Niet elke soldaat komt gezond weer thuis

Is Crazy een `aanklacht tegen Defensie'? Legerpsycholoog Martens neemt het zo zwaar niet op.

MILITAIREN die worden uitgezonden naar een crisisgebied laten zich misbruiken door de staat. Daarover laat de maakster van de documentaire Crazy geen twijfel bestaan. Onvoorbereid worden zij een oorlog ingestuurd; mentaal gebroken komen zij er weer uit. Een `aanklacht tegen Defensie', zo typeerde Heddy Honigmann haar film onlangs in een vraaggesprek.

Het venijn van de film zit in de staart. Op zichzelf zijn de beelden – een Kosovo-detachement dat afscheid neemt van familie, vrienden en geliefden in een geïmproviseerd feestzaaltje – weinig opzienbarend. De militairen wordt een bijbel overhandigd – ,,opdat het een goede uitzending mag worden'' – en één ding wordt hun op de valreep ingeprent: ,,Kosovo is wereldnieuws: u maakt geschiedenis!''

De beelden ontlenen hun wrange bijsmaak aan de verhalen van negen militairen. Acht mannen en een vrouw die in crisisgebieden als Libanon, Cambodja, Rwanda en ex-Joegoslavië, zoals zij dat zelf zeggen, `in de gehaktmolen gingen' en wier `jeugdige onschuld' gesloopt werd. Vermeende helden die maanden, soms jaren na hun uitzending nog steeds worstelen met gevoelens van onmacht, woede, verdriet en schaamte. Muziek dient in Crazy als voertuig voor emotie; bij het beluisteren van hun lievelingslied uit die tijd verdwijnt het laatste stukje schroom van de geïnterviewden.

Neem de Brabander die in november 1992 naar Joegoslavië wordt uitgezonden. Een man die `de dingen neemt zoals ze komen'. Maar liefst zeventig keer rijdt hij gedurende zijn uitzending met een onbeschermd voertuig over bomb alley, een weg die te boek staat als zeer gevaarlijk. De tocht wordt hem door buitenlandse collega's ontraden, maar `je bent nu eenmaal met je werk bezig'. Ter compensatie draait hij de volumeknop van zijn cassetterecorder tijdens de rit voluit. Als de Brabander op Honigmanns verzoek zijn lijflied Knocking on heavens door beluistert, zoomt de camera langzaam in op zijn bezwete handen. Hij heeft, legt hij uit, een zelfmoordpoging overleefd en lijdt aan een posttraumatisch stresssyndroom.

,,Laat je de emoties niet toe'', vraagt Honigmann oprecht verbaasd aan een marinier die tijdens zijn verblijf in Rwanda de voedseltransporten moest beveiligen. ,,Emoties? Ze zijn er niet eens'', antwoordt hij schijnbaar onbewogen, terwijl hij samen met zijn vriendin de homevideo van zijn uitzending bekijkt. Tijdens zijn werk moet hij immers `de knop omzetten'. Toegegeven, hij heeft in die paar maanden `rare dingen' gezien: gestenigde mensen, vluchtelingen die in mootjes waren gehakt. Maar gehuild heeft hij nooit – hooguit grappen gemaakt over wat hij zag: ,,Die man lag er wel slecht bij zeg!'' Pas als de marinier Stef Bos' Figuranten hoort moet hij even slikken. Gelukkig maar, hoor je Honigmann denken; ook hij was een pion in het spel van grotere machten.

Anders dan de film Crazy – een verwijzing naar het gelijknamige muziekstuk van de groep Seal – doet vermoeden, ondervindt het merendeel van de Nederlandse veteranen geen psychische problemen van hun uitzending. Onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam (1997) onder 3.500 militairen die sinds 1975 deelnamen aan vredesoperaties in onder meer Cambodja, Irak, Libanon en het voormalige Joegoslavië, toont aan dat een op de vijf militairen de uitzendperiode `misschien nog niet geheel heeft verwerkt'. Vier à vijf procent van de ondervraagden lijdt aan een posttraumatisch stresssyndroom. Het merendeel (79 procent) heeft de uitzending naar eigen zeggen goed doorstaan. De door Honigmann geïnterviewde militairen behoren, kortom, tot een heel kleine minderheid.

