Op weg naar overschotten

In de tweede helft van de jaren negentig zijn de openbare financiën in vrijwel alle industrielanden een stuk opgefleurd. Regeringen zijn er in geslaagd de tekorten op hun begroting terug te dringen door een combinatie van belastingverzwaringen en uitgavenbeperkingen. Lidstaten van de Europese Unie die wensten deel te nemen aan de Economische en Monetaire Unie moesten wel. Een van de eisen om op te gaan in euroland was dat het begrotingstekort niet hoger mocht zijn dan drie procent van het bruto binnenlands product. Landen met een grote overheidsschuld, met name Italië en België, hebben daarbij gezwijnd. De tot voor kort wereldwijde daling van de rentevoet maakte een grote automatische bezuiniging op de rente-uitgaven mogelijk. Nadat elf landen dit jaar tot de eurozone waren toegetreden is de lust om het begrotingstekort verder terug te dringen vooral in Duitsland en Frankrijk danig bekoeld. De terughoudendheid van linkse regeringen in midden-Europa staat in scherpe tegenstelling tot de situatie in de meeste Engelstalige landen en noord-Europa. Hoewel in een aantal gevallen sociaal-democraten ook daar aan de touwtjes trekken, toont de overheidsbegroting hier doorgaans inmiddels een overschot. De grote uitzondering onder de industrielanden is Japan. Een reeks programma's om de economie uit het slop te halen heeft hier sinds 1995 geleid tot een alarmerend groot tekort dat de eerstkomende jaren zeven tot acht procent van het bruto binnenlands product bedraagt.

Overschotten hebben tot gevolg dat de schuld van de overheid afneemt. Dat is vergelijkbaar met gezinnen die maandelijks van hun inkomen overhouden om de hypotheekschuld af te lossen. Maar een regering kan er ook voor kiezen het overschot weer zo snel mogelijk weg te werken. Eén mogelijkheid daartoe is de belastingen te verlagen. Na een lastenverlichting stroomt minder geld in de schatkist en lost het overschot vanzelf op. Dit is vooral een aantrekkelijke optie voor landen waar het belastingpeil op dit moment in verhouding hoog is. In Nederland is de belasting- en premiedruk in de loop van de jaren negentig wat gedaald. Inmiddels zitten we op het gemiddelde van de Europese Unie: van elke in ons land verdiende gulden roomt de fiscus 42 cent af. Bij de voorgenomen belastingherziening in 2001 krijgen de burgers vijf miljard smeergeld mee. De bewindslieden Zalm en Vermeend nemen in feite een voorschot op mogelijke overschotten in de komende jaren.

De andere manier om een begrotingsoverschot weg te werken is de overheidsuitgaven op te voeren. De regering kan besluiten de uitkeringen te verhogen, nog meer extra geld voor de zorgsector uit te trekken, en zo verder. Er zijn nogal wat mensen die niet begrijpen waarom de ministers straks wellicht geld overhouden, terwijl hun moeder op de wachtlijst van een zorginstelling staat, hun kinderen op school in een overvolle klas zitten en de aanwezige infrastructuur de verkeersstromen niet aankan.

Hoe dat zij, hier en elders buitelen politici over elkaar heen bij het aangeven van bestemmingen voor al aanwezige en op handen zijnde overschotten. Zodoende is een levendige handel ontstaan in huiden van beren die vaak nog moeten worden geschoten. Krimpende tekorten en toenemende overschotten zijn op dit moment deels te danken aan de onverwacht gunstige gang van zaken in een groot deel van de wereldeconomie. Zit de economische ontwikkeling straks weer een poosje tegen, dan smelten overschotten als sneeuw voor de zon weg en dreigt het tekort in sommige eurolanden zelfs al snel tegen het afgesproken plafond van drie procent van het bruto product te stoten.

Vergeten wordt dat het feitelijke saldo op de begroting mede afhangt van de stand van de conjunctuur. Floreert de bedrijvigheid, dan stromen de belastingen binnen en hoeft de overheid weinig uitkeringen aan werklozen te doen. Tijdens een recessie is het omgekeerd. Economen proberen daarom ook het structurele begrotingssaldo van de overheid te bepalen, dat is het saldo na correctie voor de stand van de conjunctuur. De Verenigde Staten zijn een voorbeeld van een land met een structureel overschot. President Clinton, daarin gesteund door de Democraten, wil een belangrijk deel van de verwachte overschotten gebruiken om de overheidsschuld versneld af te lossen. Hierdoor gaan de rente-uitgaven omlaag, wat budgettaire ruimte biedt om oplopende uitgaven als gevolg van de vergrijzing van de bevolking op te vangen. Voor het overige staan in de VS zowel uitgavenverhogingen als lastenverlichtingen op de agenda. Vooral de Republikeinen dringen aan op een omvangrijke belastingverlaging. Een groot deel van de Amerikaanse kiezers lijkt geneigd steun te geven aan kandidaten die daarnaast ook de uitgaven voor onderwijs, zorg en openbare veiligheid willen opvoeren.

Nederland zou er goed aan doen op Clintons kompas te varen. Door een structureel overschot na te streven, ontstaat veel ruimte om toekomstige conjuncturele tegenvallers te verwerken zonder dat extra bezuinigingen nodig zijn (die de recessie nog zouden versterken). Een structureel overschot ontlast de begroting verder via lagere rente-uitgaven, zodat de ook in Nederland vergrijzende bevolking met een geruster hart de volgende eeuw tegemoet kan zien.

    • Flip de Kam