Pfizer zet alles op alles voor overname Warner-Lambert

Paginagrote advertenties, kort gedingen en presentaties voor financiële analisten. Het farmaceutische bedrijf Pfizer zet nu alles op alles in zijn overnamepoging van Warner-Lambert.

Pfizer eist via de rechter dat het bestuur (commissarissen en bestuurders) van Warner-Lambert wordt vervangen omdat het niet in het belang van de aandeelhouders zou handelen. Warner-Lambert heeft een akkoord over overname/fusie met American Home Products (AHP) en lijkt dat niet te willen openbreken voor een nominaal hoger bod van Pfizer.

AHP is van plan Warner-Lambert over te nemen voor 74 miljard dollar in aandelen en de twee bedrijven maakten dat bekend op 4 november. Pfizer doorkruiste dat plan een dag later met een hoger, vijandig bod van 86 miljard dollar. De respectievelijke bedragen zijn door de kelderende aandelen van de betrokken bedrijven inmiddels nog maar 70 en 72,2 miljard dollar waard.

Centraal in de overnamestrijd staat Lodewijk de Vink, de tot Amerikaan genaturaliseerde Nederlandse topman van Warner-Lambert. Hij zou op termijn de toppositie krijgen in een overname door AHP maar niet na overname door het veel grotere Pfizer. Volgens Pfizer en sommige aandeelhouders van Warner-Lambert wil De Vink een overname door Pfizer daarom laten afketsen.

,,Een onwaarschijnlijk grove belediging'', aldus De Vink vorige week in deze krant. ,,Pfizer gebruikt nu trucs van de straat om onze plannen te verhinderen.'' De Vink zei verder dat AHP volgens hem een betere partner is dan Pfizer omdat het bedrijf meer nieuwe medicijen in de `pijplijn' heeft zitten. Bovendien is topman William Steere van Pfizer tijdens eerdere gesprekken tussen de bedrijven volgens De Vink altijd vrij vaag gebleven.

Pfizer, de maker van de potentiepil Viagra, werkt samen met Warner-Lambert bij het distribueren van Lipitor, een zeer succesvol cholesterolverlagend middel van Warner-Lambert. De Vink wil uit boosheid over de vijandige overname die samenwerking opzeggen. ,,Jullie bestuur verhindert je om een beter bod van Pfizer in overweging te nemen'', aldus Pfizer eergisteren in een paginagrote advertentie, onder meer geplaatst in de New York Times. ,,Jullie bestuur weigerde ons een bod te doen'', aldus Pfizer, ,,totdat zij al een vaststaand akkoord had met veel anti-aandeelhouderelementen en voorwaarden die de koers van het aandeel verlagen.''

Pfizer eist via de rechter dat enkele beschermende afspraken tussen AHP en Warner-Lambert in verband met de overname worden verwijderd, bijvoorbeeld een opzegvergoeding van 1,8 miljard dollar. Daarom eist Pfizer dat aandeelhouders van Warner-Lambert de kans hebben rechtstreeks over de concurrerende biedingen te kunnen stemmen, zonder de complicerende beschermingsmaatregelen erbij te hoeven betrekken. Het directe gevecht via de rechtbank kan volgens Steere vier tot zes weken duren.

Pfizers verbale vuurwerk heeft echter nog maar weinig beleggers overtuigd. Het verschil in de geboden bedragen lag ver uiteen maar liep in twee weken terug tot 2 miljard dollar. Veel waarnemers denken dan ook dat Pfizer een tandje bij moet zetten en met een hoger bod komen. In presentaties rekent Steere analisten voor dat Pfizer na een overname van Warner-Lambert 24 procent meer winst zal boeken tot en met 2002. Hij contrasteert dat met AHP, dat volgens Pfizer slechts op 20 procent winstgroei uitkomt. Maar in de farmaceutische industrie komen veelbelovende produkten soms pas na jaren op de markt. De belofte van een volle pijplijn, waar AHP op kan bogen, is voor beleggers vaak meer waard dan de belofte van stijgende winst over de komende drie jaar.

    • Lucas Ligtenberg