Zou Crazy het goed doen als voorlichtingsfilm voor militairen? Wil Martens, hoofd van de afdeling Individuele Hulpverlening van de Koninklijke Landmacht lacht besmuikt. En schudt zijn hoofd. ,,Ik ben de laatste die zal ontkennen dat er tijdens een uitzending het een en ander kan misgaan; aan iedere uitzending kleven lichamelijke en psychische risico's. Maar is dat zo vreemd? Als ik straks naar huis rijd, loop ik ook gevaar te worden doodgereden.'' Sommige militairen lopen meer risico dan andere; mensen met weinig sociale vaardigheden, een alcohol- of drugsprobleem of een psychiatrisch verleden komen eerder in de problemen. Daar wordt bij de selectie dan ook goed op gelet. Martens: ,,Maar dan nóg kan Defensie niet garanderen dat de uitzending vlekkeloos verloopt. Niet iedereen reageert hetzelfde op een schokkende gebeurtenis. Menselijk gedrag is onder die omstandigheden moeilijk voorspelbaar.''

Maar anders dan Honigmann suggereert worden militairen volgens Martens goed voorbereid op hun verblijf in den vreemde. De legerpsycholoog: ,,Er gebeurt heel veel op het gebied van de hulpverlening. Die informatie wordt in deze film – om wat voor reden dan ook – helaas buiten beschouwing gelaten.''

In 1992 begon de Koninklijke Landmacht met een programma om psychische klachten bij uitgezonden militairen te voorkomen. Aanleiding: het grote aantal aanmeldingen voor hulp na de vredesmissie in Libanon; ruim driehonderd van de tweeduizend uitgezonden VN-militairen klopten na thuiskomst bij Defensie aan.

Sinds de VN-uitzending naar Bosnië wordt ieder bataljon vergezeld door een psycholoog, een maatschappelijk werker en een geestelijk verzorger. Soldaten leren voor hun uitzending wat gevechtsstress is (`een normale reactie op een abnormale situatie', zoals het in de voorlichtingsbrochure omschreven staat), hoe ze het kunnen herkennen en voorkomen.

Aan de hand van waargebeurde incidenten spelen de militairen gevaarlijke situaties na onder begeleiding van een acteur of ervaringsdeskundige. Martens: ,,Wat moet een militair doen als geëmotioneerde burgers hem bedreigen of provoceren? Of als een zwaargewonde bij de poort wordt neergelegd? In de laatste weken voor een uitzending wordt op tal van situaties geanticipeerd.''

Een militair die zojuist een halfvergaan lijk op explosieven heeft onderzocht; een ander die zich schuldig voelt omdat hij niet ingreep bij de moord op een dorpeling; weer een ander die zich schaamt omdat hij zijn maat in de steek liet tijdens een beschieting – ze mogen niet aan hun lot worden overgelaten. Groepscommandanten leren daarom ook hoe zij getraumatiseerde soldaten op hun gemak kunnen stellen. Martens: ,,De commandant vraagt de soldaat naar zijn ervaringen, laat hem even naar huis bellen of verwijst hem naar de psycholoog of maatschappelijk werker.''

In de laatste weken van een uitzending vindt de debriefing plaats, het verplichte gesprek tussen militair en psycholoog. In maximaal drie kwartier tijd wordt de uitzending doorgenomen: de voorbereiding, het vertrek, de verlofperiode, het contact met de commandant, leuke en minder leuke ervaringen. Zo nodig wordt de soldaat doorverwezen naar de afdeling Individuele Hulpverlening van de Koninklijke Landmacht.

Martens: ,,Ik probeer als psycholoog ook vooruit te kijken. Hoe is het voor een 19-jarige marinier om straks weer bij zijn ouders in te wonen? Of voor een vader om zijn pasgeboren kind te zien? Voor de militair heeft de tijd misschien stilgestaan, het thuisfront heeft niet stilgezeten.'' Drie maanden na thuiskomst wordt de soldaat opgeroepen voor een verplicht groepsgesprek; weer een half jaar later krijgen hij en zijn partner een aparte `nazorg vragenlijst' toegestuurd.

Honigmann besloot deze cruciale feiten buiten beschouwing te laten. Misschien juist daarom blijft de aanklacht van de antimilitaristische cineaste tot het eind toe boeien.

    • Danielle Pinedo