De Grave kan zelf keuze maken uit wensenlijstjes

Minister De Grave (Defensie) heeft weinig te vrezen van het parlement. De wensen van de fracties lopen zeer uiteen.

Er is de afgelopen weken een gevarieerd tableau gemaakt voor minister De Grave (Defensie, VVD), die eind deze maand met zijn `Defensienota' komt. Een tableau dat hij op zijn tussenstation aan het Haagse Plein zelf nauwelijks mooier had kunnen maken.

Want er staan, nu de CDA-fractie in de Tweede Kamer gisteren een bord met de tekst `méér geld voor defensie!' heeft aangedragen, zoveel uiteenlopende en botsende verzuchtingen, meningen en wensen naast elkaar, dat de minister niet voor een parlementaire vuist hoeft te vrezen. Integendeel, het ziet er naar uit dat hij straks temidden van retorisch hooglopende discussies rustig zijn eigen keuzes kan maken. Dat wil zeggen: kan blijven bij de compromissen met de toppen van de krijgsmachtdelen die hij in januari als `Hoofdlijnennotitie' publiceerde. Dat was nadat de kaasschaaf met de kracht van het regeerakkoord min of meer gelijkmatig, volgens de traditionele verdeelsleutel 2-1-1, langs landmacht, luchtmacht en marine was gehaald.

Oogst van de afgelopen weken: GroenLinks aanvaardt de NAVO maar wil miljarden bezuinigen. De PvdA en D66 zijn opgeschoven naar: niet verder bezuinigen, maar een geldbesparende herschikking van de opzet van de krijgsmacht en zo (nog) meer aandacht voor haar bijdrage aan internationale vredestaken. De VVD zegt spijt te hebben van de bezuiniging van vier keer 375 miljoen tot 2003 waarmee de partij vorig jaar zomer in het regeerakkoord instemde. Maar De Grave kent zijn VVD en weet dat deze zoveel (andere) belangen in de huidige coalitie heeft dat de partij hier geen werkelijke risico's zal nemen. De VVD mag zich dan al een halve eeuw presenteren als stut en steun van een mooi defensiebudget, zij heeft daarover nooit `bloed aan de paal' geriskeerd.

Lastig voor de VVD-fractie, maar niet voor De Grave, was de oppositionele CDA-fractie in de Tweede Kamer gisteren met haar ntitie, die dadelijk wel de steun zal krijgen van de kleine christelijke fracties. Want inhoudelijk is de VVD het immers meer eens met het CDA dan zij zichzelf qua regeerakkoord kan toestaan toe te geven. Net als het CDA, en anders dan de PvdA, is de VVD tegen halvering van de marine en vóór handhaving van de Nederlandse verdedigingstaak in de NAVO. Net als het CDA, en anders dan de PvdA, is de VVD tegen opheffing van het Duits-Nederlandse legerkorps, dat eigenlijk de enige functionerende multinationale eenheid van die omvang in de NAVO en Europa is. Een eenheid die in bruikbaarheid ver uitsteekt boven het Europese, maar `papieren' Frans-Duits-Spaans-Luxemburgs-Belgische legerkorps, dat vooral ter tafel komt als Parijs wervend spreekt over een nauwere Europese defensiesamenwerking.

Het pandemonium aan defensienotities uit de grote fracties in de weken die volgden op `Kosovo' levert nog meer vragen op. Bijvoorbeeld hoe de CDA-fractie aan honderd miljoen gulden structureel extra, 150 miljoen van Ontwikkelingssamenwerking en enkele interne verschuivingen genoeg denkt te hebben om zowel de tradiditionele Nederlandse NAVO-verdedigingstaken vol te houden als de internationale crisisbeheersingsbijdrage van gelijktijdig vier bataljons permanent te maken. Dit terwijl de PvdA-fractie in haar plan voor de krijgsmacht het defensiebudget niet vergroot maar door ingrijpend bezuinigen op de NAVO-taak (vooral bij de marine) het geld voor meer parate eenheden voor (alleen) crisisbeheersing vindt.

Hier lijkt het dat verschillend geëngageerde boekhouders wel tot heel verschillende uitkomsten kunnen komen. Voor De Grave, die zijn eigen boekhouders heeft, is dat geen probleem. Meer nog: ook in het opzicht van politieke haalbaarheid, financiële betrouwbaarheid en politieke taxatie zit hij tussen de strijdende partijen straks op rozen.

De Grave was en blijft zelf de gevangene van het compromis tussen de krijgsmachtdelen over het defensiebudget. Maar dankzij de grote meningsverschillen tussen de grote fracties in de Tweede Kamer houdt hij waarschijnlijk de rol van de nationale arbiter over.

    • J.M. Bik