel aangevallen. Het naoorlogse Frankrijk, waarin het traditionele kinderrijke gezin werd verheerlijkt, zat niet te wachten op een vrouw die openlijk sprak over voorbehoedsmiddelen, abortus, en gelijkheid tussen man en vrouw. Men had geen boodschap aan een intellectueel die haar seksegenoten eens haarfijn uitlegde hoe zij, in de loop der eeuwen, in een ondergeschikte positie ten opzichte van de man terecht waren gekomen en hoe zij daar in de toekomst een einde aan konden maken.

Zelf gaf zij het voorbeeld door als vrouwelijke intellectueel boeken te baren in plaats van kinderen, in hotels te wonen en er een lat-relatie met een collega-filosoof op na te houden. Drie à vier miljoen exemplaren werden er wereldwijd van De tweede sekse verkocht. Telkens wanneer het boek weer in een volgende taal was verschenen werd De Beauvoir bedolven onder brieven van vrouwen, die haar schreven hoezeer haar boek hen hielp hun twijfels weg te nemen en hun geknakte zelfvertrouwen te herstellen. Ze lazen hoe de mythen over de vrouw als `Ander', als niet-subject, tot stand waren gekomen en hoe ze die konden ondergraven. Toch beschouwde De Beauvoir zichzelf niet als feministe. Pas in de jaren zeventig zou zij een actieve rol gaan spelen bij de Mouvement pour la Libération de la Femme (MLF) en zouden haar denkbeelden feministisch en radicaler worden. De tweede sekse ging de geschiedenis in als het theoretische standaardwerk dat de basis had gelegd voor de Tweede Feministische Golf.

Hoe kijkt men, vijftig jaar later, tegen De tweede sekse aan? Onlangs bleek uit een enquête dat de lezers van Le Monde het op de elfde plaats zetten op de lijst van de honderd beste boeken van deze eeuw. Maar heeft het boek vrouwen nog iets te bieden in een tijd waarin zelfbewuste jonge vrouwen volhouden geen feministe te willen zijn? In het februari-nummer van Opzij gaven schrijfsters uit drie generaties hun mening onder de veelzeggende titel `De bijbel van het feminisme, een achterhaald boek?' Alleen Manon Uphoff (36) bleek het boek `nog steeds inspirerend' te vinden. De columniste Anna Woltz (16) moest zich door de achthonderd pagina's van het boek heen worstelen en herkende zich er geen moment in. Meisjes hebben geen gebruiksaanwijzing voor het leven meer nodig, meent zij. De Beauvoir zou er wellicht de, wel zeer rappe, verwezenlijking in hebben gezien van haar slothoofdstuk Op weg naar de bevrijding, waarin zij veronderstelt dat de vrije vrouw op het punt staat geboren te worden.

Opvallend is dat ook Anja Meulenbelt (53) De tweede sekse een `verouderd en breeduit ingehaald' boek noemt in Opzij. In haar herinnering zal De Beauvoir vooral voortleven door `haar mislukking om ons haar leven in romans, dagboeken en briefwisselingen aan te bieden als model voor de geslaagde, moderne vrouw.' Meulenbelt doelt hiermee onder meer op De Beauvoirs brieven aan Sartre, waaruit bleek dat hun verhouding helemaal niet zo ideaal, transparant en gelijkwaardig was als De Beauvoir altijd had willen doen geloven. Je kunt je afvragen in hoeverre het venijn van Meulenbelt verdedigbaar is bij de beoordeling van een belangrijk theoretisch-feministisch werk als De tweede sekse. De brieven van De Beauvoir aan Sartre onttakelen de mythe van het ideale paar, maar tasten in geen enkel opzicht de kwaliteit van De Beauvoirs intellectuele, filosofische arbeid aan.

n Frankrijk, Amerika en in Nederland grijpt men dit jubileumjaar ook aan voor een meer theoretische evaluatie van De tweede sekse. In Parijs hield het tijdschrift Nouvelles Questions Féministes een wereldcongres over De Beauvoirs leven en werken. Dat in veel, voornamelijk niet-westerse landen De Beauvoir nog allesbehalve passé is, bleek uit het feit dat op tientallen universiteiten in de hele wereld haar werk nog altijd wordt bestudeerd en bediscussieerd. In Amsterdam organiseert de Balie in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam maandag een symposium. Net als in Parijs komen vragen aan de orde als `Hoe actueel is De tweede sekse nu nog?' en `Is de filosofie van Simone de Beauvoir bestand gebleken tegen de tand des tijds'?

De laatste vraag beantwoordt Karen Vintges, docente politieke en sociale filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en initiatiefneemster van zowel het congres in Parijs als het symposium in Amsterdam, met een volmondig `ja'. Vintges promoveerde in 1992 op Filosofie als passie – Het denken van Simone de Beauvoir. In dat boek wilde zij vooral duidelijk maken dat De Beauvoir op wijsgerig gebied niet, zoals vaak wordt gedacht, de schaduw van Sartre was, maar een volwaardig, zelfstandig filosofe.

