Vereniging

Geruisloos hield zij dit voorjaar op te bestaan, de Association Internationale des Documentaristes (AID). Al sinds halverwege de jaren tachtig leidde de in 1964 met veel elan en energie opgerichte wereldwijde belangenvereniging van geëngageerde documentairemakers een sluimerend bestaan.

Of de stand van zaken in de internationale documentairewereld er nu rooskleuriger uitziet dan in 1963, toen de Deense filmmaker J⊘rgen Roos zich met de woorden ,,De documentairefilm staat er erg slecht voor, en ik denk dat het een goed idee zou zijn om daar iets aan te doen'' tot zijn Italiaanse collega Gian Vittorio Baldi wendde. Uiteenlopende regisseurs als mede-oprichters Henri Storck, Joris Ivens, Richard Leacock, Jean Rouch, Erwin Leiser, D.A. Pennebaker en Albert Maysles sloten zich vervolgens bij hen aan. Aan het einde van de jaren zestig had de vereniging meer dan honderd leden van over de hele wereld, die elkaar bij diverse gelegenheden ontmoetten om over de documentaire te discussiëren of erover publiceerden in de nieuwsbrief van de AID, die begin jaren zeventig door de Amerikaanse fotografe Marion Michelle werd uitgegeven. Halverwege de jaren zeventig namen filmfestivals en andere initiatieven een deel van de doelstellingen van de AID over. Met betere vertoningsmogelijkheden en het veilig stellen van het documentaire erfgoed in filmarchieven in de jaren tachtig en negentig zag de AID haar belangrijkste uitgangspunten verwezenlijkt. Het retrospectief op de AID, dat tijdens het IDFA wordt vertoond, omvat vijftien films van onder meer Henri Storck (Les dieux du feu), Joris Ivens (A Valparaiso), Bert Haanstra (Zoo), Erwin Leiser (Wähle das Leben!), J⊘rgen Roos (We are hanging by a thread) en Richard Leacock en Joyce Chopra (Happy Mother's Day) die een beeld geven van de veelheid van stijlen waarvan de bij de AID aangesloten filmmakers zich in de jaren zestig en zeventig bedienden.