Blaarkoppen, opzij!

De wandelaar deelt het Graafschapspad in de Achterhoek met koeien en jagers. Lopend langs de IJssel worden we herinnerd aan Anton Pieck en de Tweede Wereldoorlog. Deel 18 in de serie Wandelen in Europa.

Met het pontje naar Olburgen passeren we een grens. Onafwendbaar varen we richting Achterhoek, naar het domein van de superboeren. Oh jee, als we de mensen hier nog maar verstaan? Het rafelige affiche aan de kajuit heeft ook iets van een waarschuwing: benefietconcert voor Jarno `Kipje' Boesveld met `Jovink en de voederbietels.' In onze fantasie zien we al scharen supporters op klompen met rode zakdoeken omgeknoopt en literpullen Grolsch in de hand oprukken naar een weiland met versterkers.

Maar nee, we zijn deze vale herfstdag moederziel alleen. Links kronkelt de IJssel, rechts zwermen vogels boven versgeploegde akkers. En wij, wij stappen dapper door de koeienstront op weg naar weer een volgend hek.

Nog één keer kijken we om: als een Voerman ligt het landschap bij Dieren achter ons. Prachtig ingekaderd tussen een grauwe lucht en een zilver blinkende IJssel.

We zijn op weg naar Zutphen en volgen het Graafschapspad dat hier met weidse uitzichten en de IJssel steeds onder handbereik over de dijk kronkelt. Een prachtig cultuurlandschap met uiterwaarden die als grazige weiden innig met de rivier verkeren.

Blaarkoppen opzij, we moeten erdoor. Het: `nee, ik durf niet', is geen keuze. Stedeling, het is niet anders: wie wil genieten van de Gelderse IJssel moet zich een weg banen langs koeien, iedere keer weer. Stom staren ze je aan: de staarten slaan onophoudelijk vliegen weg en af en toe loeit er één vervaarlijk je kant uit.

Het Graafschapspad voert niet alleen langs de rivier, maar ook langs het feodale verleden van het graafschap Zutphen. Weggekropen achter de rivierdijk ligt Bronkhorst, een akelig perfect gerestaureerd stadje, het kleinste van Nederland, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de veertiende eeuw. Achterom, weggestopt tussen de huizen, de sier- en de volkstuinen, ligt een joodse begraafplaats. Een handjevol graven getuigt van een kleine gemeenschap: slechts op twee stenen zijn overlijdensdata van na de Tweede Wereldoorlog te herkennen. Hier, temidden van de zoetige Anton Pieck-huisjes, toont de geschiedenis zijn barse gezicht.

Terug naar de IJssel, op naar de overkant. We nemen het Bronkhorster veer, waar de winterdienst al is ingegaan, maar we nog voor vijfenzeventig centen worden overgezet. Reiziger opgelet: de pont ligt stil bij ijsgang, op Eerste Kerstdag en met Nieuwjaar, en boven windkracht zeven wordt er helemaal niet gevaren.

Aan de overkant, onder Brummen, kruisen we Spaensweerd, één van de rijke buitens die je hier langs de IJssel aantreft. De elite wist altijd al precies waar het goed toeven is. Op een oude boom zijn nog de vage contouren van een met zakmes aangebrachte liefdesverklaring zichtbaar. Willy, 1944: een onmogelijke liefde van een Duitse soldaat misschien?

We voeren het tempo op, opnieuw over de dijk, met de IJssel inmiddels aan onze rechterhand. Voorwaarts, de neus in de wind en niet versagen. Tot een onafzienbare rij koeien bij een boerderij de dijk afhobbelt richting stal. Hij heeft zo'n 100 stuks vee, verklaart de boer die ons nieuwsgierig tegemoet komt. ,,Ja, prima beesten, en met niet te grote uiers. Want dat melkt maar lastig'', legt hij ongevraagd uit. We knikken alsof we het begrijpen en zien hem onverstoorbaar achter z'n koeien aansjokken. Jazeker, Zutphen is nog best een behoorlijk stuk lopen, had hij ons al enigszins meewarig toegevoegd.

Verderop lopen we beschut, op weg naar de kronkelwaarden, de oude stroomruggen die ontstonden toen de IJssel zich nog vrij meanderend een weg door het landschap baande. In de verte aan de rand van een maisveld trekt een groepje mannen met stokken onze aandacht: drijvers bij een jachtpartij. Ze staan zwijgend bij elkaar en monsteren hun voorbijgangers stug als zien ze in ons handlangers van het dierenbevrijdingsfront. Verderop staat de aanvoerder, compleet met gsm, en nog weer verder staan de jagers op een rij met het geweer in de aanslag. Jagen per mobieltje: voor de fazanten is de strijd er nog ongelijker op geworden. We vervolgen onze route langs de Weg naar het Ganzenei als we een schot horen. Her en der vliegen de fazanten op boven het maisveld. Zelf waren we meer getroffen door de `biddende' torenvalk die hoog in de lucht op zijn prooi loerde.

Zutphen komt nabij, met als een herkenningspunt de IJsselbrug: hoe smal de rivier en hoe breed de uiterwaarden; het regenseizoen moet duidelijk nog beginnen. Samen met de Ria, die grind vervoert, lopen we Zutphen binnen. Lantaarns werpen een gelig licht op de keien van het historische centrum. We gaan op zoek naar het nieuwe stadhuis dat op een knappe manier in het oude stadshart is ingepast. Als een navolger van de Weense architectengroep Coop Himmelb(l)au plakte de Amsterdamse architect Thomas Rau platen van golvend koper tegen de gevels aan. Opeens heeft de historische omgeving spannende contouren gekregen: een nieuw hoogtepunt in de oude Hanzestad.

We verlaten Zutphen en we verlaten Gelre, maar we keren zeker terug. Het Graafschapspad lokt ook achter de IJssel.

Graafschapspad, waarin opgenomen de Graafschapsweg van de Nederlandse Wandelsport Bond. Uitgave: Stichting Lange- Afstand-Wandelpaden. Totale afstand 115 kilometer; afgelegde route 18 kilometer. Kaart: Topografische kaart van Nederland, 33 G Dieren, 1:25.000.

    • Kees van der Malen