Je ruikt 't angstzweet

Zeven films over de strijd in ex-Joegoslavië komen op het IDFA. Twee ervan zijn hier besproken, de rest wordt aangestipt.

OP ZICHZELF IS HET niet moeilijk een meeslepende documentaire te maken over de oorlog in Bosnië. Om in de juiste stemming te komen, eerst wat muziek van Goran Bregovic uit de film Underground. Dat rouwlied, waarin vrouwen zingen met hoge uithalen. We zoomen in op iemand die met hangende schouders door mistig en modderig Sarajevo sloft. Links en rechts ruïnes. ,,Bosnia now. Life returned like a stranger.'' Beelden van beschietingen, een oude vrouw met wanhoop in haar ogen, een geboorte in het ziekenhuis van Sarajevo. En dan het Haagse tribunaal, waar de wereld in een hightech-atmosfeer probeert af te rekenen met het kwaad.

Zo gaat dat in de vierdelige documentaire The Reckoning van Channel Four, en veel beter wordt het niet. De serie is een pleidooi voor de arrestatie en berechting van dokter Radovan Karadzic, de voortvluchtige leider van de Bosnische Serviërs. Daartoe schetst men het leven van Karadzic in grove halen. Lastig is alleen dat de kijker, naarmate de serie vordert, enige sympathie dreigt op te vatten voor deze Montenegrijnse babyboomer. Een intelligent en innemend causeur, zo lijkt het.

Radovan Karadzic stamt uit Petnica, een gehucht op een hoogvlakte van stenen en slangen waar louter Karadzic'en wonen. Moeder Karadzic, een gezicht van krokodillenleer, heeft een ongelukkig verleden. ,,Een Spartaanse vrouw. Ze praat over haar ongeluk met een bittere lach'', analyseert Karadzic. Inderdaad. Ze raadde Radovan nog zo af om in de politiek te gaan. ,,Geen eerlijk man die in de politiek gaat, blijft lang eerlijk.'' Maar ja, die kinderen.

We volgen de jonge Karadzic in de metropool Sarajevo. Een populaire, langharige jongen die wat rommelt als schrijver en die Tito's geheime politie informeert over zijn vrienden. Die snel afstudeert in de psychiatrie, een goede partij trouwt, in nationalistische kringen verzeild raakt, zwendelt met ziekenhuisgelden en in de cel dreigt te raken. Een luie charlatan, een opschepper, een opportunist, een gokker met een verkeerd kapsel.

Onder normale omstandigheden een redelijk competent Balkanpoliticus. Maar Karadzic opereerde niet onder normale omstandigheden. De geschiedenis heeft hem tot hoofdaanstichter gemaakt van een tragedie die honderdduizenden het leven kostte. Maar had het veel uitgemaakt als anderen zijn rol hadden gespeeld? Dan was het misschien nog erger geworden. Dat is niet de bedoeling van de makers van The Reckoning. Zij willen de wereld ervan overtuigen dat er geen vrede kan zijn zolang deze man vrij rondloopt.

Dus biedt deze documentaire de orthodox-westerse biografie van dokter Karadzic. Het omhooggevallen boertje dat een redeloze haat tegen de grote stad koestert, Sarajevo, dat hem nooit helemaal voor vol aanzag. De verwoesting van de stad is in deze visie een psychodrama; een strijd tussen het platteland en de moderne wereld. Bij mij wil dat er niet in. Waren Karadzic en zijn mannen er in geslaagd Sarajevo in die eerste weken van de oorlog te veroveren, dan had hij de stad heus niet met de grond gelijk gemaakt. Dan had president Karadzic nu gewoon in zijn Srpksi Sarajevo genoten van de geneugten van het Holiday Inn, het theater en het casino.

Veel beter dan The Reckoning is A cry from the grave van de BBC, een chronologisch relaas van de val van Srebrenica, de meest verbijsterende slachtpartij binnen Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De makers van deze documentaire schuwen effectbejag niet, toch lijkt A cry from the grave koel en onpartijdig. Ook zonder muziek van Bregovic, dichtregels en symboliek kan men de kijker er namelijk van overtuigen dat de aanstichters van deze slachtpartij moeten boeten. Gewoon door de getuigen, de videofragmenten, de reconstructies, de beelden op locatie voor zichzelf te laten spreken.

A cry from the grave begint met Saliha Osmanovic, die haar man en twee kinderen verloor. Haar eerste zoon stierf vijf dagen voor de Servische intocht door een granaatinslag; zijn graf in het nu Servische Srebrenica is met distels overgroeid. Haar man Ramo en zoon Nermin probeerden in juli 1995 na de val van Srebrenica met tienduizend anderen door de bossen naar het moslimgebied te vluchten. Onderweg vielen ze in Servische handen. Saliha zag Ramo nog eenmaal, op een Servische homevideo. Gevangen, uitgemergeld, uitgeput. ,,Nermin, kom naar Ramo'', brulde hij naar het bos, waar zijn zoon zich kennelijk nog schuilhield. ,,Fuck Ramo. Roep: kom naar de Serviërs'', commandeerde buiten beeld een Servische militair. Op de achtergrond wachtte een groep medevluchtelingen in het gras gelaten op hun gang naar de slachtbank.

