Joodse tegoeden

Volgens NRC Handelsblad van 12 november heeft vice-president Branbergen van de Amsterdamse rechtbank in kort geding bepaald dat de afspraak joodse tegoeden rechtmatig is. Het Centraal Joods Overleg (CJO) wordt daarmee van rechtswege erkend als kunnende optreden voor de joodse gemeenschap. Ik zet grote vraagtekens bij deze uitspraak. Dat niet alleen omdat de rechter het conflict tussen belangenorganisaties en het CJO met het woord `treurig' meende te moeten bestempelen. Ik vind, dat een rechter zich van moralistische betutteling zou dienen te onthouden, zeker daar, waar een aantal mensen voor hun met de voeten getreden rechten opkomt. Nog veel treuriger is het echter dat een behoorlijk groot deel van de joodse gemeenschap, in het bijzonder de in Nederland vrij belangrijke orthodoxie, zich in het geheel niet door het CJO vertegenwoordigd voelt.

Het was wel het minste geweest wanneer het CJO minimaal enkele orthodoxe leden in haar gelederen had geteld in plaats van een zestal mensen, van wie een meerderheid lid is van de Liberale Gemeente dan wel liberale sympathieën koestert. Twee leden zijn lid van het orthodoxe kerkgenootschap, dat wil in joods Nederland echter niet zeggen dat zij in eigen kring als orthodox erkend worden. Is het dan toch geen toeval dat de orthodoxe instituten er bij een eerdere verdeling zo buitengewoon bekaaid zijn afgekomen?

    • L.D. Meijers