Tsjetsjenië overschaduwt OVSE-top van verzoening (1)

De top van Tsjetsjenië – zo wordt de topconferentie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), die vanmorgen in Istanbul is begonnen, nu al genoemd.

Na het felle verschil van mening tussen Rusland en het Westen over het ingrijpen van de NAVO in Kosovo had dit de top van de verzoening moeten worden. In het Ciragan-paleis (dat ooit werd gebruikt om een gekke sultan op te bergen) hadden er mooie `familiefoto's' van Clinton en Jeltsin gemaakt kunnen worden en er liggen twee verdragen op tafel die zowel Rusland, de Verenigde Staten als de landen van de Europese Unie graag willen ondertekenen. Maar Tsjetsjenië maakt alles moeilijker. Zo hoog liep de onenigheid in de aanloop tot de top op dat de Russische president, Boris Jeltsin, maandag aankondigde dat hij zelf – en niet de premier, zoals eerder aangekondigd – naar Istanbul kwam om het Russische ingrijpen te verdedigen. Bij zijn aankomst in Istanbul, gisteren, sprak Jeltsin verzoenende woorden, maar toch houden de ergste zwartkijkers er rekening mee dat de top het toneel wordt van een fikse rel. Het Westen wil dat Rusland zijn militaire actie staakt en streeft naar een politieke oplossing met de Tsjetsjenen. Moskou daarentegen ziet Tsjetsjenië als een broeinest voor banditisme en moslim-extremistisch geweld. De regio is daarnaast in een staat van anarchie, vindt Moskou, dus het Westen kan wel willen dat er gepraat wordt, maar wie zou dan de gesprekspartner moeten zijn?

Het conflict in Tsjetsjenië werpt een schaduw over elk van de drie documenten die voor de top op de agenda staan. Zo ligt het in de bedoeling dat de deelnemers aan de top een nieuwe versie van het Verdrag over de Conventionele Strijdkrachten (CSE) in Europa ondertekenen. Het `oude' verdrag, dat in 1990 werd ondertekend, was het laatste ontwapeningsverdrag in de traditie van de Koude Oorlog: het ging uit van het bestaan van de `blokken' NAVO en Warschaupact. Het ontwerp-verdrag dat nu ter tafel ligt, gaat niet meer uit van `blokken' maar van soevereine staten. Daarnaast worden er in het verdrag verdere stappen gezet op het gebied van verificatie en inspectie van wapensystemen. ,,Door iedereen, zowel het Westen als Rusland, wordt de herformulering van het oude CSE-verdrag als erg belangrijk ervaren'', aldus een Westerse diplomaat die de ontwerp-tekst hielp voorbereiden.

Maar Rusland schendt met zijn militaire actie in Tsjetsjenië zowel het oude als het nieuwe verdrag. Beide teksten stellen namelijk een maximum aan het militair materieel dat Rusland in de zogeheten flanken van zijn grondgebied mag hebben. Door `Tsjetsjenië' heeft Rusland het plafond voor pantservoertuigen, al met 500 overschreden.

Ook de discussies over het zogeheten Handvest voor de Veiligheid in Europa hebben mede door het conflict in Tsjetsjenië een andere wending genomen. Dit Handvest, dat de veiligheid in Europa zou moeten regelen, is een oude Russische wens, die Moskou tijdens de OVSE-top van Boedapest (1994) nieuw leven inblies. Uiteindelijke inzet van Rusland was toen om de OVSE zo sterk te maken dat zij de leidende veiligheidsorganisatie van Europa zou worden en daardoor tegenwicht zou kunnen bieden aan de NAVO. Dat streven is volledig mislukt. De rol van de OVSE bij vredeshandhaving bleef vrij beperkt. De kracht van de organisatie lag vooral in, bijvoorbeeld, het sturen van waarnemers naar verkiezingen of hulp bij de opbouw van vrede door democratiseringsprocessen te stimuleren.

Het ontwerp-Handvest dat er nu ligt, is een beschrijving van de manier waarop de OVSE de afgelopen jaren heeft gefunctioneerd. Daarom is het veel minder ambitieus dan de oorspronkelijke Russische bedoeling. Maar er is nog ten minste één punt waar de lidstaten sterk over debatteren, en dat raakt opnieuw Tsjetsjenië. Rusland wil dat partners in de OVSE zich niet met conflicten binnen de grenzen van een land mogen bemoeien. Het Westen is het daar niet mee eens. De praktijk van de afgelopen jaren is dat de OVSE dat toch doet, aldus Westerse diplomaten, dus als dat Handvest dat verbiedt, zou dat in feite een stap terug zijn.

Tsjetsjenië zal, zo is de verwachting, ook ter sprake komen in de zogeheten Verklaring van Istanbul, het politieke document waarover de conferentie zich zal buigen. Weglating van de kwestie-Tsjetsjenië zou door Moskou als een grote diplomatieke overwinning gezien worden. Tot op het allerlaatste moment, zo denken diplomaten, zal er keihard onderhandeld worden over de precieze tekst.

Topontmoetingen van de OVSE zijn altijd een plek waar politici in betrekkelijke luwte elkaar kunnen ontmoeten. De Turkse premier, Ecevit, wil deze top gebruiken om van gedachten te wisselen met zijn Griekse ambtgenoot Simitis, om de recente Turks-Griekse toenadering een nieuwe impuls te geven. Voor Turkije is dat gesprek van groot belang. Griekenland verbindt harde voorwaarden, bij voorbeeld over Cyprus, aan een eventuele toekenning van de status van `kandidaat-lid' van de Europese Unie aan Turkije.

De top in Istanbul zal zich ook buigen over de opvolging van Max van der Stoel als Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden. Het is aan Van der Stoel te danken, zo is de algemene opvatting, dat deze functie een zeker aanzien heeft verworven. Voor de opvolging van de Nederlander zijn er drie kandidaten maar die verwekken geen van drie een opvallend enthousiasme bij de lidstaten. Diplomaten sluiten niet uit dat de top Van der Stoel vraagt nog maar even aan te blijven.

    • Bernard Bouwman