Glazen plafond

Nog drie jaar had hij te gaan voordat hij van zijn pensioen kon genieten. Zo werd dat vroeger geformuleerd. Toen pensioen de hemel na het aardse tranendal leek. Tot die tijd vervulde hij het voorzitterschap van een vereniging. Sinds de oprichting van deze vereniging, ongeveer 25 jaar geleden, was ik de eerste vrouw en binnen enkele jaren ook doorgedrongen in een subbestuurtje.

,,Ik ben wel geëmancipeerd hoor'', vertelde hij mij toen er een cultureel stormpje ontstond in de vergadering, ,,ik stofzuig vaak voor mijn vrouw.''

Als ondernemer heb ik het hebben en houden van een pokerface tot in de perfectie geleerd. Ook nu, maar mijn kaken deden pijn van de binnengehouden woorden.

,,Ik ben zelfstandig. Niet geëmancipeerd'', glimlachte ik om de verwarring nog wat groter te maken. Het zitten in het subbestuurtje werd er niet leuker op.

,,Ik ga naar huis om met mijn vrouw een glaasje te drinken voor het eten'', zei de zakenman-met-stijl. Hij was de nestor. In de vergadering en in zijn métier. Ik zei hem dat ik dat heel aardig vond.

Om zeven uur van een volgende vergadering die sinds vier uur gaande was, zei ik dat ik naar huis ging omdat ik het belangrijk vond om met mijn kinderen te eten. Een algehele stilte schreeuwde mij tegemoet. Zie je wel, weer zo'n vrouw die niet kan kiezen tussen werk en kinderen, hoorde ik in de starende blikken.

,,Ik moet nog naar een andere vergadering'', zei ik bij een volgende bijeenkomst, terwijl ik op mijn horloge keek en haastig mijn spullen verzamelde. Er werd begrijpend geknikt.

,,Je moet aantekeningen maken, anders wordt je niet voor vol aangezien'', fluisterde een door de wol geverfde zakenvrouw mij toe. We hoorden de sprekers aan die voor mij spraken. Ik zou als laatste mijn verhaal houden en ik was juist zo trots dat ik mijn verhaal uit het hoofd kon houden, inclusief mijn spontane reacties op de sprekers voor mij. Routineus, en zonder papier.

,,Je hebt je er zeker ingelikt'', zei de man die zijn bedrijf uitstekend had verkocht en nu hoopte op enige bestuursfuncties. Vooral die functie waarvoor ik nu gevraagd was. Ik bleef glimlachen en niets zeggen; ook niet na de zoveelste uitdagende opmerking. Ik vond hem al vele jaren aardig. Maar al vele jaren heeft dat gevoel zijn glans nog niet terug. Zijn bestaan is nog steeds bestuurloos en mijn rug is breed en recht, zeker na de zoveelste ongehonoreerde honoraire functie.

,,De professoren willen graag een vervolggesprek'', zei de man toen wij, de sprekers, de dag met de universiteit evalueerden. Aan drie van de drie mannen werd gevraagd om te participeren. ,,Ik kan ook die datum'', zei ik bladerend in mijn agenda. ,,Er zijn er al genoeg'', antwoordde de man. ,,Dan komt er nog eentje bij'', vervolgde ik, terwijl ik mijn ogen opsloeg naar het plafond. Het was van glas. Daarachter dreven laaghangende Hollandse luchten.

    • Willemien Wink