Somaliland is oase in `diep zwart gat'

Krijgsheren maken in Somalië de dienst uit sinds de val van dictator Siad Barre acht jaar geleden. Maar in de regio Somaliland heerst rust en orde. Somaliland kan de eerste bouwsteen van een federaal Somalië zijn.

Stapels dollars liggen op de matten van geldwisselaars in de straten. Er valt geen politieagent of andere gewapende man in de verre verte te bekennen. Juweliers doen eveneens zaken zonder angst voor overvallen. Het is veilig en rustig in het Somalische Hargeisa, veiliger dan in menig Afrikaanse hoofdstad.

Het beeld bedriegt. De Verenigde Naties noemden Somalië in een recent rapport `een diep zwart gat'. Wetteloosheid, banditisme en politiek opportunisme heersen in dat zwarte gat. Gewetenloze krijgsheren maken de dienst uit. Landen in de regio mengen zich in de gevechten ter verdediging van hun eigen belangen. Buitenlandse vloten vissen zonder compensatie de zee leeg. Ieder voor zich in Somalië.

De noordelijke stad Hargeisa vormt een uitzondering. Hier heersen de krijgsheren niet. Een burgerregering oefent de macht uit. Het voormalige Britse Somaliland verklaarde zich in 1991 eenzijdig onafhankelijk van de rest van Somalië en maakte Hargeisa tot zijn hoofdstad. Sindsdien vlamde twee keer kortstondig een burgeroorlog op in Somaliland maar met behulp van traditionele clanleiders werd er stabiliteit en vrede bereikt. Er vinden nog sporadische gewelddadigheden plaats in ondermeer de stad Burao en het gezag van de regering van president Egal wordt niet in het hele grondgebied erkend. In de Somalische context zijn dit echter kleine problemen.

Het experiment van Somaliland is mogelijk dankzij een centrale positie voor de traditionele clanleiders, het afkopen van clanmilities en een minimale rol van de regering. ,,Ons economische beleid is erop gericht om de soldaten tevreden te houden'', zegt de gouverneur van de Centrale Bank, Abdul Rahman Dualeh. Bijna driekwart van de nationale begroting – dit jaar geschat op 85 miljoen gulden – gaat naar voedsel, huisvesting en soldij voor de 80.000 clanstrijders uit de vorige oorlogen. De meeste inkomsten van de overheid komen uit belasting op de export van vee en de import van het verdovende middel qat.

De ministeries in Hargeisa zijn gehuisvest in eenvoudige onderkomens, soms nauwelijks groter dan een fietsenhok. ,,Onze regering is arm, en zo willen we dat ook'', zegt minister van Financiën Mohamed Said Gees. ,,Vroeger vraten Somalische regeringen alle inkomsten op. Daarom vertrouwt geen Somaliër de overheid meer. In Somaliland verdient een minister nu minder dan een zakenman. Onze belangrijkste taak is om alle goederen zo goedkoop mogelijk te houden voor de burgers.''

Dat is goeddeels gelukt. Benzine, computers, televisies, voedsel, al deze goederen zijn voorhanden voor ongekend lage prijzen. Investeerders uit de Somalische diaspora trokken naar Hargeisa en vestigden er vijf telefoonbedrijven en zeven luchtvaartfirma's. Nergens in Afrika is het zo goedkoop bellen en vliegen als in Somaliland.

Somaliland greep terug op oude nomadische tradities om de orde te herstellen. Twee van de drie Somaliërs zijn nomaden, die in hun clansysteem een vorm van nomadische democratie kennen. Clanleiders dwongen met hun morele overredingskracht de jonge militiestrijders hun wapens neer te leggen. Een parlement met clanoudsten en benoemde leden maakt nu volgens de grondwet de dienst uit.

