Basic Instinct was zo slecht nog niet

Scenarioschrijver Jean-Claude Carrière werkte 's morgens met Luis Buñuel, 's middags met Peter Brook; nu is zijn toneelstuk `Het Terras' te zien bij het RO-theater.

Luis Buñuel, met wie hij de scenario's schreef voor Le Charme discret de la Bourgeoisie en vijf andere historisch geworden films, zei over hem dat hij altijd `een boerenjongen is gebleven, die zich over alles verwondert'. Jean-Claude Carrière ontkent het niet. Hij is al 68 jaar nieuwsgierig, veelzijdig creatief, en verraderlijk bescheiden voor iemand die zo veel op zijn naam heeft staan.

De poezen lopen in en uit. De heer des huizes ontvangt in een prettig slordige salon. Of het de salon is valt te betwijfelen in dit landgoed-in-de-stad, vlakbij de Moulin Rouge en Montmartre. Begin deze eeuw was het een bordeel – de bedrijfsleidster kon van iedere verdieping in het trappenhuis de ingang in de gaten houden. Toulouse-Lautrec woonde om de hoek en kwam vaak schilderen. De villa is nu door een binnenplaats gescheiden van een druk stukje Parijs waar de prostituee, de gitarenwinkelier en de bakker nog steeds gemoedelijk naast elkaar optrekken. Jean-Claude Carrière praat op afroep in een vrije stroom associaties. Gespeelde twijfel maakt geen deel uit van zijn repertoire. Zijn vaderlijke overwicht maakt begrijpelijk waarom Buñuel, die zestien jaar geleden overleed, hem ook als acteur waardeerde, zolang hij zich tot het spelen van prelaten beperkte.

De lijst met films die Carrière heeft geschreven is indrukwekkend. Hij werkte voor Jacques Tati, Pierre Etaix, Jacques Deray (La Piscine, Borsalino, Un homme est mort), Jean-Luc Godard (Sauve qui peut, la vie), Patrice Chéreau, Andrej Wajda (Danton), Daniel Vigne (Le Retour de Martin Guerre), Jean-Paul Rappenau (Cyrano de Bergerac, Hussard sur le Toît), Louis Malle (Milou en Mai), Volker Schlöndorff (Die Blechtrommel, Der Unhold), Milos Forman (Taking Off), Philippe Kaufman (Kundera's Ondraaglijke lichtheid van het bestaan), en schreef voor Buñuel onder meer de scenario's van Le Journal d'une femme de chambre, Belle de Jour, La Voie Lactée en Cet Obscur Objet du Désir.

Terwijl hij al deze meesters diende, ontspon zich 25 jaar geleden een nauwe samenwerking met de naar Parijs uitgeweken, Britse toneelmaker Peter Brook. Voor hem vertaalde en bewerkte hij vier Shakespeares, en met hem verkende hij het Aziatische theater, wat Carrière vijf jaar geleden bracht tot een boek over het boeddhisme. Uit hun samenwerking kwam onder meer een Kersentuin (Tsjechov), een Carmen, De Conferentie der Vogels en de tien uur durende Mahabharata (toneelstuk, film en boek) voort. Die band was nauw en diep, maar nooit exclusief. Het pendelen tussen de groten van toneel en film leverde zelden conflicten op, vertelt Jean-Claude Carrière.

,,Ik heb geprobeerd ervoor te zorgen dat Peter Brook en Luis Buñuel elkaar via mij hielpen. Soms werkte ik op dezelfde dag met allebei, 's morgens met de één, 's middags met de ander. Zij merkten wel eens elkaars invloed in mij. Nadat ik bijvoorbeeld drie maanden intensief met Buñuel had samengewerkt, zei Brook: `Je bent veranderd'. Het kwam allebei ten goede. Ik heb Brook nooit Buñuel opgedrongen, andersom ook niet. Ze zijn beiden uiterst veeleisend. Beiden laten je een finale Olympische Spelen lopen. Het zijn mannen die niets ontgaat, ze merken direct wanneer je niet in vorm bent. Ik heb negentien jaar met Buñuel gewerkt. We hebben waarschijnlijk meer dan 2000 keer met elkaar alleen gegeten. Dan ontstaat een synthese, je weet direct of het goed gaat met de ander. ''

