Bijna reguliere knieval van Rusland op OVSE-top

Na de felle retoriek van president Jeltsin en zijn theatrale vertrek gisteren op de OVSE-top in Istanbul volgde al snel een reeks Russische concessies.

President Jeltsin haalde gisterochtend op de OVSE-top in Istanbul woest uit naar zijn Westerse critici inzake het Russische offensief in Tsjetsjenië, gistermiddag ging hij — bijna regulier — door de knieën met een reeks concessies. Zoals aanvaarding van een politieke OVSE-missie voor Tsjetsjenië, acceptatie van OVSE-gedragsnormen voor Rusland in Tsjetsjenië, volledige instemming met het verdrag voor de vermindering van conventionele wapens in Europa (CSE) en met een Handvest voor Europese Veiligheid van de OVSE.

Al bijna even regulier ging Jeltsins knieval niet gepaard zonder theater, bedoeld voor het thuispubliek. Hij verliet de top voortijdig met de mededeling dat hij terugkeerde naar Moskou om aan de Tsjetsjeense crisis te werken. Hij liet de Franse president Chirac en de Duitse bondskanselier Schröder in verbijstering achter toen nog geen tien minuten van de gereserveerde 45 minuten van hun gezamenlijke ontmoeting voorbij waren.

Jeltsin was kwaad omdat het Westen de ondertekening van het — door Rusland in 1994 bepleite — Handvest voor Europese Veiligheid koppelde aan overeenstemming over de slotverklaring van de top. In die verklaring wilde het Westen noten kraken over Tsjetsjenië. Jeltsins grillige vertrek uit Istanbul leek te stoelen op een koele calculatie: hij registreerde 's ochtends dat Rusland geïsoleerd staat in de kwestie-Tsjetsjenië, zag een gedeeltelijke knieval aankomen en wilde verder gezichtverlies beperken door abrupt te vertrekken.

Clinton, Chirac, Schröder en andere leiders laakten gisteren de Russische aanpak van de Tsjetsjeense crisis, en vormden één front. Jeltsin verweet het Westen bemoeizucht en hekelde nog eens de ,,agressie'' van de VS en de NAVO in Kosovo. De uitwisseling van gedachten was één van de felste in het openbaar tussen de leiders van Oost en West sinds het einde van de Koude Oorlog. En ook al waren hun latere ontmoetingen achter gesloten deuren hartelijk, zelden was het isolement van Rusland op één moment in de afgelopen tien jaar zo groot als gisteren.

Het tafereel riep herinneringen op aan Jeltsins dreiging met een ,,Koude Vrede'' tijdens de OVSE-top in Boedapest van december 1994 naar aanleiding van de uitbreiding van de NAVO, en aan de Kosovo-crisis. In die kwesties volgde na harde retoriek ook een knieval. In die zin was de ontknoping gisteren bijna regulier. Jeltsin bezweek gedeeltelijk voor de Westerse druk en stond, bij monde van zijn achtergebleven minister Ivanov, een rol voor de OVSE toe in Tsjetsjenië: gericht op humanitaire bijstand en het beginnen van een politieke dialoog.

Ook al dendert de Russische oorlogsmachine voort en moet de macht van de OVSE zeker niet worden overschat, het is een grote concessie, zo niet nederlaag: Rusland moet nu toch op eigen bodem pottenkijkers toelaten, en de noodzaak van een politieke oplossing onderkennen. ,,We zijn het erover eens dat een politieke oplossing belangrijk is en dat de bijstand van de OVSE bijdraagt aan het bereiken van dat doel'', vermeldt de slotverklaring.

Het eveneens vanochtend ondertekende Handvest voor de Europese Veiligheid rechtvaardigt zelfs de Westerse bemoeizucht in Tsjetsjenië: ,,Deelnemende staten zijn verantwoording schuldig aan hun burgers en verantwoordelijk tegenover elkaar voor de uitvoering van hun OVSE-verplichtingen. We zien deze verplichtingen als ons gezamenlijke resultaat en beschouwen ze daarom als zaken van onmiddellijke en gerechtvaardigde zorg voor alle deelnemende staten.'' Rusland moet de binnen de OVSE geldende `gedragsnormen' respecteren in Tsjetsjenië.

Amerikaanse regeringsfunctionarissen noemen het handvest een equivalent op het terrein van veiligheid van de Helsinki-akkoorden uit 1975, gericht op mensenrechten. Het handvest is bedoeld om de OVSE meer armslag te geven bij crises en schendingen van de mensenrechten, bij toezicht op verkiezingen en bij wederopbouw van door oorlog geteisterde landen. Het handvest vergroot het internationale civiele vermogen om snel te reageren, reageerde vanochtend NAVO-chef Robertson. Op papier is dat waar, maar de werkelijke kracht van verdragen blijkt pas als het uur U is aangebroken: wie is bereid mankracht te leveren?

Het verdrag over de vermindering van de conventionele wapens, dat dertig landen vanochtend eveneens ondertekenden, stuit al meteen op problemen. Dit CSE-verdrag, een aanpassing van een eerder verdrag uit 1990, voorziet in een forse vermindering van conventionele wapens. Maar Clinton maakte de ratificatie ervan vanochtend afhankelijk van vermindering van Russische militaire aanwezigheid in de Kaukasus, en daarmee van de crisis in Tsjetsjenië. ,,Rusland moet zo snel mogelijk zijn troepen in het noorden van de Kaukasus verminderen, zoals in het verdrag is afgesproken. Zo niet dan leg ik de overeenkomst niet voor aan de Senaat'', zei Clinton.

Zo eindigt de OVSE-top vandaag met veel papierwerk en Russische concessies, maar met weinig praktische vooruitgang. Tsjetsjenië legt onverminderd een hypotheek op de relatie tussen Rusland en het Westen. De top van de OVSE, het troetelkind van de Russen en door hen zelfs ooit gezien als de Verenigde Naties van de Europa, heeft wel de druk op Rusland vergroot.

Of de OVSE als organisatie zelf vooruitgang heeft geboekt, is twijfelachtig. Temidden van een expanderende Europese Unie en NAVO blijft zij voorlopig niet veel meer dan een praatfabriek en uitzendbureau voor waarnemersmissies.

    • Robert van de Roer