Geen paniek

NEDERLAND STEVENT AF op een begrotingsoverschot. In snel tempo verdwijnt het financieringstekort van het rijk nu de economie maar blijft doorgroeien, de belastinginkomsten hoger uitvallen dan geraamd en de uitgaven beheerst blijven. Met een beetje inspanning kan het kabinet-Kok straks aankondigen dat de laatste begroting van de 20ste eeuw wordt afgesloten met een evenwicht. Daarna tekent zich een perspectief van overschotten af – ondanks alle afhoudende opmerkingen van minister Zalm, die vooral niet de indruk wil wekken dat de sinterklaastijd permanent is aangebroken.

Wat nu? Nederland is ruim een kwart eeuw gewend geraakt aan begrotingstekorten die in 1982 een dieptepunt van tien procent van het bruto nationale product dreigden te bereiken. Sindsdien is het economische denken drastisch omgeslagen en hebben opeenvolgende kabinetten en ministers van Financiën tergend traag het tekort teruggedrongen. De allereerste kanttekening bij het vooruitzicht van een begrotingsoverschot is dan ook: geen paniek! Rustig blijven. Niets aan de hand. Na een kwart eeuw opeenstapelende tekorten is een overschot geen reden om koortsachtig naar nieuwe beleidsafspraken te zoeken.

DE TWEEDE KANTTEKENING is dat het ook wel tijd werd. Als een economie jaar na jaar groeit en de werkgelegenheid toeneemt, is het geen wonder dat de socialezekerheidsuitgaven dalen en de belastingopbrengsten stijgen. Eerder mag worden vastgesteld dat de Nederlandse politieke klasse er bijzonder lang over heeft gedaan om de begroting min of meer in evenwicht te brengen, ondanks de gunstige economische ontwikkelingen. En nog altijd is er een onopgelost arbeidsmarktprobleem met anderhalf miljoen mensen die aan de zijlijn staan.

De derde kanttekening is dat Nederland met een evenwichtige begroting – of een overschot – geen uitzonderingspositie bekleedt te midden van andere rijke landen. De Verenigde Staten, Canada, Zweden, Denemarken, Finland, Ierland, Luxemburg, Noorwegen, IJsland, Nieuw Zeeland en Australië hebben dit jaar een begrotingsoverschot. Dat zijn bepaald geen landen waar het met de samenleving dramatisch slecht gesteld is.

FINANCIEEL-POLITIEK gezien begint de 21ste eeuw goed zonder de permanente kopzorgen over de begroting. Zalm moet de koers van zijn beleid dan ook vasthouden. Dat wil zeggen: de overschotten niet direct verjubelen in leuke dingen die parlementariërs of collegaministers ongetwijfeld zullen bedenken. Met een staatsschuld van een slordige 530 miljard gulden (in 2000) en rentelasten van 30 miljard gulden per jaar ligt het voor de hand om te beginnen de schuldenberg te verminderen. Op termijn levert dat het voordeel op van dalende rentelasten. Tegen de tijd dat de grote vergrijzing toeslaat levert dat een welkome financiële buffer op.

Daarnaast kan een deel van de meevaller gebruikt worden om in 2001 de invoering van het belastingplan van Zalm en Vermeend te financieren. Ook al zal het kabinet niet aan alle wensen van de Kamer tegemoetkomen, wat ruimte voor extra lastenverlichting is welkom. Daarbij moet gewaakt worden voor oververhitting van de economie. Extra ruimte vergemakkelijkt de invoering van de belastingherziening en het biedt de mogelijkheid enkele scherpe kantjes weg te slijpen.

ZOVER IS HET nog niet. Volgens de Najaarsnota van Zalm staat de meter van het financieringstekort voor dit jaar op 0,2 procent van het bruto nationale product. Dat is ongeveer 1,6 miljard gulden. Er zijn nog vijf weken tot het jaar 2000 om dat met elkaar te verdienen. Hier ligt een taak voor de politieke voorlieden van de coalitie. Laten ze zich uitspreken om het tekort nog voor de jaarwisseling te laten verdampen. Een mooiere financieel-economische uitdaging aan de vooravond van het nieuwe millennium is nauwelijks denkbaar.