Obstakels

Carrière is geen scenarioschrijver bij wie cineasten even een script bestellen. ,,Met Buñuel heb ik drie boeken bewerkt. Dan heb je een begin waar je over gaat praten, welke personages erin of eruit moeten. Het spannendst is het als je met lege handen begint. We hebben eens acht dagen tegenover elkaar gezeten, ideeën geopperd, en weer verworpen. En dan opeens kwam er wat, zoals bij Le Charme discret de la Bourgeoisie, toen we een groep vrienden bedachten die samen willen eten en daar niet in slagen. Gewoner kan niet. Dat thema hebben we vastgehouden. Het was de kunst uit de 4000 denkbare, alledaagse obstakels net die episodes te kiezen die extreem genoeg waren zonder in het irreële te vervallen. Dat scenario is helemaal onder vier ogen tot stand gekomen. We werkten 's morgens drie, vier uur en 's middags weer. 's Avonds trok ik me terug om de scènes die we hadden bedacht uit te tikken, met een carbonnetje ertussen zodat we de volgende dag allebei iets in handen hadden. Het meeste werd weer verscheurd, soms hielden we een fragment vast. Je moet samen geobsedeerd zijn door je onderwerp. Dat betekent dat je elkaar moet loslaten als het niet lukt. Dan gaven we elkaar twee maanden rust om te proberen het onderbewuste zijn werk te laten doen. Als je elkaar dan terugziet, is er iets gebeurd. Het onderbewuste is de miskende uitvinding van deze eeuw. Van Le Charme Discret de la Bourgeoisie hebben we samen vijf versies gemaakt in twee jaar.

,,Toneel schrijf je in totale afzondering. Je hebt geen idee of wat je bedenkt de mensen zal interesseren of dat het wordt weggefloten. Daarna werk je met een groepje spelers en een regisseur, zonder contact met de buitenwereld. Als het echte contact daar is, bij de eerste opvoering, weet je na vijf minuten of het wat wordt. Als de mensen rechtop in hun stoel gaan zitten, reageren en lachen, werkt het. Anders gaan de acteurs overdrijven. Bij een slecht stuk helpt dat niet.''

Vanaf deze week wordt door het RO-theater Carrière's stuk Het Terras opgevoerd, dat al is gespeeld in Parijs en New York. Vooral de Amerikaanse voorstelling, die strak geregisseerd was met Marx Brothers-elementen, is hem goed bekomen. Het idee ontstond dertig jaar geleden toen hij met Milos Forman in een Parijs' appartement aan een scenario zat te werken. Een makelaar kwam met klanten om het appartement te bezichtigen. Uit dat gegeven begon hij vijftien jaar geleden een stuk te schrijven over een paar dat uit elkaar gaat, waarbij zij het appartement te koop heeft gezet. Terwijl zij er nog in zitten, met hun drama, komen er kijkers, waaronder een zakenman, die zich met steeds meer gaat bemoeien.

Carrière zegt evenveel aan Pinter als aan Rimbaud, Artaud, Kafka en Michaud verschuldigd te zijn. Zo makkelijk als hij schrijft, hiervoor nam hij zijn tijd: ,,Het begin zat wel goed. En de confrontatie tussen dat stel en die vreemden beviel me ook. Ik ben altijd op zoek naar ontmoetingen tussen mensen die er niet in slagen bij elkaar te komen. Maar de wereld van nu gaf me pas de zwaarte, de atmosfeer die ik nog miste. De verdrietige realiteit van de dakloosheid hielp me zes, zeven jaar geleden door een bocht. Dat leverde de personage op die iedere dag een huis-te-koop bezoekt, er eet, wat belt, een dutje doet, en steeds raardere zaken begint te regelen, maar 's nachts nergens woont. Na een tijdje merk je dat het huis hem volstrekt koud laat. Er is een kloof tussen het huis en de mensen. Toen ik dit had, kon ik het stuk afmaken. Het is een komedie, er werd althans veel gelachen in de voorstellingen die ik heb gezien.''