Uniek van Srebrenica is dat zoveel op video is opgenomen door Servische amateurs, die ongetwijfeld dachten een epische zegetocht vast te leggen. Toen de overwinning ontaardde in een massamoord die de wereld schokte, werden die tapes aan de hoogste Westerse bieder verkocht. Zo is de gang van zaken in Srebrenica nog vrij compleet vastgelegd. Wat ontbreekt, zijn beelden van de massamoord zelf – al zal het me niet verbazen als ook daarvan nog ergens een homevideo voor privé-gebruik bestaat.

Op 16 juli 1995 bezocht ik de vrouwen van Srebrenica, die waren ondergebracht in rijen tenten op het vliegveld van moslimstad Tuzla. Bij de ingang van het vliegveld had een jonge vrouw zich verhangen. Journalisten en hulpverleners werden bestormd door moeders en dochters, die smeekten om iets voor hun vaders en zonen te doen. Er was gedrang, gehuil, apathie. Een tv-ploeg werd bijkans gestenigd met grapefruits die zojuist door hulpverleners waren uitgedeeld, toen ze stopten met filmen. De Serviërs vermoorden onze mannen, riepen de vrouwen. Dat leek ons nogal overdreven. Er zouden rond Srebrenica vast nogal wat oude rekeningen worden vereffend, maar de rest van de mannen zou toch hooguit voor dwangarbeid worden ingezet en later worden uitgeruild? Dachten we.

Op diezelfde hete dag werden, veertig kilometer naar het oosten, op collectieve boerderijen, in scholen, de overlevenden van Srebrenica stelselmatig afgeslacht door de Einsatzcommando's van generaal Ratko Mladic. Mladic steelt ook in A cry from the grave de show. Als het kwaad in Bosnië een gezicht heeft, is het dat van Mladic. Weinig anderen doen hem dit na: koelbloedig duizenden mannen vermoorden terwijl de hele wereld toekijkt. In vergelijking met de Goelag, de holocaust, de killing fields en Rwanda is Srebrenica slechts een incident. Maar in tegenstelling tot die volkerenmoorden hebben we de aanstichter in dit geval in real time in beeld.

,,Hier staan we dan in Srebrenica, op de vooravond van een Servisch feest dat de opstand tegen de Turken gedenkt'', snauwt Mladic verbeten in de camera bij zijn intocht in de enclave. ,,De tijd is aangebroken om ons te wreken op de Turken.''

Met tv-camera's in zijn kielzog speelt Mladic die middag mooi weer bij de tienduizenden moslims die zijn gevlucht naar het Nederlandse kamp Potocari. Deelt brood uit. Zegt dat niemand bang hoeft te zijn. Intimideert de commandant van Dutchbat, Karremans, die wat mompelt over het belang van de burgerbevolking. ,,Heeft u een verzoek ingediend om ons te bombarderen'', gromt Mladic. Nou, verzoek, verzoek, dat is wat kort door de bocht, zegt de overste. Je ruikt het angstzweet.

A cry from the grave bevat misschien weinig nieuwe beelden, maar het is allemaal wel heel bekwaam geredigeerd. Zo heb ik al vele keren dat ene fragment gezien. Die man van middelbare leeftijd, haveloos gekleed, net gevangen genomen, die op de vraag `Ben je bang?', antwoordt: `Hoe zou ik niet bang kunnen zijn?' Maar even tevoren heb je de forensische experts van het Joegoslavië-tribunaal sleutelbenen zien klieven en schedels zien openzagen op zoek naar bewijzen van oorlogsmisdaden. En heb je de meer dan duizend ongeïdentificeerde skeletten gezien uit Srebrenica, in witte zakken opgeslagen in een oude zoutmijn bij Tuzla. Een kans van bijna 1 op 7 dat die man nu in een van die witte zakken ligt, want 7.414 moslims van Srebrenica worden vermist.

Wat onszelf betreft: we mogen gerust ademhalen. Net als in het recente VN-rapport komt Dutchbat er in de film niet slecht van af. Al blijven er natuurlijk pijnlijke momenten. Karremans, die in het leeggemoorde Srebrenica een fles huisgestookte rakia en een schemerlamp voor zijn vrouw in ontvangst neemt van generaal Mladic. Dat gehos met Heineken en de Hermes House Band, de polonaise van onze opgeluchte jongens in Zagreb; die beelden zie je liever niet opnieuw over de wereld gaan.

Maar in A cry from the grave komen de Dutchbatters netjes aan het woord en worden ze in hun waarde gelaten. Een paar honderd semibewapende blauwhelmen uit een braaf land, door de Serviërs afgesneden van diesel en ratsoenen, door de wereld in de steek gelaten. Mission impossible. Anderen hebben in vergelijkbare situaties wellicht meer heroïek getoond. Maar gebrek aan heroïek is alleen in totalitaire samenlevingen een misdaad.

    • Coen van Zwol