Warm welkom in Gent

We lopen ons te verbazen over hoe mooi Gent is maar we vergeten niet onderwijl een restaurantje te zoeken. We zijn hongerig.

Ik vraag een wat bleke mevrouw met een grote witte wollige hond waar een Vlaams restaurant is. Ze reageert met een felheid die ons doet terugdeinzen. ,,Vlaams, zegt u? Hier kunt ge alleen nog maar Turks, Marokkaans, Italiaans en Russisch eten. Alles kunt ge hier krijgen, uitgenomen Vlaams, maar we gaan terugkomen, hè.''

Nee, naar de bijeenkomst van het Vlaams Blok in een grote witte tent op het François Laaurentplein gaat zij niet.

Wij laten de moed niet zakken en een paar straten verder is het aanbod Vlaams zo groot dat we kiezen op architectuur en interieur. Ook het eten blijkt uitstekend. We wandelen terug en komen langs de witte tent die omzoomd is door prikkeldraad en politieagenten. Door een opening zie en hoor ik Francis van den Eynde, de voorman van de Gentse afdeling. Verstaan doe ik hem niet. Hij lijkt een keurige huisvader. Op het plein staan verspreid een honderdtal jonge mensen met een blik vol afkeer naar de tent te kijken. ,,Het is een schande'', zegt een meisje tegen mij. ,,Het is vandaag tien jaar geleden dat de Muur viel en 61 jaar geleden dat het Kristallnacht was in Duitsland en juist nu, op negen november, trapt het Vlaams Blok af voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar.''

Boven ons cirkelt tegen de duistere lucht een helikopter. De burgemeester had de manifestatie verboden, maar de Raad van State achtte dat verbod in strijd met de Grondwet.

Er komt een grote pantserwagen aangereden met daarvoor een linie gehelmde agenten met schild en wapenstok. Uit een speaker klinkt dat we het plein moeten verlaten `anders zal er gesproeid worden'. Onwillig schuiven we de Vlaanderenstraat in. De mededeling over de sproeier wordt herhaald wat ons verbaast: niemand pleegt verzet en het regent toch al. We schuifelen door en bedenken hoe we onze auto kunnen bereiken. Aan het einde links en dan weer links. Maar er is geen links en ook geen rechts, wel is er een nieuwe linie agenten die uit tegenovergestelde richting ons nadert. De twee linies schuiven steeds dichter naar elkaar toe en we raken ingeklemd. Sommigen proberen te ontkomen door in een portiek van een bankgebouw de geldautomaat te bestuderen. Ze worden eruit gehaald.

Er arriveren geblindeerde bussen met een nieuwe lading agenten. Schijnbaar willekeurig worden er nu mensen gearresteerd, jongens die kalm meelopen, meisjes die blozend omkijken. Ze zouden eerder op de avond zijn gefilmd in de buurt van de tent. Gasten worden uit een café getrokken. Niemand joelt. Ik verbaas me over de gelatenheid waarmee deze klucht wordt ondergaan. De eigenaresse van het belendende café De Gentenaar neemt het op voor haar gasten en doet snel de deur op slot.

Dan komen er ook twee agenten op mij af. In het eerste compartiment van de bus word ik gefouilleerd. In het tweede deel zitten reeds meer dan dertig mensen. De komst van een Hollander baart opzien. Er is nog net een zitplaats vrij. ,,Eigen volk eerst'', zeg ik. Toch komen er nog tien bij, die in het middenpad moeten staan.

We worden vrolijk. We gaan op schoolreisje, jammer van de chagrijnige schoolmeesters, maar we laten ons dit buitenkansje niet ontnemen. Er wordt stevig gerookt en het dakraam wordt losgeschroefd. We zouden zo naar buiten kunnen maar we blijven binnen want we willen geen klappen.

De Belgen schamen zich. ,,Zijt gij ook een keer in Gent en dan is dit ons welkom voor u.'' Ik zeg dat die agenten zich ook wel zullen schamen als ze vannacht thuis komen en aan hun vrouw vertellen waarom ze hebben moeten overwerken. ,,Zij zal zeggen: heb ik daarvoor de aardappels laten aanbranden'', antwoordt een vrouw achter mij. Na een uur komt de bus in beweging. ,,Vuile fascisten'', roept een jongen door het luikgat. Ik kijk naar mijn lotgenoten, zonder uitzondering zachtmoedige mensen. ,,De gevaarlijkste ben ik'', zegt een lange jongen, ,,ik noem mij een grafisch terrorist. 't Vlaams Blok heeft hier de leuze: Hou vol, we komen er aan. Ik verander dat dan in: Hou vol, we komen om. We hebben ook stickers gemaakt met 1 op de 4 = Nazi. De laatste keer kreeg 't Vlaams Blok meer dan twintig procent van de stemmen in Gent.

In het Rijkswachtkwartier, aan de rand van Gent, worden de busladingen in lange gangen opgesteld, met de rug tegen de muur. Mensen uit een andere bus zijn geboeid met plastic strippen. Ieder van ons krijgt een agent tegenover zich. De mijne is niet meer zo jong en lijkt zich te generen voor zijn opdracht. Hij neemt al mijn spullen af, die in een plasticzakje worden gepropt. Een collega schrijft met een dikke blauwe viltstift een nummer op mijn hand, RW9. Hij schrijft dat nummer ook op het zakje.

Het meisje naast me zegt: ,,Daar gaat ge in Nederland toch wel een artikel over schrijven. Misschien dat het voor ons hier dan eindelijk beter wordt.''

Haar agent kijkt haar zonder een spoor van emotie aan, en zegt met dunne lippen: ,,Blijf dromen.''

,,Hoort ge dat, hoe cynisch men hier in België is?

We worden één voor één, telkens vergezeld door twee agenten, voorgeleid. Daar krijgen we een nieuw nummer, nu op onze linkerhand. Ik krijg nummer 20. In de groepscel zien we elkaar terug. Het lijkt een oefening met figuranten, een voorbereiding op Euro 2000.

Toch vallen er nog een paar klappen. Een tenger meisje met een hondje in haar armen schopt en scheldt. Ze moet hoognodig maar mag niet. ,,Plas hier, schijt de hele boel onder'', moedigt ze haar hondje grimmig aan.

De cel raakt vol, zeker zeventig mensen. Er is nog een tweede cel. Om half twaalf komt een pet met gezag binnen. ,,De burgemeester heeft opdracht gegeven u vrij te laten, druppelsgewijs.'' Er wordt honend gelachen en gejoeld. Nummer 1 en 2 mogen gaan. Na vijf minuten mogen 3 en 4. Vijf minuten voor twaalf mag ik. Ze zijn mijn zakje kwijt. Als dat eindelijk gevonden wordt lijken ze het als een gunst te beschouwen dat ik het terugkrijg. Ik vraag of ik mijn collega's mag bellen. Nee dat mag niet van de pet. Ik moet buiten maar iets zoeken. ,,U was nieuwsgierig en daar moet u een prijs voor betalen.'' Buiten is geen telefooncel. Door de regen loop ik langs de Leie de stad in. Om één uur vind ik mijn collega's terug in café De Gentenaar. ,,Waarom zijn jullie niet opgepakt? ,,In de bussen mochten maximaal 42 personen. Wij bleken nummer 43 en 44. Vandaar.

    • Henk van Middelaar