Kritiek op plutoniumplan

Canada wil een bijdrage aan de internationale ontwapening leveren door plutonium uit overbodige kernkoppen te verwerken tot brandstof voor kerncentrales. Dat plan wekt veel kritiek: het is duur en niet zonder gevaar.

Het begon met een goedbedoeld Canadees plan om van een internationale nood een economische deugd te maken. Teneinde de wereld te helpen ontdoen van 40.000 Amerikaanse en Russische kernkoppen uit de Koude Oorlog, bood Ottawa in 1996 aan tientallen tonnen plutonium uit de overbodig geworden wapens te hergebruiken in brandstof voor kerncentrales. Wat de Canadese premier Jean Chrétien betreft was het een eigentijdse kans om ,,ploegen van zwaarden te maken'', passend bij het Canadese streven als internationale vredesstichter naam te maken.

De VS en Rusland zitten samen met honderden tonnen plutonium uit oude kernwapens. Ze hebben afgesproken elk tenminste 50 ton onschadelijk te maken, maar dat is duur. De zwaarwaterreactoren van Canadese makelij (`Candu's') kunnen een bijdrage leveren, door plutonium veilig in kleine hoeveelheden toe te voegen aan het uranium dat zij nu als brandstof gebruiken.

Nu echter de levering van twee kleine testhoeveelheden plutonium uit Oost en West echt voor de deur staat, groeit de scepsis over het ambitieuze initiatief zozeer dat deelname van de VS op losse schroeven is komen te staan. Vast staat dat een dezer dagen een monster ter grootte van twee batterijtjes op transport gaat vanuit de Amerikaanse nucleaire basis in Los Alamos in de staat New Mexico naar een testlaboratorium van het Canadese staatsbedrijf AECL in Chalk River, Ontario. Een soortgelijke hoeveelheid, afkomstig uit de Bochvar nucleaire laboratoria bij Moskou, steekt per schip de Atlantische Oceaan over en wordt vanaf de Canadese oostkust naar Chalk River vervoerd.

Doel van de operatie, bijgenaamd `Parallax', is om aan te tonen dat de Candu's inderdaad kunnen draaien op een mengsel van uranium- en plutonium-oxide (`MOX') uit de kernwapens. Lukt dat, dan kan het wapenplutonium tezijnertijd worden `verbrand' in vier van de acht Candu-reactoren van de moderne Bruce-centrale aan de oever van Lake Huron. Als het experiment slaagt is Canada bereid ongeveer 100 ton wapenplutonium als brandstof te gebruiken over de komende 25 jaar. Het plutonium uit de Koude Oorlog, waarvan een portie ter grootte van een tennisbal voldoende is om een kleine stad van de kaart te vegen, zou in die periode energie kunnen opleveren voor 500.000 huishoudens.

De proeftransporten zijn echter gehuld in een zweem van controverse. De precieze data worden angstvallig geheim gehouden. De vrachtwagen uit de VS zal worden geëscorteerd door strenge beveiliging en per satelliet in de gaten worden gehouden. Bewoners van Canadese steden, dorpen en indianenreservaten langs de route hebben bezwaar gemaakt, hoe zeer experts ook onderstrepen dat het transport veilig is. ,,De MOX kan niet zomaar ontploffen of in brand vliegen,'' verklaarde Bob Gadsby, leider van het project bij AECL.

Toch kleven er risico's aan het transport. Plutonium is een gewild materiaal onder terroristen en wrede regimes. Tegenstanders van het Canadese plan, zoals Steve Shallhorn van Greenpeace, wijzen erop dat vervoer van plutonium het risico vergroot dat het in verkeerde handen valt.

De belangrijkste vragen zijn evenwel gerezen over de economische levensvatbaarheid van het plan. Zo rekent het Amerikaanse Departement van Energie op 4,5 miljard dollar aan onkosten om vijftig ton Amerikaans plutonium eigenhandig onschadelijk te maken. Daarbij vergeleken is het twijfelachtig of de Canadese kernreactoren de operatie met winst kunnen uitvoeren. Laura Holgate van het Departement van Energie in Washington zei deze week te betwijfelen of de VS grote hoeveelheden plutonium naar Canada zullen verschepen. Ze sprak echter de hoop uit dat Canada ,,Rusland kan helpen zo snel mogelijk zijn plutonium op te ruimen.'' Maar ook al pakt de MOX-operatie lucratief uit, dan is het onwaarschijnlijk dat Rusland zijn plutoniumvoorraden zomaar aan Canada zal overdragen. Evenals de VS werkt Rusland aan technologie om het kernmateriaal vanaf 2005 zelf als brandstof te kunnen gebruiken.

Critici van het plan vragen zich bovendien af of Canada er goed aan doet om energiewinning met wapenplutonium te stimuleren. Volgens hen draagt de Canadese wetenschap zo niet bij aan non-proliferatie, maar juist aan de vorming van een internationale markt voor plutonium uit kernwapens. Ze schetsen een schrikbeeld waarbij de hoogste bieder straks op de zwarte markt zijn eigen portie wapenplutonium kan bemachtigen.

Shallhorn vermoedt dat achter het initiatief de bedoeling schuilt de Canadese kernindustrie nieuw leven in te blazen. Canada is het een van 's werelds vooraanstaande verkopers van kernreactoren maar die industrie zit in het slop; een derde van de 21 Candu's in het land is gesloten.

Larry Shewchuk, woordvoerder van AECL, verwerpt de samenzweringstheorie. Hij wijst erop dat het gebruik van MOX duurder is dan het gebruikelijke uranium. ,,Er is geen economisch motief,'' verklaart hij. ,,Het gaat om de ontwapeningsdimensie.'' Lloyd Axworthy, de Canadese minister van buitenlandse zaken, bevestigde dat maandag in het parlement. In antwoord op vragen over de transporten zei hij: ,,We moeten duidelijk maken dat we ons blijven inzetten voor nucleaire ontwapening.''

    • Frank Kuin