Flirten met een vlinder

De samenwerking tussen regisseur Werner Herzog en acteur Klaus Kinski was legendarisch. Van bedreigingen op de set tot scheldpartijen op schrift.

DE DUITSE REGISSEUR Werner Herzog woonde in de jaren vijftig een paar maanden in hetzelfde pension in München als de Duitse acteur Klaus Kinski. Herzog was toen een tiener, Kinski rond de dertig en al een beruchte toneelpersoonlijkheid. Herzog herinnert zich uit die tijd vooral Kinski's woedeaanvallen. Op een keer sloot de acteur zich op in de gemeenschappelijke badkamer. Toen hij 48 uur later weer naar buiten kwam, waren wastafel, wc en bad gesloopt. Volgens Herzog was het puin zo fijn dat je het had kunnen zeven.

Herzog wist dus waar hij aan begon toen hij Kinski begin jaren zeventig vroeg voor de hoofdrol in zijn film Aguirre, der Zorn Gottes. De opnames in de jungle van Zuid-Amerika werden inderdaad een nachtmerrie. Al uit deze film stamt de anekdote dat Herzog zijn hoofdrolspeler tijdens de opnames met een geweer onder schot hield. Het wangedrag van Kinski weerhield Herzog er niet van nog vier films met hem te maken: Nosferatu: Phantom der Nacht, Woyzeck (beide 1979), Fitzcarraldo (1982) en Cobra Verde (1988). Het zijn zwarte verslagen van historische tragedies, waarin een man die het uit hoogmoed opneemt tegen de natuur en de mens, uiteindelijk ten onder gaat.

Vooral door de documentaire Burden of Dreams die Les Blank maakte over het opnemen van Fitzcarraldo, de film waarin een schip over een berg wordt getransporteerd, is de samenwerking tussen Herzog en Kinski legendarisch geworden. Hun relatie wordt meestal als een haat-liefdeverhouding gekenschetst. Ze konden niet met, maar ook niet zonder elkaar werken, leek het. Al deden ze dat natuurlijk wel. Kinski heeft in meer dan honderdvijftig films gespeeld, Herzog maakte ook meer films zonder dan met Kinski. Feit is wel dat Kinski, die in 1991 overleed, zijn beste films met Herzog heeft gemaakt. En feit is dat Herzog sinds de dood van Kinski geen speelfilms meer heeft gemaakt. Herzog is zich steeds meer op de documentaire gaan toeleggen. Mein Liebster Feind heeft voor het eerst zijn eigen werk tot onderwerp.

De documentaire begint in het pension waar Kinski en Herzog elkaar voor het eerst ontmoetten. Het pension is veranderd in de luxe woning van een graaf en gravin, aan wie Herzog zijn eerste verhalen over de ego-maniak Kinski vertelt. Daarna vertelt hij over Kinski vanaf de locaties waar Aguirre, Fitzcarraldo en Nosferatu werden opgenomen. Herzogs anekdotes zijn doorsneden met scènes uit deze films en op de set gemaakte opnames waarop we Kinski zien tieren. Lauwe koffie was genoeg om het ontslag van de regieassistent te eisen. Ook komen er een paar figuranten en twee vrouwelijke tegenspelers aan het woord. Claudia Cardinale (Fitzcarraldo) en Eva Mattes (Woyzeck) zijn veel aardiger over Kinski dan Herzog.

Herzog ontzenuwt zelf enkele mythes. Het verhaal over het geweer is volgens de regisseur bijvoorbeeld niet waar. Ook de scheldpartijen tegen Herzog in Kinski's autobiografie Ich brauche Liebe komen in een ander licht te staan. De acteur zou tegen hem hebben gezegd dat hij in het boek wel op Herzog moest schelden. Dat was beter voor de verkoop. Mensen zijn nu eenmaal het meest geïnteresseerd in ellende. Volgens Herzog hielp hij Kinski met het opzoeken van scheldwoorden aan zijn adres in het woordenboek.

Uit andere opmerkingen van de regisseur blijkt dat de drift van Kinski voor een deel gespeeld was. Zowel de regisseur als de acteur meende dat Kinski's woede-uitbarstingen nodig waren om een rol zo intens mogelijk te kunnen vertolken. Herzog lijkt daarnaast in Kinski vooral een uitdaging te hebben gezien. Zoals hij een berg of een landschap wilde veroveren, zo moest hij ook deze acteur veroveren. Hij temde een beest, zegt Herzog.

Herzogs voorkeur voor deze verzengende acteur moet ook te maken hebben gehad met zijn merkwaardige afkeer van illusie in speelfilms. Voor Fitzcarraldo liet Herzog echt een schip over een berg transporteren; waardoor het opnemen van de film eveneens een megalomane onderneming werd. Het onderwerp en de verbeelding ervan vielen bijna samen. Als acteur koos hij het liefst voor iemand die bijna net zo krankzinnig was als de karakters die hij moest verbeelden. Kinski was net zo excentriek als Aguirre of Fitzcarraldo of Woyzeck.

De ideeën van Herzog staan haaks op die van de meeste filmers: in speelfilms moet de illusie zo echt mogelijk zijn. In documentaires hoef je je daarentegen niet aan de feiten te houden. In zijn `Minnesota declaration', een nogal warrige beginselverklaring die Herzog dit voorjaar verspreidde in Cannes, beweert de regisseur dat feiten dingen zijn voor boekhouders. Volgens Herzog bestaat er een diepere waarheid die alleen door middel van verzinsels, verbeelding en stilering bereikt kan worden.

Zulke overwegingen ontbreken in het bijna geheel met anekdotes gevulde Mein Liebster Feind. Na verloop van tijd wordt Herzogs klaagzang over Kinski's misdragingen een beetje eentonig. Ja, het was heel vervelend en vermoeiend om met Kinski te werken, het wordt ons ingepeperd, maar een held wil Herzog er maar niet door worden. Het einde van de film is na deze litanie wel een grotere verrassing. Opeens slaat de toon om. Aan het slot van de documentaire is onder meer een stukje film te zien dat werd opgenomen op de set van Fitzcarraldo. Behalve Kinski is er ook een vlinder in beeld. Het dier gaat op zijn neus zitten, op zijn hand, op zijn oor. De vlinder flirt met Kinski en verbaasd flirt Kinski terug. Misschien denkt het insect wel dat hij een bloem is. Kinski wil dat ook best geloven. De scène, die er niet geregisseerd uitziet – maar je weet maar nooit – komt aan het einde van deze film als een openbaring. Maar Herzog moet al die tijd hebben geweten dat zijn beest ook een bloem kon zijn. Vaak zal het niet geweest zijn, het is zoet met een bittere nasmaak. Toch is het goed dat Herzog laat weten dat het kon.

Mein Liebster Feind. Regie: Werner Herzog. Met: Werner Herzog, Beat Presser, Claudia Cardinale, Eva Mattes.

    • Bianca Stigter