Een van de bijverschijnselen van de oorlogen en van de nieuwe invloed van het clansysteem is dat de Somalische samenleving veel conservatiever is geworden. De islamitische fundamentalisten vormen weliswaar geen meerderheid maar hun invloed groeit. Alcohol is tegenwoordig verboden in Somaliland en veel vrouwen hullen zich in sluiers. Vooral de vrouwelijke helft van de natie lijdt onder deze reactionaire ontwikkeling. De vrouwen hielden tijdens de vernietigende clanoorlogen de gezinnen in leven. In de politieke besluitvorming mogen ze nu geen enkele rol spelen. De echtgenotes zwoegen in hun huizen terwijl de mannen qat kauwen of de politieke problemen `oplossen'.

Voor de internationale vredestichters, met de Verenigde Naties voorop, vervult Somaliland een voorbeeldfunctie. Weliswaar erkent geen enkel land de onafhankelijkheid van Somaliland maar het krijgt alle lof voor zijn economische en politieke succes. Na mislukte pogingen van de VN-vredestroepen om tussen 1992 en 1995 met geweld een nationale regering te creëren, erkennen de Verenigde Naties nu dat het land niet op korte termijn één staat kan worden. Het nieuwe beleid is erop gericht met bouwstenen voorzichtig een federaal Somalië te formeren. Op clanbasis dienen verscheidene republiekjes te worden gecreëerd die in een los federaal verband moeten gaan samenwerken. Later kan dan alsnog een zwakke centrale regering worden gevormd.

Somaliland met de Isaqclan is het eerste en tot nu enige geslaagde voorbeeld van zo'n bouwsteen. Een tweede voorbeeld zou het Puntland van de Majerteen kunnen zijn dat zich sinds vorig jaar zelf bestuurt en waar in de hoofdstad Bossaso eveneens redelijke politieke stabiliteit heerst. Puntland wordt echter bestuurd door een krijgsheer, Abdul Yusuf, die een verdeelde clanmilitie leidt. Andere bouwstenen zijn Mogadishu en omgeving, Jubaland en de regio's Bay en Bakool.

De nieuwe president van Djibouti, Ismail Omar Gelleh, beloofde onlangs bij de VN in New York het voortouw te nemen bij de vorming van een federaal Somalië. Grootste obstakel blijven de krijgsheren die profiteren van de chaos. ,,Al die krijgsheren zijn niet te verzoenen'', meent president Egal van Somaliland. ,,De wereld heeft sinds 1991 via de VN zes miljard dollar gespendeerd om hen te verzoenen. Tevergeefs. Als er een vredesconferentie komt, moeten daar andere leiders aan deelnemen.''

De politiek van de bouwstenen gaat ervan uit dat clanmilities en krijgsheren plaats maken voor plaatselijke bestuurders die verantwoording afleggen aan de bevolking. De kloof tussen theorie en praktijk is echter groot. Het Somalische mozaïek van clans en krijgsheren werd dit jaar nog gecompliceerder door de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea, die nu deels op Somalisch grondgebied wordt uitgevochten. Gedreven door eigenbelang steunen die landen verschillende clans.

Behalve Egypte, Italië en de buurlanden heeft geen ander land sinds het VN-debacle zijn vingers meer willen branden aan de clan-waanzin in Somalië. Vooral Amerika liep een trauma op door de gevechten in oktober 1993, waarbij honderden Somaliërs en 18 Amerikaanse soldaten omkwamen. Volgens diplomaten komt daar nu verandering in. Washington ziet met lede ogen aan hoe de oorlog tussen zijn bondgenoten Ethiopië en Eritrea ook naar Somalië overslaat. Bovendien vrezen de Verenigde Staten dat de internationale terrorist Osama Bin Laden een uitwijkplaats in Somalië kan vinden, aldus een hoge VN-diplomaat. Bin Laden wordt verantwoordelijk geacht voor de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania vorig jaar. Somaliërs zelf achten die kans klein. ,,Als hij zich in Somalië vestigt, wordt hij onmiddellijk door een clanmilitie gegijzeld en aangeboden aan de hoogste bieder'', lacht een politicus in Hargeisa. ,,Wij Somaliërs zijn opportunisten.''

    • Koert Lindijer