Wat Vintges boeit is vooral het algemeen humanistische, ethische denken van De Beauvoir. Het essay Een moraal der dubbelzinnigheid (1947) beschouwt zij als de sleutel tot De tweede sekse. Daarin stelt De Beauvoir dat mensen afstand moeten doen van hun narcisme, hun verlangen om zich weerspiegeld te zien in de ogen van een ander. Dat verlangen betekent namelijk dat je de ander gebruikt en hem of haar daarmee als mens ontkent. De Beauvoir roept ertoe op de Ander als ander te durven ontmoeten. `'Waarom gaat het zo vaak mis tussen mensen?' zegt Vintges. ``Het heeft bijna altijd met narcisme te maken.' De Beauvoir heeft een ethiek zonder fundamenten bedacht, waarin de mens een morele positie tot de medemens inneemt door daar keer op keer voor te kiezen. Je kunt niet alleen De tweede sekse, maar ook De Beauvoirs autobiografie lezen als een filosofisch en ethisch werk, meent Vintges. ``Het leven was voor haar levenskunst, een voertuig voor het denken. Het leven is een voortdurende uitdaging tot een ethisch zelfontwerp. Dat is wat mensen aanspreekt. Nog steeds.'

Volgens Joke Hermsen, filosofe, schrijfster en spreekster in Parijs en in Amsterdam, is in de academische wereld juist een begin gemaakt met de demystificatie van Simone de Beauvoir. De tweede sekse wordt steeds meer gezien als een bijzonder ambivalent boek, meent zij. Dat zou vooral blijken uit De Beauvoirs niet van misogynie gespeende opvattingen over het vrouwelijk lichaam: `zwak, inferieur aan de man, niet autonoom en bovendien niet in staat zichzelf te beheersen'. Ook is De Beauvoir, in haar literair-autobiografische werk, niet in staat gebleken een zekere eerlijkheid te betrachten ten opzichte van haar eigen bestaan, meent Hermsen.

Toch ligt het eerder voor de hand te constateren dat de negatieve manier waarop De Beauvoir over het vrouwelijk lichaam schreef decennialang met de mantel der liefde werd bedekt. Als geëmancipeerde vrouw, als eenling, als uitzondering, moest zij haar onafhankelijkheid zwaar bevechten en dus koos zij voor een mannelijke manier van leven en voor een mannelijke benadering van het lichaam. Het vrouwelijk lichaam riep in haar tijd voornamelijk associaties op met kwetsbaarheid, onzelfstandigheid en onderworpenheid – precies de dingen waartegen De Beauvoir zich verzette. Als idool kon De Beauvoir het zich permitteren negatief over het vrouwelijk lichaam te schrijven – het werd haar vergeven. Naarmate de maatschappij veranderde, naarmate haar exemplarische leven steeds minder uniek was en bovendien steeds minder exemplarisch bleek te zijn, vielen er gaten in de mantel der liefde.

n Le Deuxième Sexe de Simone de Beauvoir – Un héritage admiré et contesté probeert Catherine Rodgers, verbonden aan de universiteit van Swansea (Wales), inzicht te krijgen in wat De tweede sekse werkelijk heeft betekend voor de Franse samenleving. Zij sprak met elf vooraanstaande Franse schrijfsters, vrouwelijke politici en wetenschapsters, onder wie de van oorsprong Bulgaarse filosofe Julia Kristeva (1941) en Gisèle Halimi (1927) die als parlementslid actief streed voor vrouwenrechten. Uit de interviews blijkt dat de meeste ondervraagden het feministisch engagement van De Beauvoir onderschrijven en het historisch belang van De tweede sekse willen onderkennen. In veel mindere mate geven zij toe dat het boek hun eigen gedachten en werk doorslaggevend heeft beïnvloed. Als dat al zo is, dan is die invloed van voorbijgaande aard geweest, zo stellen zij.

Zo wordt de `moeder van het feminisme' op een aantal wezenlijke punten door haar `dochters' verstoten en wordt haar werk gedateerd verklaard. De dochters verwijten De Beauvoir dat zij de zin die haar zo beroemd maakte (`Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt') niet ook toepaste op de man. Als existentialistisch filosofe ging De Beauvoir ervan uit dat vrijheid en bewustzijn de kern vormen van het menselijk bestaan. De keuzevrijheid van de mens wordt beperkt door maatschappelijke omstandigheden en die gelden net zo goed voor mannen als voor vrouwen, menen De Beauvoirs critici van nu. Zij gaan daarbij vreemd genoeg voorbij aan het feit dat het De Beauvoir in haar boek nu eenmaal louter te doen was om de positie van de vrouw. Ook De Beauvoirs neiging om de gelijkheid tussen de seksen te ijken op het mannelijke model, stuit op weerstand. Vooral differentie-feministen (die in tegenstelling tot gelijkheids-feministen à la De Beauvoir uitgaan van het verschil tussen de seksen) vinden dat haar uitgangspunt een verminking is van de vrouwelijkheid. Vrouwen zouden zich niet moeten conformeren door zich als mannen te gaan gedragen, maar een eigen, aparte plaats moeten opeisen.