Gevaar

Voor Jean-Claude Carrière bestaat er een wereld van verschil tussen het spelen in een toneelstuk en in een film. ,,Een filmacteur komt op zijn best drie dagen vóór de opnames beginnen, zonder voorbereiding, zonder een idee te hebben wat voor film de regisseur wil maken. Leessessies zijn zeldzaam. De filmacteur is in handen van de cineast. Hij zegt dingen zonder te weten hoe ze gebruikt worden. De toneelspeler daarentegen bezit het stuk zodra het doek opgaat. Hij leeft met een notie van chronisch gevaar. Als er een kroonluchter naar beneden komt, bedreigt die hem net zo goed als het publiek. Alles is broos, de acteur kan de tekst zo vergeten. Grote acteurs die zeker van zichzelf zijn, missen een dimensie. De beste acteurs verkeren in een staat van permanente waakzaamheid. Bij een van de Parijse voorstellingen van Het Terras stormde een dame uit de zaal het podium op om zich met de situatie te bemoeien. Ze deed dat natuurlijk wat onhandig. De spelers wisten dat haar komst een bedrijfsongeval was, maar de zaal niet. Na een korte aarzeling nam een van de acteurs haar bij de arm. `Dit is niet het goede moment' zeggend heeft hij haar naar de uitgang geleid. Na afloop zei een goede vriend van me die in de zaal had gezeten, dat hij dit niet de sterkste scène had gevonden. Dat gevaar ontbreekt bij de film.''

Toneel lijkt een rustig, maar belangrijk element in Carrière's oeuvre. In '91 werd zijn Controverse van Valladolid opgevoerd, een klerikaal drama in een Spaans klooster rond 1550. Hoewel hij in de loop der jaren zes Frankenstein-boeken schreef (onder het pseudoniem Benoît Becker), verschillende romans (Lézard, L'Alliance, Viva Maria en Crédo) en chansons voor de laatste cd en de huidige tournee van Juliette Gréco (`Un jour d'été et quelques nuits'), komt hij hartstochtelijk op voor het toneel, dat naar zijn overtuiging ook in Frankrijk springlevend is. ,,Dertig jaar geleden had men het al over de dood van het toneel door de televisie en alle nieuwe technologie. De generatie van Jean Vilar dacht het theater te redden door Marivaux, Molière en al die andere schrijvers van vroeger te gaan spelen. Maar het theater is helemaal niet dood. Het blijkt een onverwachte remedie tegen eenzaamheid te zijn. Veel mensen komen er om samen te zijn, met het publiek en met de acteurs. Bernard-Marie Koltès is de meest gespeelde Franse toneelschrijver in de wereld. Eric-Emmanuel Schmitt en Yasmina Reza worden overal opgevoerd. Ik weet alleen in Frankrijk al twintig jonge auteurs die staan te trappelen om opgevoerd te worden. Als het gesubsidieerde theater dat maar deed. Er wordt zeker even veel voor het toneel geschreven als voor de film.''

Dat geldt ook voor Carrière, wiens jongste stuk (Audition) in een rood kaftje op tafel ligt. Er is nog het nodige aan te schaven, maar zijn hoofd heeft weer ruimte om aan iets nieuws te denken. In december gaat hij aan het werk met Paul Verhoeven om het scenario te schrijven voor een film over het christendom. Geen bewerking van een boek, `hoogstens van vijfhonderd boeken'. ,,Verhoevens Total Recall vond ik een erg goede film. Basic Instinct was zo slecht nog niet.''

Hij is trouw aan zijn landelijke Franse afkomst (uit de Hérault), maar Jean-Claude Carrière heeft weinig met Franse cineasten gewerkt. Hij kon zich meer voeden aan de ideeën van Europese buitenstaanders. Maar hij is fel over het overleven van de niet-Amerikaanse cinema zonder `het Franse productiesysteem'. Op ieder Frans bioscoopkaartje wordt 14 procent geheven, dat de producent ten goede komt bij een volgende film. Tweede onderdeel van het systeem: stevige subsidie door Canal+ en andere tv-stations, in ruil voor een exclusief tv-recht na de roulatie. Jean-Claude Carrière: ,,Er is best te leven met alleen maar Amerikaanse films, maar als we de deuren openzetten voor het liberalisme en ons systeem moeten afschaffen, dan verdwijnt de cinema. Zonder Franse co-productie had de Italiaanse cinema haar bejubelde meesterwerken, zoals Amarcord van Fellini, niet kunnen maken.''

`Het Terras' van Jean-Claude Carrière. Regie: Catherine ten Bruggencate. Ro Theater, Rotterdam, t/m 11 dec.

Gesprek met Jan Claude Carrière over zijn werk en `Het Terras', morgen, za 20 nov om 16u in het Ro Theater. Toegang gratis, reserveren verplicht. Inl. 010 - 404 70 70.

Filmweek Buñuel en Carrière in Lantaren/Venster Rotterdam, met o.a `Le charme discret de la Bourgeoisie' (vr 19, za 20 en zo 21, 19.30u); `Belle de jour' (ma 22) en `Le journal d'une femme de chambre' (wo 24). Inl. 010 - 2772277.

    • Marc Chavannes