Vredesverklaring IRA brengt geen vrede

De IRA heeft zich gisteren gecommitteerd aan de `zoektocht naar vrijheid, gerechtigheid en vrede' in Ierland. Maar dat betekent nog niet dat die vrede er ook komt.

De Amerikaanse president Clinton vergeleek de belangrijkste Noord-Ierse partijen begin vorige maand met twee dronkelappen. ,,Ze besluiten samen om nu écht de bar te verlaten, maar steeds als ze bijna bij de klapdeur zijn, draaien ze zich om en zeggen: nee, het lukt niet'', aldus Clinton, op bezoek in Canada.

Een paar uur later maakte het Witte Huis excuses voor wat ,,een ongelukkige metafoor'' werd genoemd. Maar behalve de geheelonthoudende dominee Ian Paisley had Noord-Ierland wel begrip voor Clintons beeldspraak. De president had de Noord-Ierse ,,extremen aan weerszijden van de geloofsgrens'' terecht zo beschreven, vond Joe Hendron van de gematigd-nationalistische SDLP. ,,Ze bedrinken zich aan het verleden.''

Hebben Clintons dronkelappen na hun allerlaatste glas Guinness nu echt de deur van de pub opengekregen? Het is mogelijk, nu het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) zich gisteren bereid heeft verklaard formele discussies te beginnen over ontwapening. Die verklaring was de jongste van een reeks zorgvuldig geplande stappen die de volledige uitvoering mogelijk moeten maken van het Goede Vrijdag-akkoord uit april 1998. Dat akkoord voorziet in een semi-autonoom zelfbestuur van protestanten en katholieken in Noord-Ierland en in de ontwapening van alle paramilitaire groepen.

Eerder deze week deden de protestantse leider David Trimble en zijn katholieke tegenspeler Gerry Adams al toenaderingspogingen tijdens een laatste onderhandelingsronde met de Amerikaanse oud-senator George Mitchell. Onder diens leiding kwam ook het Goede Vrijdag-akkoord tot stand.

,,De IRA heeft zich ondubbelzinnig verplicht aan de zoektocht naar vrijheid, gerechtigheid en vrede in Ierland'', liet de IRA gisteren weten. De groep erkende het politieke leiderschap van Adams' Sinn Féin en noemde het Goede Vrijdag-akkoord een ,,belangrijke ontwikkeling'', waarvan ,,de volledige uitvoering bijdraagt aan het bereiken van duurzame vrede''. Daartoe zal de IRA een vertegenwoordiger benoemen om ,,discussies te beginnen met de internationale ontwapeningscommissie'', zij het pas als het gezamenlijke bestuur van protestanten en katholieken zijn werk is begonnen.

De IRA is opgericht om Ulster met geweld bij Zuid-Ierland te voegen. Dertig jaar lang heeft de organisatie daartoe meedogenloos gemoord. Nog steeds beschikt de organisatie over machinegeweren, granaatwerpers en semtex, maar sinds twee jaar neemt ze een bestand in acht. De bom in Omagh van augustus vorig jaar, waarbij 28 doden vielen en 217 mensen werden gewond, zou het werk van dissidenten zijn. De terreur waarmee de IRA in eigen kring orde houdt is voor de `grote politiek' klein genoeg om in het licht van de algemene wapenstilstand te negeren. En dan nu een precendentloze verklaring over vrede.

Voor George Mitchell is het bij elkaar voldoende bewijs om die vrede provisorisch groen licht te geven. Vandaag sloot hij zijn zogeheten `revisie van het vredesproces' na tweeënhalve maand af met genoeg optimisme om de verdere uitvoering van een akkoord in handen te leggen van de Noord-Ierse partijen en van de Britse en Ierse regeringen. Of hij al snel met zijn jonge zoon Andrew kan terugkeren naar een Noord-Ierland ,,waar de vrede als vanzelfsprekend wordt aangenomen'', zoals hij in zijn pasverschenen memoires hoopt, is voorlopig nog een open vraag.

Voor een deel van Trimble's protestantse achterban schiet de IRA-verklaring in elk geval tekort. De woorden ,,geweldloos'' en ,,ontwapening'' ontbraken wel erg nadrukkelijk, merkte meer dan één havik gisteren meteen op. Optimisten, zoals Trimble zelf, menen die tussen de regels toch te kunnen lezen. Maar ongeveer de helft van zijn partij, de Ulster Unionist Party (UUP), blijft bij het oude no guns, no government – eerst moet de IRA wapens buiten gebruik stellen voordat Sinn Féin mag meeregeren.

In juli van dit jaar verwierp de UUP-partijraad al een soortgelijk akkoord, waarin beide partijen ook alleen op basis van een intentieverklaring zouden gaan regeren. Later deze maand moet de 800-koppige raad opnieuw symboliek accorderen in plaats van ingeleverde kalasjnikovs. Of Trimble nu wel het vertrouwen krijgt wordt een dubbeltje op zijn kant. Vijf van de tien UUP-parlementariërs die namens Noord-Ierse districten in Westminster zijn vertegenwoordigd hebben al laten weten het huidige akkoord niet te steunen.

Aan het vorige akkoord was een streng tijdschema verbonden, dat alle partijen na hun ,,gezamenlijke sprong in het duister'' (Adams) verplichtte een reeks andere stappen te doen. Over het tijdschema van het huidige akkoord zijn veel minder details bekend. Eén datum ligt echter vast: 1 mei 2000. Dat is de dag waarop de ontwapening volgens het Goede Vrijdag-akkoord moet zijn voltooid, al zou het niet het eerste ultimatum zijn dat verstrijkt.

Een begin van een begin lijkt er nu te zijn. Resten vijf maanden om symboliek in feiten te veranderen. Maar in Noord-Ierland is symboliek een feit. En zolang er gepraat wordt, wordt er niet geschoten. In die zin is het al langer vrede. En de pubs hebben er rekbare sluitingstijden.

    • Hans Steketee