Jongensboek

Ik had de gruwelijke beelden nog niet eerder gezien. Via het tv-programma Barend & Van Dorp werden ze gisteravond opeens op mijn netvlies gesmeten.

Voor degenen die het niet hebben gezien: het gebeurde in de Tweede Kamer. Minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken weerspreekt een bericht in de Volkskrant. Die krant had dinsdag met uitvoerige bronvermelding bericht dat de ministers Van Aartsen (VVD) en Herfkens (PvdA) in september geweigerd hadden de Indonesische presidentskandidaat Wahid te ontvangen. De Nederlandse ambassade in Jakarta zou dit Van Aartsen geadviseerd hebben. Wahid werd wel ontvangen door minister Jorritsma, de PvdA, het CDA en VNO-NCW. Plaatsvervangend directeur-generaal Siblesz van BZ zou niet eens hebben geweten wie Wahid was. Adviseurs zouden Van Aartsen hebben ingefluisterd dat het een warhoofd is die zich niet aan zijn afspraken houdt.

Exit Wahid, leider van veertig miljoen moslims en nu president van Indonesië.

In Barend & Van Dorp was te zien hoe Van Aartsen het bericht van de Volkskrant tegensprak. Kort, effen, hooghartig.

Toen kwam Het Moment.

Van Aartsen loopt naar de regeringstafel en we zien opeens een breed grijnzende minister Peper zitten die hem de hand schudt. Well done, chap. Van Aartsen knikt grinnikend en gaat zitten.

Het was alsof de ene roverhoofdman de andere roverhoofdman prees om zijn moedige optreden. Het gebeurt niet vaak, maar soms ziet de wereld er net uit als in een jongensboek: boeven zijn overduidelijk boeven met gezichten die altijd triomfantelijk grijnzen en daarom tronies worden genoemd.

De rest van de uitzending is ongezien aan mij voorbijgegaan. De jongen in mij, dromerig in zijn boek verdiept, was volledig tot leven gekomen. Het boek ging over een minister die met zijn vrouw in een schandaal was verwikkeld. Die minister was vroeger burgemeester geweest en in die tijd was hij nogal wild omgesprongen met het geld van de gemeenschap, dus ook van mijn pa en ma. Dure reizen, privé-betalingen met creditcards, achterovergedrukte relatiegeschenken, vernederde en ontslagen ambtenaren op `dodenlijsten' – het hield niet op.

De vrouw van de burgemeester had soms het bootje van de gemeente gebruikt voor feesttripjes van het instituut waarvan ze president was. Wel dertig keer, zei een ex-wethouder (ook in de Volkskrant). Welnee, zei de burgemeestersvrouw, slechts twee keer, ,,maar dat is steeds op uitnodiging van de burgemeester geweest.''

Het boek werd steeds spannender. De held was een jonge journalist die als een bloedhond de sporen van de autoriteiten volgde. Zijn superieuren waren bang. Kun je het wel hard maken, vroegen ze steeds, we krijgen anders een enorm gelazer. De journalist knikte grimmig. Ik zal ze krijgen, mompelde hij, de arrogantie van de macht mag nooit winnen.

Ik heb het boek nog niet uit. Nog vijftig pagina's. Als u het niet erg vindt: ik duim voor die journalist.

    • Frits Abrahams