Uit die gedachte ontstond de heftige Franse strijd om `pariteit', waarbij een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen in alle bestuurlijke, parlementaire en openbare functies wordt bepleit. In haar essay L'antiféminisme en politique,stelt historica Françoise Gaspard dat de Franse politiek nog steeds een mannenbolwerk is. Negentig procent van de volksvertegenwoordigers is man en zelfs aanspreektitels (`Madame LE ministre') zijn mannelijk. Het essay is opgenomen in de bundel Un siècle d'antiféminisme, waarin zevenentwintig auteurs een informatief, helder en strijdbaar overzicht geven van een eeuw `antifeminisme'. In haar voorwoord schrijft historica Michelle Perrot dat het boek een cadeau is ter gelegenheid van het jubileum van De tweede sekse. Een wrang cadeau dan, want de vrouwenhaat die zich blijkens dit boek de afgelopen honderd jaar voordeed in alle facetten van de maatschappij is ongekend. Het begint bij de vrouwenangst van kunstenaars als Emile Zola en Gustave Moreau en eindigt bij de rol die vrouwen nu spelen in extreem-rechtse partijen.

Tot nu toe zijn maar weinig commentatoren het oneens geweest met De Beauvoirs kernopvatting dat niet de biologie, maar de sociaal-culturele omstandigheden de vrouw tot vrouw maken. `De vrouw wordt niet bepaald door haar hormonen', schrijft ze in De tweede sekse, `we moeten de biologische feiten zien in een ontologisch, economisch, sociaal en fysiologisch verband.'

nlangs publiceerde de Amerikaanse journaliste Natalie Angier echter De vrouw -De waarheid over het vrouwelijk lichaam, dat `een hulde aan het vrouwelijk lichaam' wil zijn: `de anatomie, de chemie, de ontwikkeling en het plezier ervan'. In haar boek hekelt Angier de opvatting dat vrouwelijk gedrag aangeleerd zou zijn, een gevolg van socialisatie en culturele conditionering. Net als Simone de Beauvoir, maar vanuit een tegengestelde overtuiging, stelt zij de vraag `Wat maakt een vrouw een vrouw?' Zij vindt het antwoord voor een groot deel in het vrouwelijk lichaam: haar boek gaat over `het vrouwelijk chromosoom', `de gulle baarmoeder', `de geschiedenis van de borst' en `oestrogeen en begeerte'. Zij verwijst slechts één keer naar De Beauvoir en dan nog om haar bestraffend toe te spreken dat `vrouwen vanuit een biologisch perspectief niet op de tweede plaats komen', maar `het oorspronkelijke artikel zijn'. Angier schrijft meeslepend, modern overtuigend en zwerft van haar persoonlijke ervaringen naar de meest recente resultaten van wetenschappelijk onderzoek, literatuur en sociologie.

In tegenstelling tot haar revolutionaire voorgangster De Beauvoir is zíj geen eenling meer in een mannelijke, intellectuele wereld. Zij hoeft geen taboes te doorbreken. Zij hoeft geen model te zijn voor de gemiddelde Amerikaanse vrouw. Haar privé-leven gaat niemand iets aan. Zij is het prototype van de moderne, bevrijde vrouw. Maar paradoxaal genoeg zou haar conclusie samengevat kunnen luiden: je wordt als vrouw geboren en niet tot vrouw gemaakt.

Dat Angier, in alle vrijheid, zich baserend op haar eigen ervaringen, in haar eigen tijd, deze biologistische conclusie kan trekken, heeft zij echter wel te danken aan wegbereidsters als Simone de Beauvoir, die voor intellectuele vrouwen zoals zij de weg hebben geëffend.

Op 22 november (20.00 uur) organiseren de Balie en de Universiteit van Amsterdam `Emancipatie, feminisme, girlpower', naar aanleiding van `De tweede sekse'. De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 3, Amsterdam.

Simone de Beauvoir: De tweede sekse. Bijleveld (10de druk), vert. Jan Hardenberg,

832 blz. ƒ49,90

Barbara Klaw: Le Paris de Beauvoir. Parcours. Syllepse, Collection Nouvelles Questions Féministes, 128 blz. ƒ32,65

Un siècle d'antiféminisme. Sous la direction de Christine Bard. Fayard, 481 blz. ƒ67,50

Catherine Rodgers: Le Deuxième Sexe de Simone de Beauvoir. Un héritage admiré et contesté. L'Harmattan (1998), 320 blz. ƒ75,60

Karen Vintges: Filosofie als passie. Het denken van Simone de Beauvoir. Prometheus (1993), uitverkocht

Natalie Angier: De vrouw. De waarheid over het vrouwelijk lichaam. Prometheus, vert. Lieke Berkhuizen e.a., 440 blz. ƒ39,90

    • Margot Dijkgraaf