Vluchteling is geen indringer

Het is een gevaarlijke ontwikkeling dat `autochtone' Europeanen immigranten en vluchtelingen als indringers beschouwen die hier niets te zoeken hebben, meent Manja Ressler. Vluchtelingenverdragen moeten dan ook te allen tijde worden nageleefd.

Onder de kop `In immigratiedebat is `Auschwitz' misplaatst' reageerde Maarten Huygen op 13 november in deze krant op mijn artikel over xenofobie (NRC Handelsblad, 10 november). Immigratiedebat? Had hij iets verkeerd begrepen? Uit de inhoud van zijn reactie blijkt dat hij inderdaad ofwel het verschil tussen immigratie en opvang van vluchtelingen niet kent, of dit bewust negeert.

Bij immigratie gaat het om een vrije keuze: mensen verwachten in het land van hun keuze betere levensomstandigheden, een betere toekomst voor hun kinderen of zelfs een gezonder klimaat voor hun astma te vinden. Elk land bepaalt op grond van zijn eigen politieke of economische overwegingen of en zo ja, hoeveel immigranten het per jaar wil toelaten. Op zich valt daarover ook een principiële discussie te voeren, bijvoorbeeld over het recht van mensen om te wonen waar zij dat verkiezen. Maar daar gaat het in het huidige debat niet over.

Wel gaat het over vluchtelingen, een geheel aparte categorie waarover dan ook internationaal afspraken gemaakt worden die losstaan van het immigratiebeleid van individuele landen. Dat gebeurt om de voor de hand liggende reden dat (burger)oorlogen en schendingen van de mensenrechten niet volgens jaarlijks vastgestelde quota plaatsvinden. Het gaat, kortom, om noodsituaties waarin – net als bij natuurrampen – meteen hulp geboden moet kunnen worden: het opvangen van vluchtelingen geldt internationaal als een morele plicht.

En daar wringt de schoen. Althans voor beschaafde mensen als Maarten Huygen, die in tegenstelling tot de racistisch scheldende anti-asielzoekeractivisten de jurisprudentie wél kennen en die zich ook nog wel vaag bewust zijn van die morele plicht, maar die toch geen zin hebben in de naar hun mening te grote aantallen `buitenlanders'. De vraag is dus: hoe verandert men vluchtelingen in `gewone' immigranten, om vervolgens te kunnen roepen dat ons land `te vol' is?

Maarten Huygen heeft daar een simpele truc op gevonden, die overigens niet nieuw is en al zo'n twee decennia gebruikt wordt door racistische splinterpartijen: die asielzoekers zijn helemaal geen echte vluchtelingen. Ze verzinnen maar wat en geven elkaar tips hoe je de IND moet voorliegen.

Voilà: exit vluchteling, enter immigrant. En, nog belangrijker: weg morele bezwaren. Op het gevaar af nogmaals `morele kramp' toegedicht te krijgen, stel ik Huygen c.s. de vraag wat erger is: dat door een zekere ruimhartigheid zo nu en dan een asielzoeker `ten onrechte' de vluchtelingenstatus verkrijgt, of dat vluchtelingen ten onrechte worden afgewezen en worden teruggestuurd, zoals een aantal jaren geleden enige keren gebeurde met Iraanse studenten, die na hun terugkeer prompt door de Iraanse autoriteiten werden opgehangen?

Uit een niet onbelangrijk deel van de reactie van Huygen en die van de briefschrijvers blijkt wat ik maar het `Martin Walser-effect' zal noemen: schrijf (of zeg) `Auschwitz' en/of `joden' en de eerste reactie is: `houd op om mij moreel te chanteren', zonder overigens echt te lezen wat er staat. Voor de duidelijkheid: er staat beslist niet dat de kwalijke actie in Kollum en andere eigentijdse onfrisse taferelen vergelijkbaar zijn met de shoah. Mijn stelling was dat aan dergelijke voorvallen én aan de in mijn oorspronkelijke artikel tevens genoemde verkiezingsresultaten in Oostenrijk en Zwitserland te merken is dat het Europese schuldgevoel over de shoah (`Auschwitz') inmiddels vrijwel geheel verdwenen is.

Door onze collectieve fixatie op 1933-'45 zien wij vaak niet meer dat deze periode niet zozeer een anomalie in de geschiedenis was, als wel de uiterste consequentie van het politieke nationalisme, zoals dat in de negentiende eeuw ontstond. Met de politieke theorie van de natiestaat – het idee dat staatsburgerschap en het recht zich op een bepaald grondgebied te vestigen in principe aan een bepaalde groep zijn voorbehouden – ontstond ook de politieke xenofobie. Natuurlijk bestond vreemdelingenhaat al, om nog maar te zwijgen over antisemitisme als al dan niet religieus geïnspireerd sentiment. De negentiende eeuw leverde, in combinatie met het toen eveneens ontstane `wetenschappelijke' racisme, politieke ideeën die dit sentiment niet alleen rechtvaardigden, maar ook de mogelijkheid onderkenden het te exploiteren als bron van politieke macht.

Onze eeuw, die in vele opzichten niet meer is geweest dan de praktische uitwerking van de ideeën van de negentiende eeuw, bracht de theorie in praktijk. In de Eerste Wereldoorlog lag het accent op de nationalistische strijd tussen staten. De rokende puinhopen werden op de Vredesconferentie van Parijs in 1919 volgens het zelfbeschikkingsbeginsel van de Amerikaanse president Woodrow Wilson heringedeeld tot natiestaten, waarbij meteen in de meeste landen een `minderhedenprobleem' ontstond. De halfhartige belofte over bescherming van hun rechten weerhield veel landen er niet van, terwijl de inkt van het verdrag nog nauwelijks droog was, te beginnen met de beperking van de burgerrechten van joden. De rest is helaas geschiedenis.

Waar het mij in deze context om gaat, is dat het concept van de natiestaat allesbehalve verdwenen is. De Europese eenwording heeft daar niets aan veranderd, het heeft hooguit het gevoelsmatige `eigen' territorium uitgebreid tot het gebied van de Europese Unie. Wie niet `oorspronkelijk' uit dit gebied afkomstig is, heeft hier én geen formele rechten én wordt door de `autochtone' Europeanen beschouwd als indringer, of het nu om immigranten in de eigenlijke zin van het woord gaat of om vluchtelingen. Het behoeft geen betoog dat het hier om potentieel zeer gevaarlijke sentimenten gaat. Dit besef is de basis van mijn oproep aan de (Nederlandse) overheid om vast te houden aan het beginsel van de rechtsstaat, inclusief het naleven van internationale verdragen over de opvang van vluchtelingen, omdat toegeven aan xenofobe sentimenten deze slechts zal bevestigen en versterken.

Manja Ressler is medewerker van NRC Handelsblad.

    • Manja Ressler