Akkoord pijpleiding voor Kaspische olie

De presidenten van Turkije, Azerbajdzjan, Turkmenistan en Georgië hebben gisteren hun handtekening gezet onder een serie akkoorden die de basis vormen voor aanleg van een oliepijpleiding tussen de Kaspische Zee en de Turkse stad Ceyhan.

Dat gebeurde in de marge van de top van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Istanbul.

Met name de Verenigde Staten hechten groot strategisch belang aan de oliepijpleiding. Een reden daarvoor is dat Washington een kanaal voor energievoorziening wil dat buiten Rusland en ook buiten Iran omgaat. Het tracé loopt van de Azerbajdzjaanse hoofdstad Baku, waar veel olietransport uit de Kaspische Zee samenkomt, via Georgië en dwars door Turkije naar de oliehavenstad Ceyhan aan de Middellandse Zee. Daar eindigt ook de grote leiding die olie uit Irak aanvoert. Uit Ceyhan vertrekken dagelijks grote tankers naar alle exportbestemmingen in Europa en de Verenigde Staten.

De nieuwe leiding omzeilt het in oorlog verkerende Tsjetsjenië en Armenië en blijft ook buiten het Russische netwerk om verstoring van het transport te voorkomen.

,,Deze akkoorden zijn een verzekeringspolis voor de gehele wereld'', aldus de Amerikaanse president Clinton, die als getuige bij de ondertekening aanwezig was. ,,Zij helpen mee er voor te zorgen dat onze energievoorziening door diverse kanalen gaat, en niet door een punt dat gemakkelijk af te sluiten is.'' Daarnaast hoopt Washington dat de pijpleiding een katalysator kan zijn voor het vredesproces in de Kaukasus, met name voor het conflict om Nagorny-Karabach.

Vanuit commercieel oogpunt is er echter nog grote twijfel over het project. Zo is de financiering van de pijpleiding nog steeds niet rond. Een woordvoerder van BP-Amoco, de voornaamste partner in het internationale consortium AIOC dat het project zou moeten exploiteren, zei gisteren in een reactie op het akkoord: ,,Onze positie is niet veranderd. Wij zullen het deze pijpleiding Baku-Ceyhan steunen als het economisch rendabel is.'' Het consortium betwijfelt of de leiding uiteindelijk wel voldoende olie door zal pompen om de hoge kosten van het project (tussen de 2,7 en 3 miljard dollar) te rechtvaardigen. De Russische minister voor Energiezaken Viktor Kalyuzhny sloot zich gisteren bij die kritiek aan. ,,Voor mij is het project niet interessant omdat het niet economisch rendabel is. Maar elk project mag bestaan, dus ook dit.''

Dossier www.nrc.nl/ Ankara

    • Bernard Bouwman